Staatshoofdpijn

Liefde voor de monarchie blijkt anno 2013 geheel los te staan van progressief of conservatief gedachtegoed. Sterker, het lijkt bijna een vereiste te zijn geworden voor goed Nederlanderschap - als ik vrienden, kranten en de NOS moet geloven. Dat is storend. Natuurlijk is enig respect gewenst wanneer een functionaris - wie dan ook - na 33 jaar trouwe dienst aftreedt. Maar het is kwalijk dat daarbij iedere vorm van kritisch denkvermogen collectief overboord gegooid wordt.

Medium groene commentaar koningsschap.jpg

Toen de koningin haar aanstaande aftreden aankondigde blies Nederland unaniem de loftrompet. Kranten die doorgaans kritisch en genuanceerd zijn, publiceerden niets dan hagiografieën over de wapenfeiten van 33 jaar Beatrix. Geïnterviewden op straat waren stuk voor stuk Oranjefan. Kabinetsleden waren evenzeer te spreken over haar staatshoofdschap, wat overigens ook weer niet zo verbazend is want zij zijn er tenslotte formeel voor verantwoordelijk. Voorzitters van Oranjeverenigingen door het hele land vonden een dankbaar podium in radioshows en achtergrondreportages. In iedere bevolkingslaag bleken oranje hartjes te kloppen. Na een week kropen de republikeinen voorzichtig uit hun schuilplaats, maar toen een van hen te hard van zich liet horen drukte de politie dat snel de kop in. Ook wanneer ik, in de hoop wat nuance aan te brengen, een reactionair geluid durf te laten horen reageert mijn omgeving alsof ik een getroebleerde paria ben. Scepticisme is nog te vinden in populistische hoek, zoals bij PowNews en de PVV. Maar wie zich daar te politiek correct voor voelt, moet blijkbaar accepteren dat kritiek op het koningshuis niet meer salonfähig is.

Had ik 33 jaar geleden gestudeerd, dan waren al mijn vrienden hoogstwaarschijnlijk woedend geweest over de ‘kroning zonder woning’, zoals toen comme il faut was. Dat Beatrix zonder aan de woningnood zelfs maar symbolisch aandacht te besteden zich feestelijk liet kronen, werd gezien als een teken van respectloosheid en arrogantie. Ze was destijds niet populair en zeker niet onder progressieve twintigers. In schril contrast daarmee staat de houding, anno 2013, van het generationele equivalent van de relschoppers uit 1980. Van mijn Nederlandse medestudenten is honderd procent koningsgezind, en al studeren we in het buitenland, een deel boekt speciaal voor de kroning een ticket terug.

Een regelmatig herhaalde kreet is dat Beatrix zich heeft bewezen door 33 jaar lang uitstekend werk te verrichten. Deze overtuiging is opvallend, want het strookt niet met wat men twintig, vijftien of zelfs tien jaar geleden vond. In mijn eigen generatie heeft overigens niemand die 33 jaar volledig meegemaakt, dus de waarheidsgetrouwheid van zo'n statement vanuit de mond van een twintiger mag met een korreltje zout genomen worden. Beatrix en Juliana (toen nog koningin) oogstten felle kritiek met hun steun aan prins Bernhard in de Lockheed-affaire. Met hun dreigementen af te treden (Juliana) en de troon niet te bestijgen (Beatrix) indien hij strafrechtelijk vervolgd zou worden zochten ze de grenzen van de grondwet op - en kregen hun zin. In de jaren negentig, voor het Máxima-tijdperk, werd Beatrix’ imago van kille, hooghartige dame versterkt door haar afkeurende houding ten opzichte van Emily Bremers, de toenmalige vriendin van de kroonprins. Een toneelgroep die hierover een stuk maakte, werd gedreigd met het verliezen van subsidie - wat de monarchie wederom op kritiek kwam te staan. Leden van het koningshuis werd verweten zichzelf buiten de regels te willen plaatsen, en gezien de directe verantwoordelijkheid van het kabinet voor de monarch leidde dit meermaals tot politieke rellen.

Natuurlijk staan daar waardevolle voorbeelden van representatief en functioneel optreden als staatshoofd tegenover. Maar dat de koningin in 2013 officieus heilig verklaard zou worden door het volk had niemand in 2000 kunnen voorspellen. De populariteit die de koningin momenteel geniet was lange tijd helemaal niet vanzelfsprekend. Verrassender nog is de populariteit van het koningshuis in het algemeen. De rel rondom het politiek incorrecte vakantiecomplex van het aanstaande koningspaar in Mozambique is vergeven en vooral vergeten. Een vriend van mij gaf Bernhard, ooit een bron van nationale frustratie dankzij steekpenningen en buitenechtelijke relaties, onlangs vergoelijkend de koosnaam 'boefje’.

Beatrix en de Oranjes hebben in het nieuwe millennium een flinke inhaalslag gemaakt als het gaat om populariteit. Persoonlijke verliezen hebben de koningin een menselijker gezicht gegeven en boden de natie bovendien iets om mee te sympathiseren. Als diplomaat die Nederland wereldwijd vertegenwoordigde oogstte Beatrix internationaal waardering. Máxima gaf de populariteit van het koningshuis daarnaast een impuls die aan de hele monarchie ten goede kwam.

Er zijn aanwijsbare en goede redenen waarom het koningshuis momenteel geliefder is dan in 1980, 1990 of 2000. Maar dat is geen vrijbrief voor media om louter ongenuanceerde Oranjepropaganda te produceren. En het is al helemaal geen vrijbrief voor individuen om reële bezwaren, niet zozeer tegen de monarchie (daar kun je voor of tegen zijn), maar wel tegen deze propagandistische onwaarheden en selectieve herschrijving van geschiedenis, te vergeten of te verwerpen.

Dan toch even die monarchie zelf. De symboliek en romantiek van een koninklijk staatshoofd, of de reële economische waarde ervan dankzij (binnenlands) toerisme en dankzij de potentie handelscontacten met monarchieën in andere werelddelen te versterken, zijn begrijpelijke beweegredenen om deze intact te houden. Overigens is het eerste argument natuurlijk subjectief - niet iedereen is ontvankelijk voor deze symboliek en romantiek - en het tweede speculatief - aangezien er geen parallelle Republiek Nederland bestaat om de daadwerkelijke economische meerwaarde van de monarchie aan te testen. Maar is het koningshuis een bindende factor voor de natie, zoals zo vaak gezegd wordt? Het hangt er vanaf wanneer en aan wie je die vraag stelt; er waren in de afgelopen drie decennia zeker momenten waarop het koningshuis meer onrust en woede opriep dan dat het op harmonieuze wijze mensen bijeenbracht.

Een ander veelgehoord argument, dat de monarchie op 'traditie’ zou berusten, is een serieuze misvatting. In 1806, tijdens de Napoleontische overheersing, kreeg Nederland een koning opgelegd. Toen Napoleon verslagen was en zijn broer vertrokken, werd in lijn met de reactionair-conservatieve stroming die Europa toen beheerste de jonge monarchie in stand gehouden. Echter, van 1588 tot aan de Franse overheersing was het huidige Nederland de eerste republiek van de vroeg-moderne wereld: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en daarna de Bataafse Republiek. Inmiddels bestaat de monarchie inderdaad zo'n twee eeuwen, maar de traditie was (zoals de meeste nationalistische tradities overigens) uitgevonden in de negentiende eeuw en vormde een sterke breuk met wat tot die tijd als traditie had gegolden.

Heeft de populariteit van de monarchie iets te maken met het tijdsbeeld en de sociaal-economische context? Als je kijkt naar de crisissituatie en de Amsterdamse woningnood in 1980, die gepaard ging met vijandigheid tegenover het koningshuis, lijkt dat plausibel - maar momenteel verkeert Nederland ook in recessie en sociale onrust is er genoeg. Frappant is dat over de kosten van het koningshuis weinig meer gehoord wordt, op wat commentaar van Wilders na. De topmannen van SNS ontvingen een salaris waar nu terecht grote vraagtekens bij worden gezet, maar weinig mensen vinden het nog nodig zich af te vragen of het staatshoofd en haar familie hun miljoenenvermogen wel echt 'verdiend’ hebben.

Misschien is Beatrix juist het afgelopen decennium, waarin ze meer een koningin 'van het volk’ werd en regelmatig een expliciete oproep deed tot tolerantie, erin geslaagd het koningshuis in een ander licht te plaatsen. Ze heeft zichzelf en de monarchie weer geliefd gemaakt. Maar daarmee moet niet direct worden aangenomen dat Nederlanders ook daadwerkelijk toleranter zijn geworden of dat er meer gemeenschapszin is ontstaan. Sentimentaliteit tegenover de monarchie zorgt er weliswaar voor dat veel Nederlanders een overtuiging en een aantal emoties delen, maar dit is op zichzelf geen aanwijzing dat het hebben van een koning(in) kloven tussen bevolkingslagen echt dicht, of verdraagzaamheid vergroot. Wat écht belangrijk is, is dat we die vraag kritisch blijven stellen. Media moeten daarin hun functie erkennen en vervullen.

Als Oranjesentiment een meerderheid van de Nederlanders een beetje gelukkiger maakt is daar vanuit utilistisch oogpunt niets mis mee. Maar sentiment is oppervlakkig (en bovendien van onzekere duur). Politici, journalisten en de kijkers thuis moeten zich hierin niet volledig laten meeslepen. Als serieuze inhoudelijke kanttekeningen uit iedere reportage geknipt worden, als demonstranten, die in hun recht staan, door de politie verwijderd worden, en als een nuchtere minderheid geen bezwaren mag opperen zonder dat dit als sociaal onwenselijk gedrag wordt beschouwd, dan streeft de zogenaamde bindende factor van nationale Oranjeliefde haar doel voorbij.


Laura Kits (23) volgt een master Europese geschiedenis aan de universiteiten van Leiden, Parijs (Sorbonne) en Oxford.
laurakits.wordpress.com

beeld: Milo