Hoofdcommentaar: PvdA

Staatsrechtelijk broddelwerk in de PvdA

Het concept-rapport van de Rotterdamse commissie die onderzoek deed naar het declaratiegedrag van oud-burgemeester Peper mocht niet gekopieerd worden. Omdat de tekst hemzelf betrof, deed de eigengereide Peper dit natuurlijk wél. Hij overhandigde tevens een exemplaar aan minister-president Kok, die het rapport weer doorgaf aan zijn secretaris-generaal Geelhoed en aan PvdA-fractieleider Ad Melkert. «Ik ben van het openbaar bestuur, de heer Kok is van het openbaar bestuur en de heer Melkert is van het openbaar bestuur», verweerde Peper zich vorige week. Om die reden hadden deze drie volgens de in maart afgetreden minister het recht de rapportage in te zien.

De uitspraak van Peper is tekenend voor staatsrechtelijk broddelwerk in deze voor de PvdA zo moeilijke maar inmiddels alweer bijna vergeten dagen. Wat Peper zegt is «lekenpraat», merkte de Tilburgse hoogleraar Koekoek, oud-kamerlid voor het CDA, terecht op. Peper was tijdens het Rotterdamse onderzoek dan wel lid van het openbaar bestuur, maar het ministeriële toezicht op het onderzoek had hij om belangenverstrengeling te voorkomen wijselijk doorgeschoven naar collega Van Boxtel. Peper had vertrouwelijk het concept-rapport mogen inzien om zich te verweren. Niet omdat hij lid was van het openbaar bestuur, maar omdat hij voorwerp was van onderzoek. En Ad Melkert was natuurlijk ook geen lid van het openbaar bestuur. Die is slechts fractievoorzitter van de grootste politieke partij in Nederland, tevens de partij van Peper en de partij van de minister-president en diens secretaris-generaal.

Maar de staatsrechtelijk rammelende nabeschouwingen van een thans ambteloos burger zijn minder interessant dan staatsrechtelijke capriolen van de nog in functie zijnde minister-president. Die had op het moment dat Peper met de (illegaal) gekopieerde versie van het concept-rapport in zijn torentje arriveerde, het pak papier meteen door de versnipperaar moeten schuiven. Of gewoon niet moeten aannemen. Door het rapport door te spelen aan zijn secretaris-generaal is Kok staatsrechtelijk gezien op de hoogte van de inhoud, of hij het nu werkelijk zelf gelezen heeft of niet. Hij wordt geacht het te kennen en zou er in de Tweede Kamer verantwoording over moeten kunnen afleggen.

Geelhoed heeft het rapport gelezen en Kok erover geïnformeerd. Het was «verwoestend», vertelde hij Kok. Deze analyse en enkele analyses van Pepers eigen vertrouwelingen hebben de ex-burgemeester ertoe gebracht af te treden als minister, nog voordat de Rotterdamse commissie het definitieve eindrapport openbaar maakte. De PvdA-top was op de hoogte van de vernietigende inhoud van het rapport en zou met het voortijdig laten vallen van Peper de minister uit de wind hebben gehouden en voorkomen hebben dat hij zich, ten nadele van de gehele partij, tegen de aantijgingen moest verweren. Dat had de inzet kunnen zijn van een interessant kamerdebat. Ware het niet dat Kok in de Kamer glashard ontkende vooraf van de inhoud van het onderzoeksrapport op de hoogte te zijn, ook al had Peper hem het «pak papier» wel degelijk aangeboden. «Daarvan heb ik gezegd: dat wil ik niet zien. (…) Het was naar mijn mening informatie die mij als minister-president niet toekwam», zei Kok in maart. Dat hij het pak papier doorgaf aan Geelhoed vermeldde hij in het kamerdebat over het aftreden van Peper niet.

Schande! zou men zeggen. Maar merkwaardig genoeg heeft slechts de oppositiefractie die de neiging heeft over elke Haagse scheet kamervragen te stellen, politiek alarm geslagen en de nogal gebrekkige informatieverstrekking van de premier aan de kaak gesteld. De affaire-Peper wordt door de meeste kamerfracties, in het bijzonder natuurlijk de PvdA, het liefst zo gauw mogelijk vergeten. Maar zoals eerder deze kabinetsperiode lijken zich in het torentje van Kok zaken te hebben afgespeeld waarover de Kamer pas veel later, als de politieke angel uit het dossier getrokken is, via een omweg — in dit geval het knappe onderzoeksproject van het KRO-programma Reporter en Het Parool — te horen krijgt wat er precies is gebeurd.

Wat in de tijd van Koks voorganger Lubbers allemaal aan de Hofvijver bekokstoofd werd, was regelmatig onderwerp van discussie tussen oppositie en kabinet. Wat zich op dit moment allemaal afspeelt in de werk ruimte van de premier lijkt maar weinig kamerleden te interes seren. «Om de lieve vrede» geeft men merkwaardig genoeg de voorkeur aan pasklare (PvdA-)oplossingen uit het torentje van Kok.