Staatssecretaris nuis is een held

Op een warme zomermiddag besloten de onderhandelaars van de paarse coalitie in spe de onverenigbare standpunten van de drie partijen aan elkaar te timmeren op kosten van het hoger onderwijs. Om het financiele plaatje rond te krijgen zonder dat een van de partijen te veel moest toegeven, zou er een miljard op de toelagen van studenten worden bezuinigd en een half miljard op het onderwijs zelf, wat erop neerkomt dat het toekomstperspectief van een jonge generatie werd opgeofferd aan het machtsstreven van een paar oude politici.

Minister van Onderwijs Ritzen (PvdA), staatssecretarissen van Onderwijs Nuis (D66) en Netelenbos (PvdA) en de vice-fractievoorzitter Korthals (VVD) hadden echter al laten weten een nieuwe ingreep in het onderwijsstelsel onmogelijk en onverantwoord te vinden. Dat Nuis toch zijn handtekening onder het regeerakkoord plaatste, om vervolgens een plan tot het ombouwen van het bestaande onderwijssysteem naar een slechtere maar goedkopere versie voor te stellen, werd door Korthals omschreven als een moedige daad. De vraag is dus of ze toen gek waren of het nu zijn geworden.
Het universitaire budget bestaat voor tachtig procent uit salarissen, zodat de half miljard bezuiniging hoofdzakelijk uit die hoek moet komen. Maar omdat de universiteiten op basis van een eerdere bezuinigingsmaatregel zelf het wachtgeld van ontslagen medewerkers moeten betalen, zijn er vijf ontslagen nodig voor een bezuiniging ter hoogte van een salaris. Als de universiteiten zouden doen wat de paarse regering wil, dan staan binnenkort vijftienduizend van de vijftigduizend medewerkers op straat. Over de financiele problemen van de 450 duizend HBO- en WO-studenten hebben we het dan nog niet eens gehad en ook niet over het feit dat ze het in het vervolg met een derde van het huidige aantal docenten zouden moeten doen. Van de financiele problemen hebben alleen de rijke studenten geen last, en omdat de arme studenten binnenkort noodgedwongen weg zullen blijven, hebben de rijke studenten ook geen last meer van te volle collegezalen. En zo krijgt de nieuwe klassenmaatschappij pas werkelijk gestalte.
Maar ook die rijke studenten zullen slechter worden opgeleid met het stelsel van Nuis, waarin de eerste fase wordt teruggebracht tot drie jaar. Een ontwikkeling waar niemand tevreden mee is: universiteiten niet, bedrijfsleven niet, en de overheid voor de paarse coalitie ook niet. Waar die anderhalf miljard dan vandaan moet komen, is wel een vraag, maar niet de goede. We leven in een rijk land en de grote bedrijven melden zonder uitzondering enorme kwartaalwinsten. Maar als ze dat al investeren, dan is het in machines, zodat het aantal werklozen verder toeneemt, de staat nog armer wordt en er weer op het onderwijs moet worden bezuinigd.
Gelukkig heeft de paarse mallotigheid niet alleen ellende gebracht. Konden vorige kabinetten nog een verdeel-en-heerspolitiek voeren door de grote universiteiten tegen de kleine uit te spelen, de brede tegen de technische, de studenten tegen de docenten enzovoort, nu is iedereen kwaad. Dat heeft hij toch maar mooi voor elkaar gekregen. Nuis is een held.
De auteur is directeur van het Bureau Studium Generale van de Universiteit Utrecht