Staatsvijand nummer één

Rabat - In het laatste nummer van het drie weken geleden van staatswege de nek omgedraaide onafhankelijke weekblad Le journal hebdomadaire - tien jaar geleden nog symbool voor de ‘Marokkaanse Lente’ - stond onder meer een reportage over 'de kinderen van de terroristen’, sterker, het was het coververhaal. Een typisch LJH-onderwerp, om de combinatie van mensenrechtenschendingen, politieke lamlendigheid, en dwarsheid, want bij Le journal keek men uit principe niet weg voor onderwerpen die dicht tegen het taboe aanliggen. En ja, ook in het islamitische Marokko wil niemand iets te maken hebben met terroristen en hun families.
En dus worden die families naar de rand van de maatschappij gedrukt. Eigenlijk leefden ze daar al - maar het kan altijd nóg ellendiger. LJH bezocht Sidi Moumen in Casablanca, een enorme wijk aan de rand van de miljoenenstad, die flink wat bidonvilles telt. Daar, uit de allerarmoedigste delen van Sidi Moumen, kwamen alle elf terroristen van 16 mei 2003 vandaan, jonge mannen die zichzelf op verschillende plekken in de stad opbliezen en 33 anderen mee de dood in sleurden - voor Marokko zo'n traumatische gebeurtenis dat de gevolgen ervan zich nog steeds laten voelen.
Zo zitten er nog duizend mannen vast, veroordeeld op grond van 'terroristische sympathieën’, ze hebben vaak lange gevangenisstraffen gekregen. Sidi Moumen werd na de bomaanslagen grondig 'schoongeveegd’, en heel wat vredelievende salafisten, vaak makkelijk te herkennen 'baarden’ wier vrouwen boerka’s dragen, belandden achter tralies. Ook hun families ondergaan daarvan de gevolgen.Ze hadden het al niet breed, maar moeten het nu ook nog zonder kostwinnaar stellen. Dat dwingt vrouw en kinderen er vaak toe een mager bestaan bij elkaar te bedelen. Kinderen van gevangen salafisten vertellen hoe ze worden gepest en uitgescholden, en worden vernederd door leraren. Bij het één- of tweemaandelijkse bezoek aan hun man en vader in de gevangenis worden vrouw en kinderen, vooral de dochters, door de bewakers vaak aan vernederingen onderworpen.
De politiek doet er niets aan. Al is bekend dat veel van de opgepakte salafisten onschuldig zijn en niets met terrorisme te maken hebben, aan dit onderwerp brandt men zich liever niet. In een tijd waarin het politieke salafisme ook in Marokko wordt gezien als staatsvijand nummer één wil niemand de schijn wekken daar ook maar enige sympathie voor te hebben.