Staatsvijanden op vrije voeten

Sinds verleden week maandag gaan Hans Krikke en Johan Muter door het leven als staatsvijand. De twee journalisten worden beschuldigd van RaRa-lidmaatschap, maar Justitie laat hen ‘op tactische gronden’ op vrije voeten.

DE BOEL GAAT alsnog op scherp. Na drie decennia van overheidswege te zijn getrakteerd op repressieve tolerantie krijgt de linkse beweging in Nederland dan toch nog de keiharde staatsoppositie die tot nu toe alleen in de op hol geslagen fantasie van de meest paranoide punk-autonoom bestond. De vooral langs publicitaire weg verlopende slijtageslag die het Haagse Openbare Ministerie heeft aangebonden met het Amsterdamse linkse journalistencollectief De Opstand draagt alle sporen van de hardvochtige, vrijuit manipulerende overheid zoals die opduikt in de politieke romans van Heinrich Boll uit de jaren zeventig: strooiend met verdachtmakingen doch nergens een bewijs leverend, wraakzuchtig, intrigerend, verdeeldheid zaaiend, niet gebonden aan welke wettelijke of ethische code dan ook.
Het resultaat, dat moet gezegd, mag er zijn. De Opstand, die goed georganiseerde luis in de pels als het gaat om heikele kwesties als exploitatie van illegale arbeidskrachten, begint in journalistieke kring al aardig verketterd te worden. Hoofdredacteur Bert van Duijn van het progressief-christelijke opinieweekblad Hervormd Nederland, een van de belangrijkste afnemers van de sociale reportages van Krikke c.s., schortte de samenwerking met De Opstand paniekerig op na het meest recente staaltje powerplay van Justitie. Waarschijnlijk schrok Van Duijn zich een ongeluk nadat zijn blad in de kolommen van de in deze affaire ouderwets agitatorische Telegraaf was aangeduid als een ‘links-radicaal actieblad’.
Niet bekend
En dat is nu precies wat de Haagse persofficier van Justitie N. Zandbergen in gedachten moet hebben gehad toen hij verleden week dinsdag in allerijl een provisorische persconferentie belegde waarbij Krikke en Muter werden uitgeroepen tot leden van 'de harde kern’ van de terreurgroep RaRa.
EEN KLEINE RECONSTRUCTIE. Op 28 september jl. verrichtte de Haagse politie tijdens een unieke actie in Amsterdam invallen in vier panden van leden van De Opstand. Alles werd in beslag genomen, van computerapparatuur en dagboekaantekeningen tot telefoonbeantwoorders. Het Haagse Openbaar Ministerie haastte zich met de mededeling dat de leden van De Opstand uitdrukkelijk niet als verdachten golden.
Het onderzoek had als oogmerk de arrestatie van leden van RaRa, zo werd duidelijk, waarbij de indruk werd gewekt dat deze RaRa-leden tot de kringen behoorden die het journalistencollectief van informatie voorzien c.q. daar gebruik van maken. Direct na de politie-invallen kreeg Krikke van een kennis te horen dat de BVD al langer interesse voor hem had getoond. Een asielzoeker uit het Midden-Oosten, die hij voor het krijgen van een verblijfsvergunning had bijgestaan, werd twee maanden geleden benaderd door een heerschap dat later in BVD-dienst bleek te zijn.
Krikke: 'Die kennis werd aanvankelijk uitgehoord over een lid van Dev Sol, die bij de grens was aangehouden. Toen hij daar niets over bleek te weten, kwam het gesprek op mij. Zeker anderhalf uur werd die jongen uitgehoord over waar ik me zoal mee bezig hou, wie ik kende, enzovoort. Tijdens het gesprek heeft die BVD'er zich overigens keurig geidentificeerd met een pasje.’
Vorige week maandag ontvingen Krikke en Muter echter een fax van het Openbaar Ministerie waarin werd gemeld dat er een gerechtelijk vooronderzoek tegen hen was gestart op grond van artikel 140, hetgeen staat voor 'deelneming aan een criminele organisatie’. Een opmerkelijke actie van Justitie: het is niet gebruikelijk dat het OM een gerechtelijk vooronderzoek prematuur in de publiciteit brengt, en al helemaal niet dat daarbij de namen van de verdachten worden genoemd zonder dat er tot aanhouding wordt overgegaan. Want het meest opvallende van de uitspraken van Zandbergen was dat Krikke en Muter 'op tactische gronden’ op vrije voeten mochten blijven. 'Ze zijn voorlopig vrij te gaan en te staan waar ze willen’, aldus de persofficier.
Ondertussen liet Zandbergen het ook totaal in het vage op grond waarvan Krikke en Muter nu precies als RaRa-leden werden beschouwd. Nadrukkelijk zei hij dat de twee niet worden verdacht van het leggen van explosieven, en liet hij doorschemeren dat het zou gaan om zoiets als 'ideologische participatie’. Zo werden de aanwezige persvertegenwoordigers gestuwd naar de conclusie dat Krikke en Muter een hand hadden in de redactie van de befaamde RaRa-communiques, die doorwrochte ideologische verhandelingen die daags na de bomaanslagen op het huis van Aad Kosto in Groot-Schermer (1991) en de Dienst Inspectie Arbeisverhoudingen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1993) de wereld in waren gestuurd.
Bijkomend onderdeel van de bewijsvoering tegen Krikke en Muter was dat ze in hun journalistieke werk op curieuze wijze parallel leken te lopen met de RaRa-activiteiten. Krikke had op 13 november 1991 namens Hervormd Nederland ’s middags een interviewafspraak met staatssecretaris Kosto op het ministerie van Justitie. Dat gesprek ging niet door omdat op diezelfde dag het woonhuis van Kosto de lucht in ging. De week daarop ging het gesprek wel door. Het liep uit op een forse ruzie, waarbij de staatssecretaris de journalist liet weten dat Nederland 'te verwend’ is en dat illegalen op het werk plaats moeten maken voor luie autochtone werklozen. Collega Muter was twee jaar later druk doende met een poging om de DIA te interesseren voor een interview. Diezelfde week ontplofte er een lading semtex-explosieven in het kantoor van die dienst op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het lijkt puur toeval, maar voor Justitie en De Telegraaf was het aanleiding om een samenwerkingsverband tussen De Opstand en RaRa als afdoende bewezen te beschouwen.
'Justitie heeft RaRa op de korrel’, zo meldde het openingsartikel van De Telegraaf daags na de persconferentie van Zandbergen. 'Amsterdams tweetal lid van harde kern’. Vanwege de plaatsing van zijn portretfoto bij het artikel ging Krikke vanaf die dag overal als staatsvijand door het leven. De 36-jarige activist, die via de CPN (drie maanden), de SP, de antikernenergiebeweging en de antimilitaristische actiegroep Burgerlijke Ongehoorzaamheid en Non-Kooperatie (Bonk) uiteindelijk in de geengageerde journalistiek terechtkwam: 'Ik word er nu overal op aangesproken. In de trein, op het schoolplein als ik mijn zoontje kom afhalen. Ik probeer er maar zo koel mogelijk onder te blijven, maar ik kom er toch onder een enorme druk mee te staan.’ De suggestie dat hij op de een of andere manier de hand heeft gehad in de opstelling van de RaRa-communiques wijst hij lachend van de hand. 'Wat, dat ronkende RaRa-proza? Kom nou toch, dat is helemaal mijn stijl niet. Ik vind het een belediging als ik daarmee word geassocieerd. Kijk, wij zijn natuurlijk geen doorsneejournalisten. De Opstand profileert zich nadrukkelijk als een geengageerd collectief. In het verleden heb ik me ook weleens beziggehouden met het vraagstuk van verzet met geweld. Ik heb me altijd op het standpunt gezet dat verzet, mits proportioneel toegepast, op zich gerechtvaardigd kan zijn. Zo vind ik dat een activist zich best mag verzetten als hij ergens bij een blokkadeactie wordt weggesleept door de ME. Ideologisch zit ik wat dat betreft op de lijn van iemand als Bart de Ligt. Maar wat RaRa heeft gedaan gaat mij veel te ver. Dergelijke methoden keren zich alleen maar tegen je, en werken alleen maar verharding in de hand ten opzichte van de groep die je probeert te verdedigen, in dit geval de asielzoekers.
Justitie moet tot de acties tegen ons zijn overgegaan omdat we ons met dezelfde materie bezighouden als RaRa. De laatste jaren houden we ons vooral bezig met het vraagstuk van de arbeidsmigratie, en vooral het illegale deel daarvan. We zijn nadrukkelijk so lidair met illegalen die worden uitgebuit in bijvoorbeeld de confectieateliers, en onze opdrachtgevers - van de Hilversumse omroepen tot de bladen van de vakbeweging - weten dat ook. Dat is juist waarom ze ons inschakelen. Ze weten dat we contacten hebben aan de basis.
De enige reden die ik kan bedenken voor het feit dat Justitie ons wil aanpakken, is dat we ondertussen knap lastig zijn geworden. We bestaan nu tien jaar, en in die tijd hebben we een soort scharnierfunctie gekregen tussen de gematigde en de radicale krachten tegen het huidige vreemdelingenbeleid. We werken samen met de gematigden, zoals de kerken en partijen als de PvdA en D66, maar we hebben ook contacten met mensen uit de kraak- of de studentenbeweging, die er heel wat radicaler over denken. Door ons aan te pakken hoopt Justitie wellicht dat juist de gematigden de handen van ons aftrekken. En ik moet zegen: misschien slagen ze daar nog in ook. Er zijn toch mensen die terugschrikken van al die publiciteit van de afgelopen dagen.
Het is overigens opvallend hoe scherp De Telegraaf tegen ons gekant is. Treffend genoeg hebben we tijdens het maken van een van de Opstand-documentaires over de arbeidssituatie in de illegale naaiateliers ontdekt dat De Telegraaf zelf de werkkleding voor het personeel laat vervaardigen door illegale arbeidskrachten, zoals trouwens ook het bedrijf van Ruud Lubbers gebruik maakt van illegalen. Ze hebben dus iets bij ons werk te verliezen. Daartegenover staan gelukkig ook hartverwarmende reacties. Bij de NCRV wordt nu geprobeerd om een Opstand-documentaire over het leven van uitgeprocedeerde asielzoekers, getiteld Voorbij de laatste stad, vervroegd op tv uit te zenden. Ook de column die Jan Vrijman in Het Parool schreef deed me goed. Hij schreef er bij dat we wel moeten boeten als blijkt dat we de kluit belazeren, maar daar kan ik mee leven. We belazeren namelijk niemand.’