Hoofdcommentaar

Stabiliteit

De merkwaardige verplichting om gezellig te doen op topontmoetingen kan waarschijnlijk worden teruggevoerd op één man: Ronald Reagan, die groots met de informele omgangsvormen aan de haal ging. Zo ontving Reagan de Japanse premier Yasuhiro Nakasone op diens eerste G7-top met de vraag: ‘Hoe noemt je vrouw je thuis?’ ‘Yasu’, antwoordde de Japanner. ‘Well, Yasu’, zei Reagan, ‘ik heet Ron, en hier noemen we elkaar altijd bij de voornaam.’ Nu liep er destijds op topontmoetingen altijd een man rond die in alles de tegenpool van Reagan was, en die er een sport van maakte om ijzige stiltes te laten vallen, opmerkingen met dubbele lading te maken en niet te lachen bij Reagans grapjes: François Mitterrand. Maar zo’n spelbreker ontbreekt nu. Angela Merkel heeft na een ongewenste omarming wel via medewerkers laten weten dat Nicolas Sarkozy voortaan buiten haar ‘persoonlijke ruimte’ moet blijven, maar verder doet ze gezellig mee. En dus wordt de wereld na een ontmoeting als de Navo-top in Boekarest van afgelopen week getrakteerd op kiekjes van een soort vrolijke reünie. Achter de schermen trachtten die leiders elkaar ondertussen hardhandig besluiten door de keel te duwen.

De grootste strijdpunten waren het raketschild dat de Verenigde Staten in Oost-Europa willen bouwen en het Navo-lidmaatschap van Georgië en Oekraïne, waarvoor de VS een krachtige lobby voerden. Ze vonden op dat punt een verenigd West-Europa tegenover zich, en het eindigde in de officiële verklaring dat Oekraïne en Georgië ‘lid zullen worden’ van de Navo. Hoewel dit een ‘ja’ lijkt, betekent dit in diplomatieke termen een voorlopig ‘nee’: de twee landen krijgen geen status van aspirant-lid. Tegen het lidmaatschap van Albanië en Kroatië had overigens niemand bezwaar, Bosnië en Montenegro mogen beginnen aan een ‘geïntensiveerd gesprek’ over toetreding.

De Amerikaanse steun voor het lidmaatschap van Georgië en Oekraïne leek vooral ontsproten aan de wens van George Bush om aan het eind van zijn presidentschap wat positieve noten aan zijn staat van dienst toe te voegen. Niet de beste reden voor zo’n omstreden stap. De West-Europeanen, met name de Duitsers, hadden echter een even slechte reden om tegen de uitbreiding te zijn: de schade die hun relatie met Rusland zou kunnen oplopen. Het halve besluit over de toetreding zal van Navo-uitbreiding rond de Zwarte Zee een terugkerend strijdpunt maken, en het laat fundamentele vragen over de functie en de koers van het bondgenootschap open.

Verslechterde relaties met Rusland is niet iets wat West-Europa licht moet riskeren, maar een verslechtering lijkt het zeker als Oekraïne bij de Navo komt. Rusland heeft echter geen veto over zaken die West-Europa van wezenlijk belang acht. Ook niet via het Russische ‘oliewapen’, dat eerder vervelend dan gevaarlijk is voor West-Europa. En toch is Navo-uitbreiding met Georgië en Oekraïne een slecht idee, en wel omdat die strategische doelen uit de vorige eeuw dient en de Navo zou verzwakken.

Na de Koude Oorlog breidde de Navo snel uit in Oost-Europa om de nieuwe democratieën – en hun militaire apparaat – stevig aan het Westen te verankeren: een prima zet. Maar sindsdien lijken de VS uitbreiding van de Navo en de EU vooral te beschouwen als een manier om de westerse invloedssfeer op te schuiven en voorposten van de liberale democratie te creëren tegen Rusland en islamitisch radicalisme. En dat lijkt meer gebaseerd op wensdenken dan op serieuze strategische analyse.

Georgië en Oekraïne zijn geen Tsjechië of Estland. Het zijn landen met een nog sterk onderontwikkeld democratisch systeem en andere strategische belangen dan de rest van het verbond. Oekraïne is zelden onafhankelijk van Rusland geweest, heeft een grote Russische minderheid en een meerderheid van de burgers is tegen Navo-lidmaatschap. Georgië ligt in de immer instabiele Kaukasus, heeft twee afgescheiden regio’s en grenst aan Tsjetsjenië. Beide landen lijken dan ook met het Navo-lidmaatschap vooral hun onafhankelijkheid van Rusland veilig te willen stellen en hun interne stabiliteit te willen bevorderen.

De Navo en de EU zijn pijlers onder de huidige stabiliteit van een ooit chronisch instabiel en oorlogszuchtig continent. Dat het Navo-lidmaatschap een goede invloed kan hebben op instabiele landen lijdt geen twijfel – Griekenland en Turkijë zijn er voorbeelden van. Maar aan die invloed moeten geen magische krachten worden toegedicht – en het overstretchen van die invloed heeft een prijs: verlies aan slagkracht en coherentie binnen het bondgenootschap. De Navo beslist bij consensus, en dat is zestig jaar lang een relatief klein probleem geweest, omdat de belangen van de Europese bondgenoten en de VS grotendeels samenvielen. Dat zal met Oekraïne en Georgië erbij niet gemakkelijker worden – het Griekse veto over het Macedonische lidmaatschap is al een slecht teken. Juist nu het bondgenootschap zich beraadt op de uitdagingen van de toekomst, en voor het eerst buiten zijn verdragsgebied strijd levert, moet de samenhang niet op het spel worden gezet met experimenten in stabiliteitsbevordering rond de Zwarte Zee.