KUNST

Staccato

Victory Boogie Woogie

Op 3 oktober 1940 arriveerde Piet Mondriaan (1872-1944) in New York. Ondanks zijn hoge leeftijd en krakkemikkige gestel was hij er tamelijk productief. Vier schilderijen waar hij voor de oversteek aan begonnen was werden er voltooid; in maart-april van 1943 werden ze getoond in de Valentine Gallery, samen met Broadway Boogie Woogie, het eerste schilderij dat Mondriaan in de Verenigde Staten maakte. In 1942 was hij aan een tweede stuk begonnen, dat nu onder de naam Victory Boogie Woogie in het Gemeente­museum Den Haag te zien is. Zijn vriendin Charmion von Wiegand memoreerde dat ze hem in de lente van dat jaar opzocht en hij opgetogen zei: ‘Vannacht heb ik gedroomd over een nieuwe compositie.’ Het doek werd in 1945 voor achtduizend dollar verkocht en in 1998 voor tachtig miljoen gulden verworven door de Nederlandse staat. Het is sindsdien buitengewoon grondig onderzocht; de resultaten daarvan zijn vorige week in boekvorm gepresenteerd.

De ontstaansgeschiedenis is zeer interessant. Het blijkt dat Mondriaan de grote lijnen van zijn compositie in een vroeg stadium vastlegde, maar daarna schier eindeloos bleef zoeken en verfijnen. Om te beginnen zocht hij naar precies de juiste kleuren; hij gebruikte bijvoorbeeld vele verschillende soorten blauw, om pas in een laat stadium te kiezen voor één bepaalde tint. Het onderzoek laat zien dat sommige vlakjes vier, vijf keer van kleur zijn veranderd. Maar omdat experimenteren met verf onhandig was, aangezien voor elke nieuwe interpretatie eerst de verf moest drogen en omdat zijn tijd – zijn gezondheid was slecht – beperkt was, begon Mondriaan met stukjes gekleurd tape te werken. Daarmee kon hij veel sneller dingen uitproberen, sneller effecten testen.

Toen ­Mondriaan eind januari 1944 ernstig ziek werd, zag Von Wiegand het schilderij in zijn atelier staan: ‘Het schilderij waarvan ik dacht dat het al af was, was opnieuw bedekt met kleine stukjes tape en zag eruit alsof hij er koortsachtig en met grote intensiteit aan had gewerkt. Het was dynamischer en er leken meer kleine vierkantjes in verschillende kleuren te zijn. Het eerdere schilderij leek achteraf klassieker, serener en minder gecompliceerd. (…) In feite was er weinig veranderd behalve dat er een intensere staccato­beweging in zat.’ Een week later overleed de kunstenaar, 71 jaar oud.

Een van de cruciale vragen die het onderzoeks­team zich moest stellen is: is het schilderij af? Het antwoord is nee, maar misschien was Victory wel ‘onvoltooibaar’ geworden. Het zoekproces was zodanig ingewikkeld dat een definitieve versie ongrijpbaar werd, tenzij, natuurlijk, het geëxperimenteer zou hebben geleid naar Iets Heel Anders. Van zo’n verandering is Victory zwanger; het wordt daarom wel ‘het eerste naoorlogse schilderij’ genoemd, een opmaat van alles wat er in de Amerikaanse abstracte kunst nog zou gaan volgen. Dat is speculatie, en misschien ook wel te veel eer – de invloed van Josef Albers op de naoorlogse generatie lijkt mij bijvoorbeeld veel wezenlijker te zijn geweest.

Het Gemeentemuseum heeft de Victory opgenomen in een mooie dubbeltentoonstelling van Mondriaan en de briljante Alexander Calder, een gelukkige combinatie, omdat er nog maar eens uit blijkt dat Mondriaan net als Calder een intuïtieve, gevoelsmatige, spirituele kunstenaar was en niet de mathematicus waar de leek hem voor verslijt.


Alexander Calder: De grote ontdekking. Gemeentemuseum Den Haag, t/m 28 mei. Maarten van Bommel e.a. (red): Victory Boogie Woogie uitgepakt. Amsterdam University Press