Lusten en lasten van het Internationaal Strafhof

Stad van vrede

Het Internationaal Strafhof levert Nederland banen op. Maar er zijn ook lasten. Wat doen we met vrijgesproken verdachten die niet terug kunnen naar hun eigen land?

Medium strafhof2

Zes potige bewakers in burgerkleding zitten verspreid door de rechtszaal. Sommigen hebben kaalgeschoren hoofden. Allemaal hebben ze handboeien bij zich en oortjes in. Op hun zwarte bomberjacks staat in zilverkleurige letters ‘Justitie’. Daarnaast zitten nog eens drie politieagenten in de zaal van de Amsterdamse rechtbank. De zware beveiliging heeft te maken met drie Congolese mannen, die in donkere kostuums beleefd op een rijtje naast elkaar zitten. Het is hun beroep dat op deze regenachtige dag, 11 april 2013, dient. Rechter H.B. van Gijn checkt de namen en vraagt naar de gezondheidstoestand van een van de Congolezen. ‘Ik hoop dat u aangeeft als het te veel wordt voor u’, zegt ze. Zachtjes roezemoest de stem van de tolk die simultaan naar het Frans vertaalt.

Dan loopt Flip Schüller, advocaat van de Congolezen, met een stapel pleitnota’s naar voren. Hij overhandigt exemplaren aan de rechters en aan de tegenpartij, de landsadvocaat namens de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (ind). ‘We hebben een lange dag voor de boeg’, zegt rechter Van Gijn, die de zoveelste zitting voorzit in wat een ongewone, slepende asielzaak is geworden.

Het begon in maart 2011, toen de drie Congolezen met een vliegtuig vanuit Kinshasa naar Nederland werden overgebracht. Ze kwamen om bij het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, icc) in Den Haag te getuigen ten gunste van twee strijdmakkers – de krijgsheren Mathieu Ngudjolo Chui en Germain Katanga – die werden vervolgd wegens oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid in Oost-Congo. De drie Congolezen waren bijzondere getuigen. Al vele jaren zat het drietal – zonder enige vorm van proces – in Congo in de cel. De afspraak tussen Congo, het Strafhof en Nederland was dat ze na hun getuigenissen weer naar Kinshasa zouden worden gevlogen.

Terugkeer zat er niet meer in, toen de drie getuigen tijdens hun getuigenverklaringen de Congolese autoriteiten beschuldigden van ernstige mensenrechtenschendingen, waarvan president Joseph Kabila zou hebben geweten. Niet de milities van Ngudjolo en Katanga, maar het Congolese leger was verantwoordelijk geweest voor de aanval op het plaatsje Bogoro die centraal stond in het Strafhof-proces. Het drietal vreesde dat na deze aantijgingen hun leven in Congo in gevaar zou zijn, en vroeg in Nederland asiel aan. De ind weigerde hun echter toegang tot de procedure. De mannen verbleven in icc-detentie en dat was geen Nederlands grondgebied, aldus de argumentatie.

Medium strafhof3

De getuigen dreigden pionnen te worden in een complex steekspel tussen het Strafhof (dat van hen af wil – het icc heeft al zo’n anderhalf miljoen euro aan Nederland moeten betalen voor de detentie van het trio), Congo (dat hen opeist) en Nederland. Als Tweede-Kamerlid nam Frans Timmermans (pvda) het voor hen op: ‘Iemand die met belastende verklaringen over Kabila komt, overleeft het geen dag als hij terug wordt gestuurd naar Congo.’ Hij vreesde dat Nederland het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (evrm), dat verbiedt mensen naar landen te sturen waar zij risico lopen, aan zijn laars zou lappen. ‘Dat is een heilig principe voor mij’, aldus het toenmalige Kamerlid. Inmiddels is Timmermans minister in een kabinet dat de getuigen kwijt wil.

Ook de raadslieden Flip Schüller, Göran Sluiter en Marieke van Eik van advocatenkantoor Böhler kwamen in actie. Zij stapten naar de rechter om toelating tot de asielprocedure te eisen. ‘Het onthouden van een toets door een onafhankelijke rechter, en het gevangen laten houden van deze getuigen, doet sterk denken aan Guantánamo Bay’, zo vergeleek Schüller in De Telegraaf de situatie met de Amerikaanse gevangenis waar tientallen nooit berechte terreurverdachten verblijven. ‘En dat in Nederland, de zelfbenoemde juridische hoofdstad van de wereld.’ Schüller opperde dat Nederland dwars lag om toekomstige getuigen te ontmoedigen bescherming te vragen, bang als de staat zou zijn voor een ‘aanzuigende werking’. Eind december 2011 oordeelde de Amsterdamse rechtbank dat de drie Congolezen gewoon asiel mochten aanvragen.

Intussen spanden de advocaten ook een nieuwe zaak aan om Nederland te dwingen de zorg of detentie van de drie op zich te nemen. De Haagse rechtbank wees dat verzoek af. De advocaten gingen in cassatie bij de Hoge Raad, die zich nog moet uitspreken. Het drietal bleef in icc-detentie, waar ze zouden vernemen dat de ind hun asielaanvraag had afgewezen op grond van de 1F-bepaling uit het Vluchtelingenverdrag, omdat het vermoeden bestaat dat de getuigen zelf betrokken waren bij oorlogsmisdaden, en omdat Congo veilig zou zijn. Een visie die de advocaten verwerpen. Er is geen direct bewijs voor betrokkenheid bij misdaden, stellen zij. Bovendien, terugkeer kan niet, want Congo ‘is geen veilige plek’, betoogde Schüller in de rechtszaal in april.

Na zes maanden kwam afgelopen maandag, 14 oktober, de lang verwachte uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. De rechters stelden dat de ind de asielaanvraag terecht heeft afgewezen, want het is ‘aannemelijk dat het drietal zelf betrokken was bij het plegen van misdrijven tegen de menselijkheid’. Maar zij mogen niet worden teruggestuurd naar Congo, omdat er volgens de rechtbank ‘een ernstig risico’ bestaat dat zij in Congo ‘worden vastgezet en geen eerlijk proces krijgen’, en zelfs ‘de doodstraf’ kunnen krijgen. De advocaten overwegen in hoger beroep te gaan tegen de afwijzing van de asielaanvraag. Intussen blijft het drietal in detentie bij het Strafhof, dat onlangs stelde dat alleen Nederland de sleutel tot hun vrijlating heeft.

Medium strafhof1

Wie zijn de mannen die nu al jaren in de cel zitten zonder ooit een proces te hebben gehad?* De Congolezen waren leiders binnen de militiegroepen Front des Nationalistes et Intégrationnistes (fni) en Force de Résistance Patriotique en Ituri (frpi). Hiertoe behoorden ook de twee Strafhof-verdachten Ngudjolo (fni) en Katanga (frpi) voor wie de getuigen het opnamen. Deze milities waren van 1999 tot 2003 betrokken bij een bloedige oorlog in het Oost-Congolese district Ituri, waarbij minstens vijftigduizend doden zijn gevallen.

Anneke van Woudenberg, onderzoeker bij Human Rights Watch, kende twee van de getuigen persoonlijk. Vooral met F.N., die fni-voorzitter was, heeft ze vele gesprekken gevoerd. Hoewel Van Woudenberg er telkens bij hem op aandrong, deed F.N. niets om de gruweldaden door zijn milities te stoppen. ‘Hij was er niet toe in staat, of sloot er zijn ogen voor’, zegt ze. De andere getuige, M.I., werkte vroeger voor de Congolese geheime dienst, waarna hij een hoge positie binnen de frpi bekleedde en tevens ‘minister van Defensie’ bij het fni was. Hij bepaalde de militaire strategie en gaf bevel tot inlichtingenwerk, arrestaties en het martelen van gevangenen, aldus Van Woudenberg. Acht jaar geleden begonnen de Congolese autoriteiten met het arresteren van deze militieleiders omdat ze betrokken zouden zijn geweest bij de moord op negen VN-blauwhelmen en andere misdaden. Van een proces zou het nooit komen.

De kwestie van de drie getuigen schaart Sjoerd Sjoerdsma, Tweede-Kamerlid voor d66, onder de ‘weeffouten’ waar bij de oprichting van het Strafhof te weinig rekening mee is gehouden. ‘Maar ik zou het wel in perspectief willen plaatsen. Want hoe vaak komt dit nu voor?’ Bij het Strafhof hebben sinds de oprichting in 2002 ruim tweehonderd getuigen in diverse zaken verklaringen afgelegd. Vier getuigen hebben asiel aangevraagd (één Congolees is wel al teruggekeerd naar Congo). Advocaat Schüller vindt dat Nederland de kwestie moet regelen in een wet in plaats van in beleid.

Maar potentieel kunnen volgende asielaanvragen uitgroeien tot een enorm probleem waarover bij het Strafhof grote bezorgdheid heerst. Sjoerdsma ziet dat het icc preventiemaatregelen heeft genomen. Neem de zaak tegen Jean-Pierre Bemba Gombo, de voormalige vice-president van Congo, die terechtstaat voor internationale misdrijven die zouden zijn begaan door zijn militiegroep in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Steeds vaker worden de getuigen die door Bemba worden opgeroepen niet naar Nederland gehaald. Ze leggen hun verklaringen af op een geheime locatie in de regio (vaak bij een post van de Verenigde Naties) via een soort Skype-verbinding, die overigens regelmatig kraakt en wegvalt. ‘Het is nog wel een vraag hoe toelaatbaar het horen op afstand is’, zegt Sjoerdsma. Maar het ‘telehoren’ voorkomt wel dat getuigen asiel aanvragen of in Nederland de illegaliteit in duiken, zoals vorig jaar waarschijnlijk is gebeurd met een getuige in de Bemba-zaak.

Het is echter geen oplossing voor verdachten die door het Strafhof worden vrijgesproken, maar niet terug kunnen naar hun eigen land. Dat dit geen theoretisch vraagstuk is, blijkt uit de pikante ontwikkelingen rondom Strafhof-verdachte Ngudjolo. De Strafhof-rechters spraken hem op 18 december vorig jaar vrij, maar lieten wel weten dat als een verdachte ‘niet schuldig’ is bevonden, dit niet automatisch betekent dat hij ‘onschuldig’ is.

Op 21 december 2012 kwam Ngudjolo vrij uit icc-detentie – waar ironisch genoeg zijn drie getuigen vast bleven zitten. Daarop vervoerden de Nederlandse autoriteiten de vrijgesproken ex-krijgsheer naar Schiphol om hem naar zijn vaderland uit te zetten. Op het laatste nippertje wist Ngudjolo, die ook vreest niet veilig te zijn in Congo, asiel aan te vragen. Meteen werd hij in vreemdelingendetentie gezet. Terwijl het toch voor iedereen duidelijk was, stelt advocaat Sluiter, dat Ngudjolo voor het beroep dat de icc-aanklager tegen de vrijspraak aantekende sowieso in Nederland moest blijven. In mei boekte Schüller voor zijn cliënt een overwinning. De Nederlandse rechter eiste Ngudjolo’s onmiddellijke vrijlating en oordeelde dat de staat hem een schadevergoeding van 2400 euro moest betalen. Ngudjolo verblijft op een geheim adres in Nederland, terwijl zijn Nederlandse asielzaak en icc-beroepszaak lopen.

Medium strafhof4

Op zichzelf, stelt Sjoerdsma, moeten vrijgesproken verdachten terug naar hun eigen land, of naar een derde land worden gebracht. Maar het Strafhof heeft geen overeenkomsten weten te sluiten met landen om deze mensen op te opnemen. Over Ngudjolo’s asielaanvraag zegt Sjoerdsma: ‘De bewijslast ligt bij de ind die duidelijk moet maken dat er een ernstige verdenking wegens misdrijven tegen hem is. Maar als asiel wordt gehonoreerd kan al dan niet terecht de perceptie ontstaan dat Nederland asiel verleent aan een mogelijke oorlogsmisdadiger.’

Ondanks deze lastige kwesties benadrukt Sjoerdsma dat zijn partij groot voorstander is van het Strafhof, dat Den Haag een uitgelezen kans biedt zich internationaal te presenteren als ‘stad van vrede en gerechtigheid’. Samen met andere partijen heeft d66 het kabinet diverse keren gemaand zich als een goed gastheer op te stellen. De Nederlandse regering had bij de start van het Strafhof toegezegd tien jaar lang de huur te betalen, maar wilde daarmee stoppen toen die periode in 2012 was afgelopen. Inmiddels is besloten dat Nederland blijft meebetalen aan de jaarlijkse huisvestingskosten van zes miljoen euro tot de nieuwbouw voor het Strafhof in 2015 klaar is. Daarnaast draagt de regering zo’n drie miljoen euro bij aan het icc-budget. Nederland dankt ‘vele duizenden banen’ aan de aanwezigheid van het Strafhof, aldus d66. Overigens denkt het icc zelf dat zijn aanwezigheid Nederland jaarlijks maar liefst 66 miljoen euro oplevert. De pro’s en contra’s afwegend stelt Sjoerdsma: ‘Het Strafhof brengt Nederland veel lusten, en inderdaad, een aantal lasten.’


* Omdat het om asielzoekers gaat, zijn hun namen in initialen weergegeven