Het links akkoord van Amsterdam

Stad zonder kreeften

Het nieuwe college van GroenLinks, D66, PvdA en SP in Amsterdam breekt radicaal met het neoliberale beleid van de afgelopen decennia. De hoofdstad wordt een Fearless City.

Medium gettyimages 519653745
‘Waar mensen volstrekt verschillende geschiedenissen kennen, maar samen een toekomst delen’ © Merten Snijders / Lonely Planet / Getty Images

‘O boy’, was de eerste reactie van Forum voor Democratie-raadslid Annabel Nanninga op het net gepresenteerde coalitieakkoord. Enigszins verbouwereerd stond ze de lokale nieuwszender AT5te woord over de plannen van GroenLinks, d66, pvdaen sp. ‘Ik moet even bijkomen.’ En na een korte stilte: ‘Ik vind het echt een soort ehm… extreem-links bakfietssocialisme, denk ik.’ Haar cda-collega Diederik Boomsma, binnen de Stopera en daarbuiten zeer gewaardeerd om zijn dossierkennis en politieke kwaliteiten, was minstens even verbaasd over wat hij zojuist in het Van Eesteren Paviljoen aan de Sloterplas te horen had gekregen. ‘Ja… pfffff…’ Een gimmick, noemde hij het akkoord, toen hij de juiste woorden had gevonden. Van ‘kijk nou, wat zijn we links’. Waarom al die lastenverzwaring? En waarom al die verkoopverboden? ‘Bont, kreeft. Waar slaat dat op?’

Mocht iemand nog twijfels hebben gehad over de intenties van het nieuwe gemeentebestuur, dan zijn die nu weggenomen. Zo links als lijsttrekker Rutger Groot Wassink van GroenLinks zich presenteerde tijdens de campagne, zo links is het akkoord ook geworden. Daarmee breekt het aantredende college met het beleid van de afgelopen decennia, waarin het neoliberalisme het heersende gedachtegoed is geweest.

De omslag zit ’m deels in de concrete doelstellingen en maatregelen, maar vooral ook in de toon die doorklinkt in Een nieuwe lente en een nieuw geluid. In de gemeenschappelijke visie die wordt beschreven op de eerste drie pagina’s van het akkoord maken Groot Wassink, Reinier van Dantzig (d66), Marjolein Moorman (pvda) en Laurens Ivens (sp) duidelijk dat het de komende jaren niet zozeer gaat om groei en economisch succes, als wel om het herstellen van het evenwicht in de stad.

Het succes dat de stad in de afgelopen decennia heeft geboekt is iets om trots op te zijn, zo luidt de boodschap, maar het is tijd om de aandacht te verleggen naar de keerzijde ervan: verdringing van lage en middeninkomens, toenemende kansenongelijkheid en verbrokkelende sociale structuren. Deze ontwikkelingen drukken in toenemende mate een stempel op het karakter van Amsterdam en bedreigen de specifieke kwaliteiten waar de stad zo graag om bekend staat: ‘Het is de plek waar steenrijk en straatarm samen op de pont staan. Waar je dagelijks vertrouwde vreemden tegenkomt en waar tegelijk vervreemding op de loer ligt. Waar talloze zaken tot in detail zijn geregeld, maar waar ook ruimte is voor tegencultuur en rafelrand. (…) Waar je plots in een fietsfile belandt en niet veel later in je eentje langs sloten en groene weilanden fietst. Waar mensen volstrekt verschillende geschiedenissen kennen, maar samen een toekomst delen.’

In de wetenschap dat de problemen waar de stad mee worstelt te complex en omvangrijk zijn om in vier jaar te kunnen oplossen, kiest het college bewust voor een andere tijdshorizon. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar en dat wordt aangegrepen als kapstok. Het beleid van de komende jaren staat in dienst van de ambitie om het jubileumjaar tot een feest voor iedereen te maken. ‘Ons doel is dat Amsterdam zich dan kenmerkt als rechtvaardige, verbonden, vrije, duurzame en democratische stad.’ De keuzes die nu en de komende jaren worden gemaakt gaan niet uit van competitie, maar van coöperatie. Welvaart die voortkomt uit bedrijvigheid, creativiteit en ondernemerschap moeten worden omgezet in kansen voor iedereen.

Het zijn stevige ambities, die aansluiten bij de toon en de inhoud van de debatten in de aanloop naar de verkiezingen. Voor de linkse partijen en hun achterban was de spreekwoordelijke emmer overgelopen. ‘Amsterdammers snakken naar een andere koers’, zei Groot Wassink daarover een paar maanden geleden. Het was een verwijzing naar het liberale beleid van de afgelopen vier jaar, waarin d66, vvd en de sp weinig hebben gedaan om de problemen te verzachten. Vier jaar lang is er gepraat over een gebrek aan woningen in het middensegment, maar tot concrete plannen leidde het nauwelijks. Plannen die er wél waren, werden ondermijnd door ruzies tussen de besturende partijen. Ook over onderwerpen als zorg, armoede, segregatie en sociale huurwoningen waren de drie partijen het fundamenteel oneens. Gemaakte afspraken werden over het algemeen netjes nagekomen, maar van een gedeelde visie of van overtuiging om de problemen het hoofd te bieden was geen sprake.

‘Ik moet even bijkomen... Ik vind het echt een soort ehm... extreem-links bakfietssocialisme, denk ik’

Dat lijkt nu anders te zijn. Alleen al het feit dat GroenLinks, pvda en de sp voorafgaand aan de verkiezingen een ‘Links Pact’ sloten, geeft de gezamenlijkheid van de ambities aan. Groot Wassink, Moorman en Ivens trokken maandenlang samen op, vielen elkaar niet af en verkondigden dezelfde visie en idealen. Op het moment dat GroenLinks als grote winnaar uit de bus rolde, was een samenwerking tussen de drie partijen de enige logische keuze. Als noodzakelijke vierde partij koos Groot Wassink voor d66, tot grote teleurstelling van zowel de Partij voor de Dieren als de vvd.

Het is veelzeggend voor de nieuwe koers van de stad dat er in Een nieuwe lente en een nieuw geluid relatief weinig aandacht is voor economie, voor het aantrekken van bedrijven en voor de positie van Amsterdam in de concurrentiestrijd tussen steden wereldwijd. Veel aandacht gaat uit naar thema’s als discriminatie, segregatie, armoede en schuldenproblematiek. Het plaveien van de weg naar verdere economische groei is niet langer het centrale thema. De komende jaren staan in het teken van damage control en het aanpakken van problemen die onder invloed van almaar verdergaande globalisering, privatisering en liberalisering zijn ontstaan. Daarvoor wordt flink in de buidel getast. Er wordt geïnvesteerd in onder meer zorg, onderwijs en cultuur en geld vrijgemaakt voor het realiseren van betaalbare woningen.

Het zijn keuzes die gezien de kleur van het college voor de hand liggen, maar die tegelijkertijd ook risico’s met zich meebrengen. Als er iets doorklinkt in het coalitieakkoord, dan is het eensgezindheid en een volledig gebrek aan wrijving. Aan de onderhandelingstafel hebben zo nu en dan ongetwijfeld stevige gesprekken plaatsgevonden, maar die zijn nauwelijks terug te vinden in het voorgestelde beleid. Daardoor bekruipt je soms het gevoel dat er iets niet klopt. Is het dan echt zo makkelijk?

Het woonbeleid is een van de voorbeelden. Jaarlijks zullen er 7500 woningen worden bijgebouwd, waarvan 2500 sociale huurwoningen. Corporaties mogen geen woningen meer verkopen, maar mogen (of moeten?) jaarlijks 1300 woningen doorschuiven naar het middensegment. Daarvoor zal een maximale huurprijs gelden van 971 euro en een maximaal inkomen van 60.000 euro. Bovendien zullen ieder jaar 1650 nieuwe woningen in het middensegment worden gebouwd.

Het lijkt een mooi antwoord op de schaarste aan betaalbare woningen, maar het roept ook meteen de vraag op wie dat allemaal gaat betalen. Voorzitter Egbert de Vries van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties reageerde weliswaar positief op het akkoord, maar wel met de nadrukkelijke opmerking dat de corporaties niet alleen kunnen opdraaien voor de kosten. Als zij geen woningen kunnen verkopen, nemen de inkomsten drastisch af. Bovendien zijn de eisen van het college hoog: het onderhoud aan bestaande woningen moet beter en het streven is dat alle woningen in de stad in 2040 aardgasvrij zijn. Laurens Ivens, die opnieuw aantreedt als wethouder van Wonen en Bouwen, antwoordde daarop dat de corporaties dan maar iets minder winst moeten maken. Het is een voortzetting van de discussie die Ivens ook de laatste vier jaar voerde met corporaties én ontwikkelaars en die voor veel wrevel zorgde. Volgens ontwikkelaars en corporaties is het juist de gemeente die iets minder op de centen moet zitten. Om de hoge ambities waar te maken zal een meer constructieve houding noodzakelijk zijn.

Het neemt niet weg dat veel van de voorgestelde maatregelen in het akkoord onvermijdelijk of op z’n zachtst gezegd zeer gewenst zijn. Op het gebied van zowel duurzaamheid als massatoerisme wordt na jaren van aarzelingen nu radicaal ingegrepen. De binnenstad wordt autoluw, in woonstraten gaat de maximumsnelheid terug naar dertig kilometer per uur, er wordt geëxperimenteerd met ‘leefstraten’ zonder autoverkeer en snorfietsers verdwijnen van het fietspad. Touringcars zijn niet meer welkom binnen de ringweg A10, de toeristenbelasting gaat fors omhoog, de Passenger Terminal voor cruiseschepen zal bij voorkeur verhuizen naar een andere gemeente en de mogelijkheid wordt onderzocht om Airbnb te verbieden in de drukste wijken van de stad. Om monocultuur tegen te gaan, zal de gemeente ouderwets gaan brancheren om zo veel strikter te kunnen bepalen welke functies er in welke panden zijn toegestaan.

In reactie op het akkoord liet minister-president Rutte weten bijzonder ongelukkig te zijn met de plannen in de hoofdstad. Tijdens het partijcongres van de vvd zei hij het gevoel te hebben dat de stad verloren was gegaan aan ‘links’. Dat gevoel kwam misschien niet eens zozeer voort uit de maatregelen op het gebied van wonen, duurzaamheid en toerisme, als wel uit de meer symbolische passages uit het akkoord. Met een 24-uurs opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers gaat Amsterdam lijnrecht in tegen de regels uit Den Haag. Door zich aan te sluiten bij het Fearless Cities-netwerk gaat Amsterdam een verbond aan met andere Europese steden die zich verzetten tegen de neoliberale dogma’s. Het actief stimuleren van tegencultuur en nachtcultuur is een reactie op het pleidooi voor ‘gewone, normale Nederlanders’ en de verering van de ‘hard werkende Nederlanders’.

Zoals ook het verbod op de verkoop van bont en levende kreeften meer moet worden gezien als een symbolische maatregel. De tijd dat de overheid de markt vrij spel gaf, is in Amsterdam voorbij. De teugels worden aangetrokken, om zo meer ruimte te creëren voor activiteiten en waarden die niet direct in geld zijn uit te drukken.

In de komende jaren zal blijken of het inderdaad lukt de macht van de markt terug te dringen en een nieuw evenwicht tot stand te brengen. Na jaren van terugtrekkende bewegingen is er onder de bevolking de nodige scepsis over de (potentiële) macht van de overheid. Er is te lang en te vaak gezegd dat er niets tot weinig te doen valt aan de impact van het massatoerisme en de stijgende woningprijzen. Dat de stad geen andere keus heeft dan zich te vormen naar de trends van de globaliserende economie en de wensen en voorkeuren van de creatieve klasse.

Daaraan komt nu een einde. De aandacht van de Stopera zal nu in eerste instantie uitgaan naar andere belangen en andere groepen. Met of zonder steun van Den Haag. Voormalig staatssecretaris Sharon Dijksma (pvda) zal als wethouder een belangrijke rol krijgen in de wisselwerking tussen college en kabinet. Na 28 jaar als Kamerlid en staatssecretaris is haar netwerk in Den Haag groot en divers. Via Twitter beantwoordde ze de opmerking van Rutte met de tekst: ‘Beste @MinPres, we zijn nog niet eens begonnen! #rustaaagh.’ Afgesloten met een knipoog.