Stad zonder sheriff

Midden in Los Angeles ligt Watts, waar in augustus 1965 ernstige rassenrellen uitbraken. Thomas Pynchon schreef er een jaar later in The New York Times Magazine een visionair essay over.

Hij schreef over armoede en paranoia in dat zwarte stadsdeel en over de wonderen die de hangjongeren op de straathoeken nooit overkwamen. In het apocalyptische, symbolische slot beschrijft Pynchon het kunstwerk The Late Late Late Show: een kapotte tv waarin geen beeldbuis maar een menselijke schedel zit.

All Involved, het romandebuut van Ryan Gattis, gaat over Lynwood (vlak bij Watts) in het Los Angeles van 1992 vlak nadat de agenten die de zwarte Rodney King in 1991 hadden afgetuigd zijn vrijgesproken. Het verhaal over zes dagen geweld en tegengeweld begint niet toevallig met een motto uit Pynchons essay, dat voorspelde dat een volgende uitbarsting van geweld onvermijdelijk zou zijn als er niets zou veranderen. En de televisie speelt in All Involved (Nederlandse vertaling: Zes dagen) ook een rol, al is het dan op de achtergrond. Gattis gebruikt dat massamedium om het dagelijks nieuws over rellen, brandstichtingen en plunderingen in zijn vertelling te verwerken. En ook hij voorspelt dat er na L.A. 1992 nieuwe explosies zullen komen (hij heeft helaas al lang gelijk gekregen).

All Involved rauw realisme noemen is een eufemisme. Achter het geweld dat de vrijspraak van de agenten oproept schuilt een ander geweld, dat van de bendes die elkaar bestoken. Maar het excessieve geweld weet Gattis stevig psychologisch in te bedden. Bovendien is de opbouw van zijn literaire zesdaagse een vondst: het verhaalperspectief verspringt per hoofdstuk zodanig dat de lezer een caleidoscopisch beeld krijgt van de multiculturele samenstelling van de stad. ‘L.A. is eindeloos groot. Stranden, heuvels, teerputten, bergen, Downtown, woestijn en een enorme betonnen rivier. Het gaat maar door. Alsof we een compleet land zijn.’

Gattis begint met de welhaast zakelijke beschrijving van een wraakoefening onder zwaar bewapende gangsterbendes: het afmaken van een onschuldige man die braaf zijn dagelijks brood wil verdienen. Daarop volgt een kettingreactie van geweld. Daarvan is de lezer getuige dankzij de gewiekste wisseling van vertel-invalshoeken. Niet alleen volgen wij het verhaal vol destructie via Latino’s, ook de blik van een jonge Koreaan, een Kroaat en een blanke anonymus (van de National Guard-‘bende’ die systematische wraakacties uitvoert) komt aan bod.

Het lijkt of alle personages zich in een bekentenisachtige monoloog tot de lezer richten en hem zo dwingen na te denken over hun moraalloosheid, heldenmoed, lafheid of domheid. Anders gezegd: we volgen de geweldsspiraal en de psychologische drijfveren van de direct en indirect betrokkenen: gangsters en hun loopjongens, een verkoper in een Mexicaans eettentje, een verpleegster, een brandweerman, de zoon van een burgerwacht, een junk, een graffitikunstenaar en een schrijver in spe. Noem ze Big Fate, Lil Mosco, Clever, Payasa (‘ons omleggen is zoiets als vuilnis buitenzetten’), Watcher, Creeper, Apache, Momo, Trouble, Gloria of hoe dan ook.

Maar Gattis schrijft uiteindelijk één verhaal: dat van Lynwood (South Central) in Los Angeles, de meest criminele buurt in de bendehoofdstad van de wereld. Niet het voor de hand liggende verhaal van het geweld dat de televisie toont, maar het daarachter liggende rampenverhaal van de achtergestelden die op de been blijven door voor eigen rechter te spelen.

All Involved gaat over een verborgen Amerika, dat ‘wittemensenland’ dat al heel lang geen blank bastion meer blijkt te zijn omdat andere immigranten, illegaal of niet, hun rechten opeisen. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks: hier zijn wij en wij gaan nooit meer weg, desnoods stellen we onze eigen wetten op of besluiten we, zoals in die zes dagen in april-mei 1992, dat alle wetten of territoriale en morele grenzen er even niet toe doen. Zoals een jongen van een ‘burgerwacht’-vader van Koreaanse komaf denkt: ‘In westerns laat de sheriff de stad nooit in de steek. Dat zou on-Amerikaans zijn. Maar hier gebeurt dat wel. De National Guard is wel in South Central, maar niet hier. Wij hebben geen badge, maar die zouden we wel moeten hebben. Niets is Amerikaanser dan voor jezelf opkomen als iemand over je heen probeert te walsen. Dat is al sinds de stichting van Amerika zowat de kernwaarde van dit land.’

Met een geweer valt geestelijke rust samen met veiligheid. Het is ondanks alles een ‘gelijkmaker’. Dat is een typisch Noord-Amerikaanse gedachte, niet alleen onder Republikeinen of in het Diepe Zuiden. Zelfredzaamheid – om een kernwoord uit het gedachtegoed van Ralph Waldo Emerson (self-reliance) aan te halen – is de houding waar alles in de VS om draait. En die zelfredzaamheid doet niet onder voor burgerlijke ongehoorzaamheid, opstandigheid of openlijk verzet. Gattis wil in All Involved het verhaal achter die houding vertellen. Hij is diep doorgedrongen in het paranoïde bestaan van Latino-stadsgangsters zonder een moraal op te dringen. Dankzij die terughoudendheid kan de lezer zelf kiezen hoe hij zijn sympathieën en antipathieën verdeelt en zich afvragen hoe hij zou handelen als hij een gewelddadige aanval te verduren kreeg. Want wat doe je als de politie een week lang elders druk bezig is?

Ryan Gattis

Zes dagen

Vertaald door Gerda Baardman. Nijgh Van Ditmar, 432 blz., € 20,-