Stadhouder Willem III inspireert Boris Johnson

Londen – Eind juni 1990 bracht Alan Clark, een onderminister van Defensie, een bezoek aan Greenwich. In zijn dagboeken noteerde de Conservatief, euroscepticus en militair historicus het volgende: ‘Deze ochtend was ik in Greenwich – wat een ongelooflijke gebouwen, beter dan Versailles, we zouden er echt iets mee moeten doen, iets veel belangrijkers.’ Een kleine dertig jaar later is zijn wens uitgekomen, nu Boris Johnson daar maandag zijn eerste post-Brexit toespraak hield.

De premier deed dit in The Painted Hall, de Britse versie van de Sixtijnse Kapel. Te zien op de vroeg achttiende-eeuwse plafondschilderingen is ‘onze’ Willem III met zijn Britse vrouw Mary Stuart. Sir James Thornbill had het koningspaar op goddelijke wijze afgebeeld, als de brenger van vrede en democratie die een eind maakte aan tirannie en machtswillekeur. Willems voeten rusten op het hoofd van Lodewijk XIV.

De afgelopen jaren zijn de fresco’s grondig schoongemaakt, reden te meer voor Johnson om deze plek uit te kiezen voor een toespraak over de Britten als kampioenen van de vrijhandel en over de wens een alomvattend handelsakkoord te sluiten met de Europese Unie. Op hetzelfde moment presenteerde EU-onderhandelaar Michel Barnier een onderhandelingsdossier in de minder grandioze gebouwen in Brussel. Het was een groot verschil met Johnson, die min of meer voor de vuist weg sprak. Britse retorica tegenover Brusselse technocratie.

Johnson wees in zijn peppraatje op het optimisme en de explosie van wereldwijde handel in die tijd, mogelijk dankzij de maritieme technologie. ‘Boven ons zien we de ankers, kabels, roeren, zeilen, roeispanen, kruitvaten, vlaggen, sextanten, kompassen en contacttuigen. Het enige dat mist, is John Harrisons zeeklok – maar die is hier elders in Greenwich te zien. Ook deze is hier in opdracht gemaakt, zodat de handelsschepen wisten hoever ze van de Meridiaan waren.’

De toespraak werd lovend ontvangen door de brexiteers. ‘Waar beter kon de premier wereldhandel ter sprake brengen dan in Greenwich’, jubelde Daniel Hannan, tot voor kort Europarlementariër, ‘waar hij de lof kon zingen van het schilderij van Willem en Mary’. Wat Johnson en Hannan er niet bij zeiden, was dat stadhouder Willem met een flink invasieleger naar Engeland was gekomen, om te voorkomen dat de Britse koning James II en Lodewijk XIV samen zouden optrekken tegen de welvarende, maar kwetsbare Republiek.

De Glorieuze Revolutie van 1688 was in feite een flinke inbreuk op ’s lands soevereiniteit.