TELEVISIE

Stadse treiteraar

Max en Maxim

Zo rijk als de Schepping, zo rijk het Bestel. Van Looft den Heer tot Loochent Hem. Van Omroep Max tot Omroep Maxim. Max bedient onder Jan Slagter de kijker die inhaakt bij Twee ogen zo blauw en kirrend toegesproken wordt als ware zij/hij geen 83 maar drie. Maxim (een VPRO-dependance), onder oudere (!) jongere Maxim Hartman, mikt op jongeren die schijt hebben aan inhaken en blauwe ogen (tenzij geslagen), houden van keten en bij de term ‘beschaafd’ hun blote kont tonen. Toch zijn er overeenkomsten, zoals de enorme ego’s die het gezicht van die omroepen bepalen. Natuurlijk had de Tros niet met Avro maar met soulmate Max moeten fuseren. Maar Slagter wil alléén verder. Daar wendt hij, net als die andere bejaardenfluisteraar Jan Nagel, de nobelste bedoelingen bij voor, maar deze nieuwbakken omroepbestuurder alias presentator van wezenloze geheugenquizjes en talentloos voorlezer van in-flauwe moppen uit de jaren dertig tot vijftig lijkt vooral eigen macht en gewin voor ogen te hebben.
Dan is Maxim mij veel liever. Ook egotripper, maar eentje die ontregelt, gein tussen ongein mengt, zelfspot kent en het genre van de personality-show zowel persifleert als analyseert. Ooit verziekte hij met kinderprogramma Rembo & Rembo de resultaten van verantwoorde opvoeding middels een grensverleggende mix van poep, pies en ADHD-absurdisme. Minder begaafd achterneefje van de geniale Wim T. Schippers. Sindsdien zijn mede dankzij Bart de Graaf ontregeling en provocatie van avant-garde tot mainstream geworden, zij het stukken platter; en dankzij Castricum en Weesie ook nog politieker en rancuneuzer. En je moet erg goed kijken om in Omroep Maxim meer te zien dan de botte ongein waarin Nederland 3 zich heeft gespecialiseerd. Een boodschap heeft Omroep Maxim niet, behalve dat je met iedereen en alles kunt dollen en dat veel van de interviews en reportages op de televisie spontaan lijken maar ingestoken en gemanipuleerd zijn. Dus komt Maxim een naaiatelier (ha, ha) binnen, stelt een vraag ('waarom leer je je eigen kleren naaien?’), keurt het antwoord ('omdat het leuk is’) af, vertelt hoe het moet ('geldgebrek’), komt weer binnen, stelt de vraag opnieuw en krijgt het gewenste antwoord door iemand die in een deuk ligt om deze flauwekul en om Maxim. Want daarom gaat het veel meer dan om wat of wie ook. Soms is het even leuk, dan gaat het vervelen, maar Maxim gokt erop dat overkill op een bepaald moment weer slappe-lach-achtig wordt.
Tussen Max en Maxim bestaat een curieuze overlapping: bij de laatste komen regelmatig Max-kijkers in beeld. Maxim noemt zichzelf immers trots BN'er-vrij maar vermeldt niet dat de Onbekende Nederlanders die hij voor zijn 'reportages’ bezoekt zijn uitgezocht op hun talent zich in de zeik te laten nemen. Waar heeft Brabantse Joke met haar hoogsteigen Was- en Strijkmuseum het aan verdiend om systematisch verkeerd begrepen en op het verkeerde been gezet te worden? Blij met tv-bezoek gaat dit 'dom boerinneke’ op alle provocaties van die stadse treiteraar in: láche. Anderzijds, ik sluit haar in mijn hart vanwege haar verzamelwoede, haar liefde voor was- en strijkwerk gekoppeld aan educatie over het harde huisvrouwenbestaan, haar geduld, oprechtheid en moed: 'Ge zijt een beetje aan het jennen maar ik stuur u onderhand naar huis.’ En zonder Maxim, die haar vermoedelijk ook waardeert om haar authenticiteit en waardigheid, had ik haar niet leren kennen. Ook andere (maar niet alle) slachtoffers laten zich talentvol en met leeuwenhart in de maling nemen, waardoor het resultaat draaglijker wordt. Maar ik vrees dat het een fiks deel van zijn publiek niet om de waardigheid maar om de 'lachwekkendheid’ gaat van Onbekenden die de eer en glorie van Maxim Hartman dienen.

Omroep Maxim. VPRO, maandag, Nederland 3, 21.20 uur