Stadsklanken

Soundscape Amsterdam (Ssccd 001), distributie door Staalplaat, Amsterdam.
De ene stad is beroemd om haar sprookjesachtige verlichting (Parijs), de ander om haar zinsbegoochelende geuren (Lissabon), weer een ander om haar onweerstaanbare temperament (New York) of om haar mooie lichtval (Venetie). Is er echter iets poetischer denkbaar dan een stad louter vanuit het oor te benaderen? Immers, wie de ogen sluit, opent de fantasie, zoals de schrijver Italo Calvino op een fascinerende manier liet zien in een Un re in ascolta (door Luciano Berio weer op muziek gezet).

Soundscape Amsterdam heet het project dat een tiental jonge componisten onlangs uitvoerde tijdens de Gaudeamus Muziekweek. Gewapend met een DAT-recorder gingen ze op pad om Amsterdam in haar meest karakteristieke klanken te vangen. Deze klankportretten, die onmiddellijk op cd zijn verschenen, verschillen enorm. Allereerst zijn er de auditieve rondleidingen, zoals in de stukken Luisterrijk Amsterdam (Roger Herpers) en De wereldse stad Amsterdam (Marcel Wardenier). De makers hebben niet veel meer gedaan dan een collage vervaardigen van straatgeluiden. Zo passeren we in Luisterrijk Amsterdam een draaiorgel, toeterende auto’s en voorbijrazend verkeer, om tenslotte een duik te nemen in het roezemoezige cafeleven.
Deze straatgeluiden vormen in feite ruw materiaal dat door de componist gemonteerd is. Het effect is grappig, maar gaat gauw vervelen. Veel aardiger zijn de stukken waarin de componist als regisseur optreedt en een eigen visie op de stad toont. De invalshoek die David Caron in Boottocht heeft gekozen is Amsterdam te water - en in de lucht, want het dramatische hoogtepunt doet zich voor op het moment dat een vliegtuig zich dreunend door de dampkring boort, een geluid dat helaas heel karakteristiek voor het Amsterdamse geluidslandschap is geworden. De watergeluiden spreken tot de verbeelding. Het klotsende water tegen de rand, het zeurderige gebler van het motortje en het gekrijs van meeuwen - je hoeft je ogen maar dicht te doen en je dobbert zelf door de grachten.
Zo laten Rolf den Otter & Othmar Schimmel in V=S/t (de natuurkundige formule voor snelheid) verschillende vormen van vervoer de revue passeren: van de ouderwetse benenwagen tot een knetterend brommertje, met als climax (of anticlimax?) de dichtklappende deuren van de metro, die nergens ter wereld zo'n lullig pufje geven als in Amsterdam. Terwijl in Stadsvogels van Hannah Bosma het uitvoeren van de opdracht zelf het onderwerp is (‘Je hoort zoveel, maar een microfoon is geen oor’), brengt Dyane Donck in De 4 daggetijden een heel etmaal Amsterdam in kaart, waarbij de late nacht naadloos overvloeit in de vroege ochtend.
Een van de origineelste bijdragen is Schizofonia van Rozalie Hirs. Het stuk opent met een vreemd gelach, gevolgd door een Amerikaanse stem 'Good, that’s good’. Daarmee is de toon gezet voor een vervreemdende tocht door Amsterdam die voert langs bizarre plekken zoals een speelautomatenhal, waar het geluid van vallend geld, flipperkasten en fruitautomaten tot hallucinerende proporties wordt opgeblazen. Maar ook alledaagse geluiden zoals het gehijg van een hond, een fietsbel en andere straatgeluiden nemen, opgeblazen of uitgerekt, angstaanjagende vormen aan.
De cd Sounscape Amsterdam is een hommage aan de musique concrete en daarmee aan de pas overleden pionier Pierre Schaeffer. Slechts een enkel stuk neigt naar abstractie: In Dag! maakte Luiz Yudo de stadsgeluiden ondergeschikt aan een groter geheel in de vorm van een machinale pulse, een cadans die op zijn beurt een grote-stadsritme verbeeldt. In Anagram (Jan Kuipers & Jos Witsenburg) zijn de geluiden echter zo verknipt dat bijna niets meer herkenbaar is. Dat is jammer, omdat het stuk daardoor een willekeurig, niet aan Amsterdam gebonden karakter krijgt.
Want een ding staat na beluistering van Soundscape Amsterdam onomstotelijk vast: het geluid van Amsterdam is de tram. Die klingel komt je na een uur de neus uit.