Commentaar: Stagnerend Marokko

Stagnerend moderniseringsproces in Marokko

De grote verliezer van de eerste «vrije, transparante» Marokkaanse verkiezingen van vrijdag, is koning Mohammed VI. Hij geldt als een verlicht heerser die zijn volk met kracht de 21ste eeuw wil binnenvoeren. Dat is geen geringe opgave in een land waar een kwart van de bevolking onder de armoedegrens leeft en grote delen van het platteland zijn uitgesloten van de meest elementaire voorzieningen. De stembusuitslag van vorige week is niet bemoedigend.

Terwijl de regerende socialistische partij van premier Youssoufi en de opkomende islamitische oppositiepartij PJD elkaar verketterden, streek de conservatieve partij Istiqlal de winst op. De socialisten kunnen blijven regeren, maar vanuit een minder sterke positie dan voorheen. De ware nederlaag voor de hervormingskrachten komt echter tot uitdrukking in het opkomstpercentage: slechts 52 procent. Dat is zes procent minder dan bij de verkiezingen van 1997, die een stuk minder vrij waren.

In sommige grote steden ging bijna niemand stemmen omdat een aantal linkse partijen en de fundamentalistische partij van sjeik Yassin, die er veel aanhang hebben, hadden opgeroepen tot een boycot. De reden dat de meeste Marokkanen thuisbleven, is waarschijnlijk een andere: onder het bewind van Mohammed VI is minder veranderd dan menigeen hoopte. Er is geen betere voedingsbodem voor radicale bewegingen dan een stagnerend moderniseringsproces.

Ook Marokko lijkt niet aan die logica te ontsnappen. De Marokkaanse veiligheidsdiensten hebben de afgelopen maanden verschillende al-Qaeda-cellen en inheemse terreurgroepen opgepakt. Kranten speculeren over het bestaan van veel grotere netwerken die in contact zouden staan met de gewapende opstandelingen in buurland Algerije. In Marokko en onder de twee miljoen Marokkaanse migranten in Europa is de laatste maanden dan ook veel gepraat over een «Algerijns scenario» waarin het land zou afglijden naar een langdurige burgeroorlog tussen islamis tische opstandelingen en een elitaire, westers georiënteerde regering.

Zo ver is het nog niet, al gaf de «gematigd» islamitische PJD wel aanleiding tot verontrusting. De partij, in 1997 nog slechts goed voor veertien zetels, haalde er nu 38. Partijleider Benkiran kondigde meteen de invoering van de sjaria aan, zij het «geleidelijk». Een dag later moest hij die woorden inslikken onder druk uit zijn eigen partij. Een vrouwelijke PJD-afgevaardigde zei dat zij er niet over piekert de «islamitische dracht» te accepteren. Zo boekte koning Mohammed toch nog een kleine overwinning: een vrouwelijke islamiet zei haar mannelijke partijleider publiekelijk de waarheid.