Donald Rayfield, Stalin and His Hangmen

Stalin was geen tsaar

Simon Sebag Montefiore

Stalin: Aan het hof van de rode tsaar

Het Spectrum/Manteau, 725 blz.,

€ 49,50

Donald Rayfield

Stalin and His Hangmen

Viking, 560 blz., € 35,-

Veel mensen schijnen de film Der Untergang schokkend te vinden, omdat deze Hitler als mens toont. Uiteraard zien we dat Hitler in tomeloze razernij uitbarst, dat hij zich volkomen heeft afgesloten voor alles wat hem onwelgevallig is, maar tevens is hij iemand die attent en charmant kan zijn. Juist doordat hij, net als de meeste mensen, heen en weer geslingerd wordt tussen de uitersten van het emotionele spectrum, komt hij zo angstaanjagend dichtbij en is hij veel griezeliger dan wanneer hij wordt voorgesteld als een rechtstreeks uit de hel gekropen monster aan wie al het menselijke vreemd is.

Eenzelfde uitwerking heeft het boek Stalin: Aan het hof van de rode tsaar van Simon Sebag Montefiore, dat een uiterst intiem portret van Josif Stalin en diens hofhouding schildert. Het boek opent met een diner in november 1932, waarbij een dronken Stalin, die daarvoor uitbundig had geflirt met wat vrouwelijke gasten, een toost uitbrengt op «de vernietiging van de vijanden van de staat». Zijn vrouw Nadja weigert het glas te heffen en nadat Stalin sinaas appelschillen naar haar heeft gegooid en heeft geschreeuwd dat zij ook moest drinken, vertrekt zij naar haar kamer om daar zelfmoord te plegen.

Volgens Sebag Montefiore was dit voor Stalin een uiterst traumatische gebeurtenis, die van invloed is geweest op de wijze waarop hij zich de daaropvolgende twintig jaar gedragen heeft. Na deze opening besteedt de auteur een handvol bladzijden om de voorafgaande geschiedenis te schetsen en gaat vervolgens heel gedetailleerd in op het privé-leven van Stalin en diens naaste medewerkers. Sommige van hen – Jesjov, Beria, Molotov – zijn voor het grote publiek vrij bekende namen, maar ook niet meer dan dat. Sebag Montefiore schildert hen, en tal van minder bekende kopstukken, niet alleen als gewetenloze apparatsjiks die duizenden onschuldigen de dood in jagen, maar ook als mensen met positieve en negatieve eigenschappen.

Het huiveringwekkende boek schildert een beeld van een dolgedraaid spookhuis waarin iemand die de ene dag favoriet was omdat hij zonder scrupules de levens van duizenden sovjetburgers verwoestte, de andere dag zelf het slachtoffer kon zijn. Sebag Montefiore geeft talloze voorbeelden van de sadistische wijze waarop Stalin zijn kruiperige machtswellustelingen tegen elkaar uitspeelde. Ook schiep de staatsman er behagen in om mensen tegelijkertijd te prijzen en te straffen. Zo bevorderde Stalin in mei 1940 de incompetente generaal Koelik tot maarschalk. Diens vreugde over de bevordering werd danig getemperd omdat zijn beeldschone vrouw al twee dagen vermist was. Hoewel ze gearresteerd was en een maand later zou worden vermoord, heeft Koelik nooit geweten wat er precies met haar gebeurd was. Zelf werd hij tien jaar later gefusilleerd.

Uit het boek van Sebag Montefiore wordt duidelijk dat de wijze waarop de heersers in het Kremlin – de «slankhalzige leiders» en «pseudobevrijders» waarover Mandelstjam dichtte – met elkaar omgingen sterk verschilde met de verhoudingen binnen de elite van het Derde Rijk. De vraag is echter wel of de enorme hoeveelheden details waarop de lezer wordt getrakteerd nu ook meer inzicht verschaffen in de motieven van Stalin en de aard en het wezen van zijn regime. Af en toe krijg je de indruk dat Sebag Montefiore, in zijn drang om Stalin te schilderen als een leider die zeer «menselijk» was, bepaalde aspecten iets te zwaar aanzet. Zo is zijn bewering dat Stalins potentaten zich zo voor hem uitsloofden omdat hij zo charmant was en niet omdat ze zo bang voor hem waren, niet bijster geloofwaardig. Van elke bladzijde in dit boek druipt de angst af. Ook zijn poging Stalin te portretteren als «intellectueel» is niet erg overtuigend. Dat Stalin net als bijvoorbeeld Boudewijn Büch graag opschepte over hoeveel hij las mag dan een menselijk trekje zijn, dat is nog geen reden om in hem meer te zien dan een pseudo-intellectueel, iemand die net als Hitler uit een enorme berg heterogene literatuur behendig datgene wist te graaien wat in zijn kraam te pas kwam.

Bezwaarlijker is echter dat Sebag Montefiore nauwelijks aandacht besteedt aan de geschiedenis van de Russische Revolutie, de ontwikkeling van de communistische ideologie en de eerste vijftien jaar van de Sovjet-Unie. De gedwongen collectivisatie van de landbouw en de geforceerde industrialisatie die miljoenen slachtoffers maakten, komen niet aan bod. Naar de betekenis van Lenin kan men slechts gissen. Eigenlijk geeft de ondertitel reeds aan wat de zwakte van dit boek is. Stalin was geen tsaar. Zijn regime is niet te verklaren door in te zoomen op de menselijke zwakheden van de leidinggevende kliek; de gruwelen van zijn regime zijn zonder kennis van de communistische ideologie en praktijk niet te begrijpen.

In dit opzicht is Donald Rayfields Stalin and His Hangmen veel overtuigender. Weliswaar blijft ook in dit boek de betekenis van het denken van Lenin wat onderbelicht, wel laat Rayfield scherp zien hoe Stalin de absolute macht kon verwerven. Waar Sebag Montefiore zijn boek laat beginnen op het moment dat Stalin al alleenheerser was, schetst Rayfield de lange weg naar de macht. Hij doet dat door naast een biografische schets van Stalin ook uitgebreid aandacht te besteden aan de vijf mannen die tussen 1918 en 1953 aan het hoofd van de geheime dienst stonden. Op knappe wijze verweeft hij de levens van Dzjerzjinski, Menzjinski, Jagoda, Jezjov en Beria met de ontwikkeling van het communistische regime. Hij laat duidelijk zien hoe binnen dit systeem alle mogelijke mechanismen voor menswaardig gedrag wegvielen, en in welke mate Stalin hiervoor verantwoordelijk was. Veel helderder dan Sebag Montefiore beschrijft hij de opeenvolgende terreurgolven en legt hij de logica dan wel waanzin van het systeem bloot.

Rayfield schrijft minder meeslepend dan Sebag Montefiore, mikt minder op de sensatie en vermijdt de enigszins gewild literaire stijl die het lezen van Stalin: Aan het hof van de rode tsaar af en toe zo vermoeiend maakt. Wanneer je Stalin and His Hangmen uit hebt weet je weliswaar niet dat een medewerker van Jezjov op een keer uit zijn roes ontwaakte met het lid van zijn baas in zijn mond, maar je begrijpt wel veel beter waarom het ogenschijnlijk zo nobele communisme uitmondde in zo’n gruwelijk en langdurig bloedbad.