Televisie

Stalinjargon

Televisie: R.A.M

Perspresentaties met vooruitblik op het seizoen zijn voorspelbaar: warm worden alle producten aangeprezen. Maar de presentatie van Nederland 3 kende twee verrassingen. Gastheer Matthijs van Nieuwkerk overkwam dat Paul de Leeuw zich van geïnterviewde tot interviewer maakte; Van Nieuwkerk tot de Gordon van het derde net uitriep vanwege het grote aantal programma’s waaraan hij deelneemt; en vaststelde dat de duizendpoot eigenlijk het meest heeft ge pro fiteerd van Talpa’s komst: wel bij een nette publieke zender gebleven maar met commerciële emolumenten. Van Nieuwkerk dook weg maar De Leeuw drong aan en licht dizzy moest de wonderboy, na een wat dubieuze aai over de bol van zijn belager en medemiljonair, verder de klus klaren. Deze Leeuw laat zich door voorzitter noch netcoördinator dresseren. Zeker niet nu zijn nieuwe programma zo succesvol blijkt, in kijkertallen en in de lol die hij er zelf aan beleeft, dat hij «het gat van Spijkerman» op zaterdag mag vullen. Zijn «Matthijsje-jennen» leek een actie op persoonlijke titel, al dan niet spontaan ontstaan.

Het optreden van Arnon Grunberg was dat niet. Als die gevraagd wordt een column voor te lezen dan heeft de VPRO kennelijk be hoefte aan weerbarstigheid ten overstaan van het journaille. Die kregen we in de vorm van een zelfbeschuldiging zoals communistische leiders die tijdens hun showproces uitspraken alvorens te worden opgehangen. «Ik heb de wil van het volk genegeerd, niet mis te verstane signalen die tot mij kwamen via het kijk- en luisteronderzoek heb ik willens en wetens naast me neergelegd. (…) ik (heb) niet het belang van het volk gediend, maar slechts dat van een kleine minderheid die door middel van manipulatie en verdraaiingen van de feiten haar wil probeerde op te leggen aan het volk. (…) Met gepaste trots en niet zonder leedvermaak kan ik melden dat de volksvijandige elementen binnen R.A.M verwijderd zijn, met harde hand, u zult ze niet meer terugzien. Ook niet op straat.» Het werd stil. Omdat een deel van de aanwezigen R.A.M niet ziet zitten en inderdaad vindt dat het zich te weinig bekreunt om toegankelijkheid. En omdat een ander deel, dat R.A.M wel hoog heeft en vindt dat er tv-eilanden voor minderheden moeten zijn, de metafoor over the top achtte, juist door dat onaangenaam knappe gebruik van stalino-nazi-jargon; en de arrogantie nodeloos groot (maar misschien vormde ik dat andere deel wel in mijn eentje). Laten we toch even vaststellen dat diezelfde, door velen versmade, Grunberg een reeks prachtige interviews met schrijvers op zijn naam heeft, waarvan dat met Elfride Jellinek, inmiddels al tweemaal herhaald, een hoogtepunt vormt. Een mirakel alleen al dat ze ertoe bereid was. En het gesprek een voortdurende rechtvaardiging van het vertrouwen dat ze in Grunberg stelde. En laten we wijzen op het feit dat diezelfde Grunberg hoofdpersoon was in de indrukwekkendste aflevering van Rosenmöllers wisselvallige reeks gesprekken met grootheden, waarin dit keer de reis naar Auschwitz ging. Als Jellinek dat gesprek zou hebben gezien, wordt haar bereidheid Grunberg te ontvangen opeens heel begrijpelijk. Es lebe R.A.M.