Standbeelden

Delmore Schwartz, Verantwoordelijkheid begint met dromen. Vertaling Ingrid Jap-Tjong. Uitg. De Prom, 196 blz., 332,50
Is het waar dat er van het bestaan alleen de herinnering overblijft, zoals de Amerikaanse dichter Delmore Schwartz (1913-1966) eens heeft gezegd? Schwartz, zoon van joods-Roemeense immigranten, is in zijn gedichten, essays en verhalen niet alleen door herinneringen - de familieverhalen over de Oude Wereld - geobsedeerd maar ook door de verwachtingen die de Nieuwe Wereld oproept. De vertaalde verhalen die in Verantwoordelijkheid begint met dromen zijn bijeengebracht richten zich op het helse wonder dat Amerika heet, een land gefixeerd op geld, mogelijkheden en ‘dus’ toekomst. Maar het is ook het land van de Beurskrach, van een crisis die hard aankomt. In dat land vol uitersten word je een mislukkeling of een succesverhaal, er zit niet veel tussen die twee extremiteiten.

Hoe verwerf je een zuivere verbeeldingskracht die je tegelijkertijd een bestaan verschaft? In het titelverhaal zit een zoon in de bioscoop. Hij ziet zijn vader op zondag 12 juni 1909 door Brooklyn lopen, op weg naar zijn moeder. In feite kijkt de zoon naar zijn eigen ontstaansgeschiedenis, hij moet nog geboren worden: ‘Ik ben anoniem, en ik ben vergeten wie ik ben. Zo is het altijd als je naar de film gaat, het is met recht een bedwelmend middel.’
De zoon is geschokt door de onverschilligheid van de vader en moeder, misschien wel door het betekenisloze toeval waardoor ze bij elkaar komen en weer uit elkaar gaan. Is er meer dan het gevecht om geld?
Schwartz’ antwoord is een ander verhaal: 'De standbeelden’ gaat over een wonder van de creatieve natuur. Die heeft er voor gezorgd dat er van de ene op de andere dag prachtige en provocerende sculpturen van sneeuw in New York zijn verschenen, waardoor mensen zich anders gaan gedragen. Een tandarts is zo gegrepen dat hij zich blijft vergapen aan dit wonder, dat onherroepelijk zal verdwijnen tot er slechts een herinnering overblijft. Hij spreekt zelfs de bevolking toe over het ware, schone en goede en over hoe de volwassene zich uit zijn kindertijd kan bevrijden.
De worsteling van Schwartz’ personages is een strijd van titaantjes die schipperen tussen droom en daad, geluk en ongeluk, passie en nuchterheid, kind en volwassene. Alleen als je op jezelf wordt teruggeworpen, vormt je karakter zich. Maar hoe kun je dat weten als je niet in staat bent naar jezelf te kijken? Het is niet alleen zo dat iemand zichzelf kan zien, zoals 'Verantwoordelijkheid begint met dromen’ - een verhaal waarin een zoon naar de verhalen van zijn dominante moeder luistert - het formuleert. 'Niemand bestaat echt in de werkelijke wereld omdat niemand precies weet wat hij voor de anderen betekent, wat ze allemaal achter zijn rug om zeggen, en welke dwaasheden de toekomst hem nog zal brengen.’
Schwartz’ personages doen een gooi naar het onmogelijke en bekopen dat met een of andere vorm van Oblomomov-achtige lediggang. Ze willen graag dat de wereld een dansfeest wordt, maar tussen droom en daad staan van die lastige praktische bezwaren. Misschien is de wereld een bruiloft, een feest 'vol vrolijkheid, angst, hoop en onwetendheid’. Maar ook dit antwoord heeft zijn keerzijde, want de wereld is ook een begrafenis.