Stanja van mierlo dochter van politicus hans van mierlo

‘Ik ben een keer ontvoerd door mijn moeder, naar Amerika. Dat las ik in Privé, terwijl ik gewoon bij papa in huis woonde. Ik las ook dat mijn broertje een junkie was. Totaal onzinnig. En oh ja, mijn zus is op de vreemdste momenten zwanger geweest. Typisch Hollandse verhalen, vrij onschuldig. Maar in de VS zou je met zo'n vader geen leven hebben.

Je weet dat mensen je zien als “de dochter van”. Er hangt een label aan je waardoor ze alles onthouden wat je verkeerd doet. Ik mocht van mezelf niet op mijn bek gaan, want dan was het de dochter van Hans van Mierlo die de fout in ging. Vergeten ze nooit meer. Niet goed voor mijn vader, niet goed voor mij. Ik heb trouwens een fantastische moeder, maar daar vraagt nooit iemand naar.
Er komt een moment dat je het zat bent. Dan wil je dat de wereld van jezelf is. Op de middelbare school was ik punk, terwijl mijn vader minister van Defensie was. Dat realiseerden mijn vrienden zich niet. Niemand weet dat je Repelsteeltje heet. Soms hadden we tijdens het avondeten principiële discussies. Dan ging mijn punk-icoontje aan diggelen, want mijn vader kan goed praten. Maar de volgende ochtend trok ik de huisdeur achter me dicht en ging ik weer fijn protesteren tegen kernwapens.
Ik heb mijn leven zelf opgebouwd. Ik heb nooit gebruik gemaakt van mijn vaders positie. Ik werd soms juist extra hard aangepakt: “Die zullen we eens flink laten voelen dat ze onderaan moet beginnen.” Nu heb ik mijn eigen bedrijf: Belevingscommunicatie Driessen & Van Mierlo. Ik breng producten op een andere manier onder de aandacht dan via de eeuwige billboards en tv-spots. Als gelabeld meisje heb ik veel nagedacht over hoe mensen iets onthouden. Nu is dat mijn werk.
Ik heb me vaak zorgen gemaakt om papa. Soms werkt hij zo ongezond hard. Als kind droomde ik ervan hem mee te nemen naar een klein huisje op een tropisch eiland waar hij rustig kon schrijven. Van schrijven wordt hij gelukkig, dat weet ik zeker. We zijn een paar keer samen op reis geweest toen hij minister van Buitenlandse Zaken was. Kon ik publiekelijk de ministersdochter uithangen. We waren volmaakt met zijn tweeën. Met van die minzame lachjes naar de hoge heren en zo. Net echt.’