Het schizofrene veiligheidsbeleid van Rotterdam

Stap 1: de rotte plekken eruit

Rotterdam profileert zich als een repressieve stad bij het bestrijden van criminaliteit en overlast. Tegelijk experimenteert de gemeente met het concept ‘positieve veiligheid’ waarbij juist aandacht is voor zachte aspecten van samenleven. Hoe pakt dat uit op de beruchte West-Kruiskade?

Medium hh 59389150
West-Kruiskade. ‘We noemen het hier altijd de cruisekade. Je hebt een leuke mengelmoes van mensen’ © Hans van Rhoon / HH

Het is spitsuur op de Rotterdamse West-Kruiskade. Mensen doen na hun werk haastig inkopen, flaneren, of gaan een hapje eten in de winkelstraat met toko’s, eettentjes, reisbureaus, juweliers, kappers en winkels met verzorgingsproducten. Meteen op de kop van de West-Kruiskade, vlak bij het Centraal Station, kun je al kiezen tussen patat van Bram Ladage, Chinese dumplings, Vietnamese specialiteiten en Japanse noedels. My Gorgeous verkoopt haar-extensions in alle soorten, maten en kleuren. Slagerij Ben Ali zit maar een paar panden verwijderd van Slagerij Schell – ‘sinds 1796’. Op de stoep van de Leeuwenhoek, het ouderencomplex van Humanitas dat recentelijk figureerde in een documentaireserie van Hugo Borst en Adelheid Roosen – en tevens in opspraak raakte – staan bankjes voor bewoners. En als je goed kijkt, zie je dat in de winkelstraat om de veertig meter een hoge paal staat met een beveiligingscamera die als een groot oog alles opneemt.

Rotterdam profileert zich met repressieve maatregelen om criminaliteit en overlast aan te pakken, maar begon juist op de West-Kruiskade ook met een aanpak die wetenschappers aanduiden met ‘positieve veiligheid’. Bij dit concept gaat het niet om hard optreden, maar om het stimuleren van zachte aspecten van samenleven. Hoe ging dat in zijn werk? Wat vinden bewoners? Hoe staat de Rotterdamse politiek erin?

De West-Kruiskade en de omliggende wijk Het Oude Westen raakten in de jaren tachtig in de greep van de drugsproblematiek. Er werd gedeald, gebruikt, gebedeld, gestolen en gevochten. Als bijen naar de honing kwamen gebruikers en dealers af op de verdovende middelen die in drugspanden werden verhandeld.

Voor opvang konden verslaafden terecht bij de Pauluskerk. Vanaf 1987 was er Perron Nul, de gebruikersruimte naast het Centraal Station, waar ook schone naalden en methadon verkrijgbaar waren. Het Oude Westen werd dé drugswijk van Rotterdam.

Het is een beeld dat volgens stedelijk onderzoeker en buurtbewoner Joke van der Zwaard correctie behoeft. Het Oude Westen was ook een bruisende wijk. Ontstaan in de negentiende eeuw streken er vanaf de jaren zeventig Surinamers, Marokkanen, Turken, Kaapverdianen, Antilianen en andere nationaliteiten neer. Al die tijd wist de wijk de dorpse eigenheid te behouden. Van der Zwaard, een tengere vrouw (69), met springerig roodbruin geverfd haar en een grote bril in dezelfde kleur, benadrukt dat de oorzaak van de ellende niet in de wijk zelf lag, waar de mensen – op een enkele familie of crimineel na – niets met die handel van doen hadden. ‘Het drugsprobleem was bij ons neergedaald. Ik had het gevoel dat de gemeente die panden bewust bij ons in de wijk toestond om de handel te concentreren zodat het voor de politie duidelijk en overzichtelijk bleef. Het gevolg was echter dat onze buurt geproblematiseerd werd en als een no-go area werd omschreven.’

De onderzoeker kwam in 1974 in de wijk wonen, in een kraakpand, en sloot zich aan bij de nog altijd bestaande Aktiegroep Het Oude Westen, waarin studenten en rasechte Rotterdammers samen opkomen voor hun belangen. Gewoonlijk tast stigmatisering van een buurt de onderlinge verhoudingen aan. ‘Als bewoner denk je bij jezelf: ík ben het probleem niet, dus moeten het de buren wel zijn’, legt Van der Zwaard uit. Maar dat ‘neerwaartse effect’ vond in deze buurt minder plaats, zegt ze, ‘omdat er een sterke zelforganisatie aanwezig was die zorgde voor een levendige sociaal-fysieke infrastructuur. Er waren allerlei plekken en evenementen waar je elkaar kon tegenkomen.’

Zo startten de Aktiegroep en bewoners het project ‘Drugs in Kleur’, dat nog altijd bestaat. In schouwgroepjes wandelen bewoners samen met de politie door de wijk om tekenen van drugsgebruik te signaleren en met kleuren aan te geven wat het gevaar van een gebruikersplek is. ‘Het was een manier om aan de politie duidelijk te maken: je moet je hierop richten, maar criminaliseer niet ons, want wij zijn degenen die juist last van de problematiek hebben’, vertelt Van der Zwaard.

Het is zoete inval bij Café Richard aan de West-Kruiskade. Buurtbewoners uit alle windstreken komen langs om een praatje te maken, iets te drinken of te lunchen. Een boomlange jongen stapt binnen en geeft bekenden een hand. De tiener met Marokkaanse roots was tot voor kort een lastpak, maar gaat nu voor een basketbalopleiding naar de Verenigde Staten. Aan de grote tafel in het eigentijdse buurtcafé werken wijkbewoners op hun laptops. Het etalageraam met zitje biedt uitstekend zicht op de straat en voorbijgangers. Het is zwaaien en terugzwaaien.

‘We noemen het hier altijd de cruisekade. Je hebt een leuke mengelmoes van mensen’, grapt café-eigenaar Richard de Boer, tevens voorzitter van de lokale ondernemersvereniging. De goed gebekte zakenman uit Den Haag – spijkerbroek, zwart T-shirt en strak geknipte coupe – begon in 1987 in dit pand met een schoenenwinkel. Zijn klantenkring bestond vooral uit Surinamers en Kaapverdianen. Anthony Lobato, acteur in musicals en tv-series, zanger en liedjesschrijver en eigenaar van een muziekstudio, mengt zich vanaf een barkruk in het gesprek. Hij draagt een spijkerjasje en trainingsbroek met daaronder witte leren gymschoenen. Een baseballcap danst op zijn haardos. Lobato: ‘Mijn moeder zei vroeger: we gaan even kijken bij Richard. Mensen kochten toen meer bij jou. Richard, jij draaide op ons.’ Maar de laatste jaren zat de klad er in. Nu heeft De Boer het pand in drie gedeeltes opgedeeld: café, schoenen- en kledingwinkel en kapperszaak. Wat de ondernemer altijd heeft getroffen: bewoners van de West-Kruiskade zijn trots op hun buurt. Tegenover de buitenwereld moest hij zich verdedigen als hij vertelde dat hij met een zaak op de West-Kruiskade zat. ‘Altijd werd gefocust op de ellende. Terwijl het afgezien van de overlast hier voor negentig procent gezellig was.’ Lobato stelt dat de wijk ook veel goeds heeft voortgebracht, zoals buurtjongeren die profvoetballer of rapper zijn geworden. Toch zag ondernemer De Boer ook dat mensen die ‘het gemaakt hadden’ soms naar andere wijken verhuisden.

In 2002 was Het Oude Westen met een veiligheidsindex van 1,8 (range 0 tot 10) de op één na slechtste wijk van Rotterdam. De Lonely Planet waarschuwde toeristen het gebied te mijden. In dat jaar won het nieuwe Leefbaar Rotterdam, dat zich presenteerde als partij van law and order, de verkiezingen met maar liefst 34,7 procent van de stemmen. De monsterzege in het rode bolwerk markeerde een keerpunt in het veiligheidsbeleid. Met Leefbaar Rotterdam in het college zet de gemeente vol in op een repressieve aanpak. Het bestuur besluit tot het aanstellen van ‘stadsmariniers’. De ene harde maatregel volgt op de andere.

In een moderne cafetaria aan het ooit zo heftige Tiendplein op de West-Kruiskade wijst Marc Schuilenburg (47) naar buiten. ‘Ik heb hier een groot deel van mijn studententijd doorgebracht. Je had poppodium Nighttown en talloze coffeeshops zoals De Drie Musketiers. Het was een heel rauw stuk Rotterdam.’ De jurist en filosoof was voorheen werkzaam bij het Openbaar Ministerie en is nu universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit. Veiligheid is een van zijn hoofdthema’s en de West-Kruiskade (die ook op de lijst van Vogelaarwijken belandde) een van zijn casussen.

Het Nederlandse beleid, maar zeker dat van Rotterdam, is vooral gericht op het bestrijden van criminaliteit en overlast, stelt Schuilenburg. Deze strategie is gestoeld op het concept ‘negatieve veiligheid’, waarbij het gaat om het aanpakken van onveiligheid door hard optreden en strenger straffen. Het beleid vertaalt zich in een arsenaal van repressieve maatregelen als: gebiedsverboden, hotspot-policing, bewakingscamera’s, preventief fouilleren, etnisch profileren en zero tolerance. ‘De militaire taal is diepgeworteld in deze opvattingen over veiligheid. Je hebt hier in Rotterdam bijvoorbeeld een voorjaarsoffensief’, zegt Schuilenburg. Of neem de ‘patseraanpak’ waarbij de Rotterdamse politie dure auto’s in beslag neemt als bestuurders niet kunnen uitleggen hoe ze aan de bolide komen. In januari kondigde de Rotterdamse politiechef aan dat agenten gaan optreden tegen jongeren die onverklaarbaar dure jassen en kleding dragen: ‘We gaan ze uitkleden op straat.’

‘Als wijkbewoners hadden we het gevoel: het gaat om een goede bespreking in de Lonely Planet, maar niet om ons’

De repressieve benadering heeft echter ook iets paradoxaals in zich. ‘Je wil veiligheid bieden, maar je communiceert onveiligheid, want daar leg je de hele tijd de focus op. Met zo’n aanpak blijf je ook gevoelens van onveiligheid aanjagen’, stelt Schuilenburg. Stevig ingrijpen kan volgens de wetenschapper ‘absoluut’ nodig zijn, maar er zitten grenzen aan de effectiviteit van het ‘negatieve instrumentarium’. Vooral in kwetsbare wijken, waar weinig vertrouwen in de overheid is, liggen harde maatregelen extra gevoelig. ‘Minderheden hebben vaak het gevoel dat de repressie eenzijdig op hen is gericht, waardoor het vertrouwen nog verder wordt ondermijnd.’

Schuilenburg is pleitbezorger van een aanpak waarbij ook ruimte is voor ‘positieve veiligheid’. Bij dit concept gaat het om het bevorderen van leefbare en veilige wijken door ‘aandacht te geven aan positieve factoren van samenleven’ zoals zorg, empathie, vertrouwen en geborgenheid. Schuilenburg stelt dat juist Rotterdam zich in de afgelopen tien jaar heeft ontpopt tot een koploper als het gaat om experimenteren met ‘positieve veiligheid’. Toen de West-Kruiskade in 2008 eindelijk aan de beurt was voor een grondige opknapbeurt was dat ook het moment waarop ambtenaren meer oog kregen voor een zachtere benadering en werd de kiem gelegd voor een nieuwe veiligheidsstrategie – hoe lastig een koerswijziging ook zou blijken te zijn.

Bij de start van de renovatie krijgt Tijs Nederveen als stadsmarinier het gebied onder zijn hoede. Een buitenstaander denkt bij een stadsmarinier al snel aan een afgetrainde spierbundel in gevechtstenue. Maar Nederveen draagt gewoon een overhemd, blauw vest en jeans. ‘Stadsmariniers hebben een speciale positie’, legt hij uit. ‘Als er iets speelt hebben we het mandaat om meteen maatregelen te nemen. Te allen tijde hebben we een directe lijn naar de burgemeester.’ Een stadsmarinier is geen commando, maar een superambtenaar met ruime bevoegdheden. De functieaanduiding heeft een dubbelheid in zich die het Rotterdamse veiligheidsdossier wel vaker laat zien.

Nederveen kent de West-Kruiskade nog van vroeger, toen hij agent was. ‘Als politie hadden we er de handen vol aan’, zegt hij. Bij het weerzien treft hij een verwaarloosde West-Kruiskade aan. ‘Het zag er armzalig, verpieterd en slonzig uit. Het gebied was niet goed onderhouden. Het drugsprobleem was overal zichtbaar: dealen in de kroeg, veel gerotzooi en vechtpartijen. De politie deed z’n stinkende best. Verdachten werden opgepakt. Dan was het even rustig, maar vaak waren ze per kerende post weer terug.’ Terwijl Nederveen nadenkt over een meer structurele oplossing dipt opnieuw de veiligheidsindex. ‘De wijk zakte verder door het ijs. Ik dacht: dit gaat ’m niet worden. Het moet anders en breder. Het moet structureler. Het moet rigoureuzer.’

Tijdens ‘droomsessies’ met de deelgemeente, politie, gemeentelijke diensten, wooncorporatie Woonstad Rotterdam en ondernemers ontstaat een plan voor de lange termijn waarin de ondernemers een centrale rol spelen. Het stadsbestuur geeft het groene licht. ‘Het was vrij uitzonderlijk, maar we hebben een project ontwikkeld dat zich over drie achtereenvolgende colleges zou uitstrekken’, vertelt de stadsmarinier.

De focus van het plan ligt op de West-Kruiskade, de winkelstraat. Stap één: eerst de rotte plekken eruit. ‘Als dat niet lukt, komt de rest van de droom ook niet uit’, stelt Nederveen. De politie en stadsbeheer beginnen met het systematisch opbouwen van dossiers, waardoor binnen een jaar vijf drugskroegen gesloten kunnen worden. De gemeente koopt de panden op. ‘Dat was de eerste slag. De sluiting van de drugspanden gaf meteen geloofwaardigheid en heeft geholpen om de ondernemers mee te krijgen in ons plan omdat ze zagen dat het nu echt serieus was’, vertelt Nederveen. Ook de politie is veel en duidelijk aanwezig. Er komt meer cameratoezicht. Het is een aanpak die nog geheel in de repressieve sfeer ligt.

Het samenwerkingsverband wordt de Alliantie West-Kruiskade gedoopt en voor Nederveen is meteen duidelijk waar het projectbureau van de Alliantie zich moet vestigen: in een gesloten drugspand met zicht op overlastplek nummer één, het Tiendplein. ‘Als gemeente straal je dan uit dat je echt wilt werken aan verandering.’

Medium hh 3907610
De West-Kruiskade in 2002, toen Leefbaar Rotterdam een monsterzege boekte © Peter Hilz / HH

‘We zijn de boel gaan verlichten’, zegt Ron van Gelder, die als projectleider door Woonstad Rotterdam wordt gedetacheerd aan de Alliantie. Hij bedoelt het letterlijk. Er komen lichtjes in de bomen. De panden aan de West-Kruiskade worden verlicht. De trottoirs worden vernieuwd. Voor het renoveren van de haveloze bedrijfspanden stelt de gemeente een miljoen euro beschikbaar. Een eigenaar die honderdduizend euro wil spenderen aan het opknappen van een winkel kan maximaal veertigduizend euro subsidie krijgen. Binnen twee jaar maken veertig ondernemers er gebruik van. Belangstellenden kunnen zich met een pitch voor een leeggekomen pand inschrijven. Een van de eisen is dat het een zelfstandige ondernemer moet zijn, niet een filiaal van een keten.

De Alliantie wil ook de horeca laten groeien, want mensen moeten ook een terrasje kunnen pakken. En zo komen er meer eettentjes, restaurants en grand cafés. Ook De Boer krijgt toestemming om horeca aan zijn zaak toe te voegen; in 2015 opent hij Café Richard. Sinds december mag hij alcohol schenken. Nu is het wachten op een terrasvergunning.

Maar dan krijgt de buurt te maken met een volgend probleem. ‘Hangjongeren van het type “moeilijk kijken”’, zegt Van Gelder, die voor het interview wilde afspreken bij Café Richard. De politie zit op de lijn van wegjagen, vragen naar identiteitsbewijzen en boetes geven. ‘Maar dat wegsturen werkt niet. Het is hún buurt’, vult De Boer aan. De twee mannen besluiten contact met de hangjongeren te zoeken. De Boer was al lid van de plaatselijke kickboks-club. Van Gelder schrijft zich ook in: ‘Door het trainen maakten we kennis met de jongeren en hun ouders. We zijn ze gaan groeten in plaats van lelijk kijken. Zo ontdekten we dat die jongeren een netwerk missen, de verkeerde achternaam hebben en lastig aan werk komen.’

Binnen het project, dat vooral op ondernemers is gericht, komt eindelijk meer aandacht voor burgers. De Alliantie begint een stageproject. Inmiddels is een groot deel van de ondernemers geaccrediteerd als stageplek. De Boer wijst op een meisje achter de bar. ‘Ze is van school gestuurd en loopt hier nu stage. Bij mij is ze nog geen dag te laat geweest.’ Terwijl hij het meisje uitlegt dat ze kan gaan afwassen, zegt hij: ‘Jongeren willen serieus genomen worden. Je moet ze verantwoordelijkheid geven.’ Ook komt er een zakgeldproject. De Boer: ‘Jongens kunnen tegen betaling van een uurloon in de straat klussen doen, zoals folderen, terrassen opruimen en helpen bij evenementen. Het loopt via de jongerenwerkers, die zo ook meer invloed op hen krijgen.’

De Lonely Planet is inmiddels lovend over de West-Kruiskade. ‘Burgemeester Aboutaleb doet hier zijn boodschappen’, weet projectleider Van Gelder. Ook wetenschapper Schuilenburg prijst de aanpak. Als succesfactoren gelden: het meerjarenplan, een gebied van beperkte omvang, de coalitie van partijen, de steun van de gemeente, de inzet van betrokken professionals en ondernemers die willen doorzetten, en goede pr zoals de tv-serie Het geheim van de Kruiskade. De Boer: ‘We hebben gewoon het wiel uitgevonden.’ Van Gelder heeft in die periode drie wethouders meegemaakt. ‘Ik kon ze altijd bellen’, zegt hij. ‘Ik denk dat veiligheid maakbaar is’, concludeert de projectleider.

De West-Kruiskade is opgenomen als een van de drie Rotterdamse casussen in het rapport Positieve veiligheid: Naar een nieuwe Rotterdamse veiligheidsstrategie, dat Schuilenburg schreef met twee VU-collega’s. Opdrachtgever van de studie: de directie veiligheid van de gemeente Rotterdam. Het rapport werd goed ontvangen door de ambtenaren. ‘Ze zien de voordelen en proberen met die aanpak te experimenteren’, stelt de wetenschapper. Ambtenaren besloten zelfs op basis van het VU-rapport een glossy publieksversie te laten ontwerpen.

Nu de drugscriminaliteit uit de wijk is verdwenen, zorgen de gemeentelijke bezuinigingen voor gevoelens van onveiligheid

Tot zo ver het goede nieuws. Het lukt Rotterdam echter niet om het concept positieve veiligheid echt voluit te omarmen. ‘Het blijft een bijsluiter bij het repressief instrumentarium’, zegt Schuilenburg. Hij bekritiseert het besluit van de gemeente om het project West-Kruiskade reeds als voltooid te beschouwen. De Alliantie is per 1 januari 2018 opgeheven. Het pand waarin de netwerkorganisatie zat, staat leeg. Nederveen en Van Gelder werken aan een soortgelijk project in Rotterdam-Zuid. Maar Schuilenburg vindt dat de West-Kruiskade nog veel langer zorg zou moeten krijgen. ‘De gemeente trekt zich terug en maakt het niet af. Dat is naïef, want iedereen weet dat sociale processen tijd nodig hebben. Deze wijk, die maar liefst dertig jaar ellende heeft meegemaakt, kan snel terugvallen.’

Enkele maanden nadat Schuilenburg en zijn collega’s hun rapport bij de directie veiligheid hadden ingeleverd, kregen ze in oktober 2017 een mail van een ambtenaar. Deze schreef dat er ‘weinig bestuurlijk draagvlak is voor het begrip “positieve veiligheid”. Zeker als het wordt gepresenteerd als een “alternatief” voor het huidige veiligheidsbeleid.’ Met andere woorden: politiek ligt het moeilijk. De ambtenaren schrapten de glossy brochure.

‘Het toont de schizofrenie in het beleid’, stelt Schuilenburg. Bij de ambtenarij is er enthousiasme voor een beleid met zachte maatregelen, maar Leefbaar-wethouder Joost Eerdmans wil niet met het concept geassocieerd worden. De bestuurder en zijn partij stellen zich naar buiten toe liever hard op. Schuilenburg: ‘Het komt doordat Eerdmans positieve veiligheid niet aan zijn kiezers kan verkopen. Hij wint er geen stemmen mee, want Eerdmans weet heel goed wat zijn achterban wil horen: hard, harder, hardst.’

Bewoners zijn volgens een onderzoek uit 2016 inmiddels ‘positief en tevreden’ over de wijk, maar toch is de stemming in Café Richard kritisch. Oké, de winkelstraat is nu wel hip geworden, maar zullen nieuwe bezoekers en toeristen ook echt meer uitgeven? Het steekt Lobato dat zij er meer toe lijken te doen dan de buurtbewoners, die juist de unieke sfeer aan de wijk geven. ‘Door ons heet de buurt “klein Suriname” of “klein Marokko”. Maar krijgen wij de credits?’ Hij heeft het gevoel niet langer welkom te zijn.

Terwijl de West-Kruiskade werd opgeknapt, heeft de wooncorporatie ook een paar honderd sociale woningen aangepakt. Oude panden zijn opgeknapt of gesloopt, waarna er nieuwbouw voor in de plaats is gekomen. Lobato: ‘Er zijn nu woningen met een huur van achthonderd euro. Jongeren kunnen zo’n huur niet betalen. Dus waar moeten zij heen?’ Zelf wilde hij een huis kopen. ‘Blijken die opeens al verkocht te zijn nog voordat ze zijn gebouwd. Aan types die supergoed verdienen. Het is niet erg als er verschillende mensen wonen, maar geef iedereen een kans’, zegt hij geërgerd.

Vooral is hij boos over het repressieve beleid. Terwijl er in de aanpak van de West-Kruiskade ingrediënten van positieve veiligheid zitten, is de gemeente ook doorgegaan op de repressieve lijn. Als je nu door de wijk wandelt, valt op dat niet alleen in de winkelstraat bewakingscamera’s zijn geplaatst. In woonstraten staan soms wel vier camera’s, apparaten die 35.000 euro per stuk kosten. Een ambtenaar vertelt dat de beelden in diverse wijken, waaronder deze buurt, door de afdeling stadsbeheer 24 uur per dag worden bekeken. Lobato heeft er grote moeite mee. ‘Het is Big Brother. Soms heb ik het gevoel in een glazen pot te wonen’, zegt hij. ‘Maar die camera’s bieden ook veiligheid’, mengt ondernemer De Boer zich in het gesprek. Lobato’s gezicht betrekt. ‘Ik zie op sommige punten echt wel het voordeel. Het is goed dat ze met beelden bepaalde daders hebben kunnen pakken. Maar waarom moet er een camera bij een school staan? Ze zeggen dat het voor de veiligheid is, maar het is controle en macht.’ Bovendien, zegt hij, het probleem verplaatst zich naar plekken waar geen camera’s zijn.

Lobato vindt dat de balans is doorgeslagen. ‘De laatste jaren is de politie superveel aanwezig. Jongeren kunnen niet eens in hun eigen straat op de hoek staan. Ze worden van plein naar plein gejaagd. Het gaat allemaal veel te ver.’ Zelf heeft hij het goed voor elkaar in zijn leven, met een carrière en een eigen muziekstudio. ‘Maar ook ik word vaker door de politie aangesproken omdat ik een bepaalde huidskleur heb of bepaalde kleding draag. Het is etnisch profileren.’

Als gevolg van het repressieve optreden ziet hij onder jongeren ‘de haat’ tegen de politie toenemen. ‘Jongeren zetten een grote mond op of gaan stenen gooien om hun gevoel te uiten.’ Tijdens het gesprek geeft De Boer soms tegengas als hij Lobato’s uitspraken te boud vindt, maar hij heeft ook begrip. ‘Op een gegeven moment werden hier elke week auto’s gecontroleerd. Daar hebben we tegen geprotesteerd, waarna die controles zijn teruggedraaid.’ Inmiddels hebben Lobato en andere jonge wijkbewoners zelf het initiatief genomen om met de politie en gemeente om de tafel te gaan zitten om de hoog oplopende spanningen te bespreken. ‘We willen meer begrip voor elkaar krijgen.’

Het gesprek in Café Richard is opvallend open. ‘Dat is wat de West-Kruiskade zo uniek maakt’, vindt Lobato. ‘We praten over problemen, maken grappen en kunnen alles zeggen. We gaan daar ver in, en voelen ons vrij om te zeggen wat we willen, maar we houden wel rekening met elkaar.’ ‘Als er een probleem is, weten we elkaar snel te vinden’, zegt De Boer. Dan wendt hij zich met een grijns tot Lobato. ‘Ik denk dat we familie zijn. Jij hebt net zo’n grote mond als ik. Alleen ben ik veel knapper.’

Als Schuilenburg hoort van de dialoog in het café trekt hij de kwestie naar een filosofisch niveau. ‘Het esthetiseren van de publieke ruimte is ook purificeren’, zegt hij. Het opknappen van een wijk begint met het opruimen van rondslingerend afval en het weghalen van graffiti, maar treft ook bepaalde bevolkingsgroepen die als ‘sociaal vuil en afval’ worden aangemerkt. Zo moeten verslaafden en daklozen uit het straatbeeld verdwijnen. ‘Ik denk dat veel jongeren zich ook zo voelen’, zegt Schuilenburg. Wat doe je als je jong bent, dan ga je rondhangen. Maar in hun buurt mag dat niet meer. ‘De reactie van de jongeren is heel logisch. Hun kwaadheid komt voort uit het gevoel dat ze als vuil worden gezien.’

Drie palmbomen op het Rijnhoutplein baden in de zachte voorjaarszon. Op de pui van een gebouw staat in rode koeienletters ‘LEES – ZAAL – LEES’. De deur staat open en de bezoeker betreedt een enorme ruimte met tafels, zitjes en boekenkasten. De groep ‘Wereldvrouwen’ zit aan een lange tafel te ontbijten. Een man heeft een stapel boeken uitgezocht. Na een vergadering schuift stadsonderzoeker en buurtbewoner Joke van der Zwaard aan de grote tafel aan. Ze is positief over aspecten van de opknapbeurt van de West-Kruiskade, zoals het zakgeldproject, maar wijst erop dat het vooral een project voor ondernemers was om een toeristische winkelstraat te krijgen. ‘Als wijkbewoners hadden we het gevoel: het gaat om een goede bespreking in de Lonely Planet, maar niet om ons.’ Ze vat haar punt krachtig samen: ‘Het was nauwelijks een wijkproject.’ Zelf zat ze niet te wachten op meer horeca. ‘Met mooi weer paraderen motorrijders voor de terrassen en maken ontzettend veel lawaai.’

Maar haar grootste grief betreft het afbraakbeleid van de gemeente. Terwijl er miljoenen naar de West-Kruiskade gaan, bezuinigt het stadsbestuur op sociale voorzieningen en ontmoetingsplekken. In de wijk verdwijnen een buurthuis, de taaldrukwerkplaats, een wijkgebouw/sporthal en een educatief centrum. Als ook de bibliotheek wordt gesloten, komen Van der Zwaard en anderen in actie. Samen met de buurt – van de tuingroep tot de Somalische vrouwen en de Chinese vereniging – weten ze een groots alternatief neer te zetten. De Leeszaal, die 31 januari 2013 de deuren opent, is een sociaal-culturele voorziening waar mensen boeken kunnen halen, taallessen volgen en werkbesprekingen houden. Er zijn literaire avonden, optredens en boekpresentaties.

Drie vriendinnetjes komen De Leeszaal binnenvallen. Ze halen geld op voor een goed doel en lopen giechelend langs de tafels. ‘Als we huiswerk hebben, komen we altijd hier zitten’, zegt een meisje dat net een boek heeft uitgezocht, ‘want thuis is het met onze broertjes en zusjes veel te druk.’

Ook al is Van der Zwaard niet bekend met het concept, De Leeszaal is ‘positieve veiligheid’ in optima forma. Het lukt deze buurt om zo’n instelling op te zetten omdat er al decennia actieve bewoners zijn waardoor de wijk over veerkracht beschikt. De Leeszaal, die op vrijwilligers draait, vraagt welbewust geen gemeentelijke subsidie aan. ‘Dan ben je onderdeel van het beleid en moet je weer allerlei targets halen’, zegt Van der Zwaard. De kosten, jaarlijks veertigduizend euro, worden opgebracht met donaties, fondsen en opbrengsten uit de verhuur. Door de opknapbeurt van de wijk is echter ook de waarde van de panden gestegen, waardoor de woningcorporatie de komende jaren De Leeszaal een huurverhoging van dertig procent doorberekent.

Terwijl de drugscriminaliteit grotendeels uit de wijk is verdwenen, zijn het nu de gemeentelijke bezuinigingen die zorgen voor gevoelens van onveiligheid. ‘Als daklozen ’s ochtends de nachtopvang zijn uitgeschopt komen sommigen naar De Leeszaal. Zeker in de winter. Maar er zijn ook mensen bij die waanbeelden hebben. Ze komen op je af, gaan dreigend dichtbij staan, en dan voel je je tamelijk onbeschermd. De zorg voor deze groep is uitgekleed. We kunnen geen instantie bellen, maar moeten het zelf oplossen als er problemen met deze mensen zijn’, zegt Van der Zwaard.

Tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen dit voorjaar slaat Leefbaar Rotterdam opnieuw een harde toon aan als het om veiligheid en samenleven gaat. Nu zet de partij zichzelf daarmee buitenspel. vvd, GroenLinks, pvda, d66, cda en cu/sgp zullen het stadsbestuur vormen. Schuilenburg ziet goede kansen voor een college dat voluit voor positieve veiligheid kiest. ‘Het ligt allemaal klaar. De nieuwe wethouder van Veiligheid hoeft het maar uit te rollen en kan er succes mee boeken.’