Pierre Bergounioux, Het roze huis

Stap voor stap

Pierre Bergounioux

Het roze huis

Een stap en dan de volgende

Uit het Frans (La maison rose, 1987; Ce pas et le suivant, 1985) vertaald door Marianne Kaas

Van Oorschot, 167 en 185 blz., beide e 18,-

Als de Franse Bibliotheek van Van Oorschot een taai gevecht tegen de bierkaai is, dan is elke titel daarin een gebaar. Iets anders is of de keuze van klassieken en modernen representatief is voor de Franse literatuur, maar dat is subjectief. In de afdeling «modernen» worden geen losse (om hun succes geïmporteerde) boeken uitgegeven, maar au teurs, als François Bon, Pierre Michon en Pierre Bergounioux (1949). Van de laatste zijn vier titels beschikbaar; niet onbelangrijk omdat zijn boeken op elkaar aansluiten.

Het roze huis is de plaats waar de verteller vanaf zijn zesde bepaalde situaties telkens opnieuw beleeft, al naar hij ouder wordt met andere ogen én met een ander gevoel van tijd en betrokkenheid bij de plaats en de aanwezigen. Het zijn vooral begrafenissen waar de hele familie zich verzamelt zodat de kinderblik tijd heeft tot vergelijken. Aan het eind is het huis verkocht, de familie verstoven en het verleden onontwarbaar. De zesjarige is geobsedeerd door de tijd. Dat is meteen het problematische aan het boek. Hoe zintuiglijk sommige beschrijvingen ook zijn, de bespiegelende passages krijgen de overhand, en dan beginnen er rare zinnen op de pagina te woekeren, waar de vertaling niets tegen doet. Eén voorbeeldje: «Ik werd vijftien jaar zonder dat het gezicht een van de drie regionen (de nacht, de tijd, de levenden) koos om zich er blijvend te vestigen.»

De tweede vertaling, van een eerdere roman, brengt dan uitkomst. In Het roze huis komt een bijfiguur voor, een eenoog die ooit vertrokken is, in het begin van de vorige eeuw, en twintig jaar later terugkwam met voldoende geld om boomgaarden, huizen en landgoederen te kopen. De man, die zijn oog bij het houthakken in Les Landes was kwijtgeraakt, zou echter altijd een zonderling blijven. Over hem gaat Een stap en dan de volgende, waarvan de titel slaat op zijn levensloopplan dat hij stug, stap voor stap, ten uitvoer brengt, met de bezetenheid een Faulkner-personage waardig. Ook zijn verhaal wordt in de ik-vorm verteld en zo abstract als dat van het tijdsverloop in de latere roman is, zo concreet en knoestig is het verhaal van de eenoog, stilistisch passend bij de simpele geest. Het zal duidelijk zijn dat ik Bergounioux voor het eerst las, soms is dat een voordeel.