Starring: andrew cunanan

Paniek kon je het nog net niet noemen, maar de golf van opwinding die Amerika overspoelde in de negen dagen tussen de moord op Versace en de zelfmoord van zijn moordenaar, had hysterische uitlopers. Terwijl dader Andrew Cunanan zich schuilhield in een woonboot op enkele kilometers van de plaats waar hij Versace had neergeknald, kreeg de politie duizenden tips uit heel het land van burgers die hem gezien hadden, winkelend in een warenhuis, een biertje drinkend op een terras, dwalend door een korenveld, in alle homobars, en zelfs achter de politiecommissaris van Miami tijdens een persconferentie. In de media werd hij omschreven als ‘briljant en doortrapt’, ‘een kwaadaardig genie’, ‘sluw en demonisch’, ‘een meester in vermomming’ en vergeleken met de ergste seriemoordenaars. Amerika voelde koude rillingen over de ruggegraat lopen. De kijkcijfers van nieuwsshows schoten omhoog. De werkelijkheid leek Hollywood te overtreffen.

Nu hij dood is, blijkt dat Cunanan geen genie was, geen meester in vermomming en zelfs geen seriemoordenaar. De typische seriemoordenaar is een psychopaat die door jeugdtrauma’s wordt gedreven tot rituele moorden. Cunanan beantwoordde niet aan dat profiel. Hij zat financieel en emotioneel aan de grond en had ontdekt dat hij seropositief was. Zijn eerste slachtoffer was zijn ex-minnaar die hem had laten zitten en die hem mogelijk besmet had met het aidsvirus. Zijn tweede slachtoffer had hem vermoedelijk betrapt. Hij vermoordde een andere man om diens auto te stelen. Waarom hij een zakenman in Chicago en Versace vermoordde, is nog onduidelijk. Maar geen enkele van die moorden was bijzonder ‘briljant’. Zijn strategie in de Versace-moord was bijvoorbeeld: schieten en dan hard weglopen.
De reden waarom hij niet gepakt werd, is triest: blunders en een totaal gebrek aan coördinatie bij de politie, die pas serieus naar hem begon te zoeken toen hij een beroemdheid had vermoord. De politie had dus een goede reden om hem als 'briljant’ voor te stellen: zo verborgen ze hun eigen blunders. De media speelden dat spel mee, want wat verkoopt beter dan een evil genius die overal kan toeslaan?
Maar waarom is dat zo? Waarom wil het publiek geterroriseerd worden? Waarom zijn we liever bang van een Cunanan dan van de veel reëlere gevaren die ons dagelijks bedreigen? We willen dat het Kwade een gezicht en een naam heeft. We willen dat wat ons bedreigt, de gedaante aanneemt van een monster dat we na een spannende klopjacht kunnen vangen en straffen, liefst met een rituele executie. Door van Cunanan een monster te maken bevestigen we onze eigen normaliteit.
Nu het monster dood is, hebben de media zich op het volgende verhaal gestort. De feiten die nog aan het licht komen, krijgen weinig aandacht want ze ondergraven de legende die de media hebben gecreëerd. Cunanan, of het zijn bedoeling was of niet, is nu haast even beroemd als Versace. Het respect dat zijn faam impliceert, zal wellicht vroeg of laat een ander gestoord individu inspireren. Het theater blijft open.