Perquin

Station

‘Erg hè’, zegt een onbekende man tegen mij. We staan op perron zes, in afwachting van de trein naar Delft. Het motregent. Er staat een gure wind die iedereen ervan doordringt dat de winter best nog een tijdje kan blijven hangen, als een alcoholist na sluitingstijd. Ik draag nog een das. De man heeft handschoenen aan. 'Erg hè’, zegt hij nog eens. 'Van Japan.’ Hij zegt het op een toon die er geen twijfel over doet bestaan dat dit een gesprek zal worden. En wat voor soort gesprek dit zal worden, dat weten we óók allebei. Het is een genre met eenvoudige wetten: de een zegt iets en de ander beaamt het, omdat er geen alternatieven zijn. Het thema is algemeen. Je kunt de sprekers gemakkelijk vervangen. 'Ja’, zeg ik, 'dat is heel erg.’
De man knikt. Nu hangen er dus wat goedbedoelde, holle woorden tussen ons in. Een weerpraatje. Meer kunnen we er niet van maken. De redenen daarvoor kennen we al. Voor zo veel slachtoffers is in ons hoofd geen plaats. Vijftig, hooguit honderd mensen kunnen we voor ons zien. Die kunnen we beklagen, betreuren. Daarna, weten we, houdt het op. Hoe groter het aantal slachtoffers, hoe beperkter ons voorstellingsvermogen. We kunnen ons niet verbonden voelen met een getal, met de abstractie van een massa. Er zijn gezichten nodig. Verhalen. Een man die wordt doodgestoken voor een fles schoon drinkwater. Een vrouw die van een dak stort in een poging haar dochter in veiligheid te brengen. Een jongetje dat ronddwaalt tussen het puin. Eén mens met een bepaalde gelaatsuitdrukking, een manier van lopen, een geschiedenis. In persoonlijk verdriet kunnen we ons enigszins begeven. Al het andere blijft afgesloten gebied. Geen toegang zonder geldig vervoerbewijs. Dus staan er twee mensen op een perron. Volstrekt willekeurige mensen. Ze praten over iets dat niemand kan zijn ontgaan. Een verloren voetbalfinale. De laatste verkiezingen. De hevige regenval. Een ramp van formaat.
'Erg hè, van Japan.’ 'Ja, dat is heel erg.’ De man trekt zijn handschoenen uit en stopt ze in zijn zakken. In de verte nadert de trein. We zwijgen.