KUNST

Stationnement gênant

Drol

Vorig jaar interviewde ik in Vilnius de stokoude filmmaker Jonas Mekas (1922). Hij was een goede vriend van de kunstenaar-activist George Maciunas (1931-1978), legendarische aanstichter van de Fluxus-beweging. Maciunas en Mekas waren beiden Litouwse emigranten die elkaar in de jaren vijftig in New York leerden kennen. De Village en Soho waren toen nog armetierige buurten waar de nering verviel en bedrijfsruimtes en lofts voor een prikje te krijgen waren, en Maciunas organiseerde daar in 1961 de eerste Fluxus-happening. In het fameuze Fluxus Performance Workbook staan enkele honderden voorstellen of ‘partituren’ voor zulke evenementen verzameld. Het is heerlijk materiaal. George Maciunas’ 12 Piano Compositions for Nam June Paik uit 1964, bijvoorbeeld: Composition no.5: Place a dog or cat (or both) inside the piano and play Chopin. Composition no.10: Write a sign reading: piano composition #10 and show the audience the sign. Of Larry Millers Patina: Urinate on an egg until it has a nice patina or until it explodes, uit 1969. De 'beweging’ kreeg in New York en Europa nogal wat navolging, en ook in Oost-Europa. In Nederland worden Willem de Ridder en Wim T. Schippers ertoe gerekend en ook de 'happenings’ op het Spui waren erdoor geïnspireerd.
Mekas vertelde dat Fluxus een licht anarchistische praktijk was, die in de geest van dada de formele (commerciële) kunstpraktijk op z'n kop zette en daarmee ook de autoritaire structuren in de samenleving bekritiseerde. Je zou denken, zei hij, dat de politie in Oost-Europa daar korte metten mee maakte, maar dat gebeurde maar zelden: 'Een man loopt een café binnen, bestelt een glas water, neemt drie slokken, springt drie keer op en neer, en vertrekt dan. De KGB begreep daar niets van. Het was te raar voor ze. En dus traden ze er niet tegen op.’ In Litouwen en in Tsjechië bleef die vorm van humoristische antikunst lange tijd bestaan, maar het gedachtegoed heeft pas echt school gemaakt in het bekrompen Nederland in de vorm van het éénmansbedrijf Wim T. Schippers, in sculptuur, literatuur, radio, toneel en televisie. Schippers haalde de nationale televisie in 1963 met de Manifestatie aan het strand te Petten, waar hij een flesje Green Spot-limonade in zee goot; in 1962 bedacht hij het concept voor de Pindakaasvloer, dat onlangs door Museum Boijmans met enig rumoer is aangekocht. De rest is geschiedenis.
Als eerbewijs voor dit omvangrijke en consistente oeuvre onthulde de VPRO vorige week naast haar gebouw op het Mediapark Schippers’ kunstwerk Stationnement gênant, een vierenhalve meter hoge drol van kunststof. Het ding is niet speciaal voor de VPRO vervaardigd; het stond in 2008 in het Bos van Ypeij bij Tytsjerk, en er is even sprake van geweest dat de Keukenhof het wilde hebben, als 'klimsculptuur’, maar dat kan een 1-april-grap zijn geweest. Bij de VPRO staat het op zijn plek - die omroep zond immers Schippers’ roemruchte shows rond Sjef van Oekel, Fred Haché en Barend Servet uit - maar volgens de VPRO is de verwerving van Stationnement gênant tevens een 'aanklacht tegen de vooringenomenheid van het zittende kabinet tegen kunst, cultuur en de publieke omroep’.
Ik denk niet dat die aanklacht begrepen wordt. De geest van Fluxus moge in dit werk springlevend zijn, als de KGB'ers van weleer zal het kabinet er schouderophalend aan voorbijgaan. Helaas: dit soort aanklachten zijn futiel. Zwaarder geschut is gevraagd. Reeds!

Stationnement gênant, Wim T. Schippers, Hilversum, Mediapark. Ken Friedman e.a. (red.), The Fluxus Performance Workbook, www.thing.net/~grist/ld/fluxusworkbook.pdf