Stationsromantiek

In Gare du Nord van Claire Simon hangen onder de vertrek- en aankomsttijden Nepalezen, Arabieren en Afrikanen rond in onverwachte bondgenootschappen.

Medium gare du nord film still 1

Ooit was het Centraal Station van Rotterdam een gevaarlijke plaats. Je kon in ieder geval beter niet gaan eten in de restauratie op het eerste perron, want daar zaten de junks. Ze waren met veel, en ze waren er niet weg te slaan, al werd dat geregeld geprobeerd. Op de een of andere manier hoorden ze in de jaren tachtig, en misschien ook nog wel begin jaren negentig, in het stationsbeeld. Op het Centraal Station in Amsterdam hingen ze tegen de pui aan, of sliepen ze er vlak voor, op de steigers van de rondvaartboten. Aan de achterkant van het station tippelden de heroïnehoeren, ijselijk mager en zonder tanden. In Utrecht zaten de junks bij elkaar in Hoog Catharijne, vlak bij de ingang van V, en toen ze daar werden weggeveegd schoolden ze samen in een overdekte passage tussen het station en de parkeergarage. Voorbij fietsend kon je een blik naar binnen werpen, en denken dat zo ongeveer de Hades eruit moest zien.

Ik kan het me verbeelden, maar het lijkt alsof de onderwereld een paar decennia geleden zich dichter onder het oppervlak van de beschaving bevond dan nu, zichtbaarder was, zeker voor de treinreiziger. In de nieuwe, blinkende terminalachtige gedaantes waarin stations nu gehuld zijn, lijkt er geen plaats meer voor verscholen slaapplaatsen, verkrachterstunneltjes en duistere handel. Het is natuurlijk onzin om terug te verlangen naar gevaar en ellende, en de Hema is een van de fijnste winkelketens van Nederland, maar nu je op ieder groot station de bekende rookworst ruikt en een Jip en Janneke-theedoek kunt aanschaffen, lijkt de romantiek van de verloedering verder weg dan ooit.

Maar misschien moet je er op een andere manier oog voor hebben, zoals filmmaakster Claire Simon dat bijvoorbeeld heeft in haar speelfilm Gare du Nord. Of is dit station in Parijs, het station waar altijd het grote avontuur lijkt te beginnen, echt gewoon nooit veranderd? ‘Hier is nergens’, zegt Ismaël, de jonge Frans-Algerijnse socioloog die zijn thesis schrijft over ‘de representatie van de wereld’ die hij denkt te kunnen vinden op Gare du Nord. ‘Het is het centrum van de wereld, maar het is ook een dorpsplein.’

Ismaël is een van de hoofdpersonages in Simons film. In het begin zie je hem reizigers aanklampen, die meer en minder gestresst reageren. Met zijn studentikoze brilletje, blocnote in zijn handen en zijn weke mond maakt hij een ongevaarlijke indruk. Innemend zelfs, zoals hij een elegante Parisienne benadert. Alleen begaat hij op een gegeven moment de fout haar te vragen of ze met pensioen is. Dat ze opeens op haar hakken en in haar scherp gesneden mantel van hem weg beent, interpreteer ik althans als een beledigde reactie op zijn suggestieve verwijzing naar haar leeftijd. Hij maakt het goed door haar te blijven achtervolgen, een hartstochtelijke interesse voor haar aan de dag te leggen. En tja, dan bezwijkt ook een ogenschijnlijk ongenaakbare vrouw van de wereld.

De tedere romance tussen de student en de dame ontwikkelt zich tegen de achtergrond van het bonte leven dat het station blijkt te herbergen. Achter de façade van de broodjeskraam, de snoepwinkel en de toiletten gaan de levensverhalen schuil van mensen die in hun land van herkomst neurochirurg waren en hier broodjes met humus besmeren. Bij wijze van spreken. Onder de ratelende borden met vertrek- en aankomsttijden hangen Nepalezen, Arabieren, Afrikanen in onverwachte bondgenootschappen. De stoere donkere jongen, rokend, behangen met sieraden, stuurt bezorgd zijn jongere zusje weg, weg van het station. Te gevaarlijk voor meisjes. Een Franse man van middelbare leeftijd loopt wanhopig rond met de foto van zijn dochter. Heeft iemand haar gezien? Ze had een hond bij zich. Een jonge vrouw met man en twee kinderen wil in de trein naar Lyon stappen, als ze wordt gebeld door haar baas. Ze zal in Parijs moeten blijven, om te wachten op een belangrijke cliënt. Haar man verbijt zich, terwijl de kinderen zich aan haar vastklampen, smeken of maman echt niet mee kan. De cliënt laat dan op zich wachten. De vrouw ziet daarna bij de vertrekkende treinen alleen nog maar huilende kinderen die als een pakketje worden doorgegeven tussen ex-echtgenoten. De elegante Parisienne ondertussen, aan de vooravond van haar laatste chemokuur, vraagt zich af of ze gek geworden is. Ze is verliefd, zoals ze zelf zegt ‘als een vijftienjarige’. Ismaël leert haar op een andere manier te kijken naar de mensen om haar heen. Iedereen heeft een verhaal, een geschiedenis, tragiek, liefde. Wat ook bij de verliefdheid hoort: als hij niet komt opdagen op een afspraak in de koffiebar is ze onmiddellijk verloren. Wat bezielde haar? ‘Je suis une phantome’, denkt ze. Zoals haar gezicht dan weer oplicht als ze Ismaël in de mensenmenigte in de hal van het station ontwaart, zijn naam roept, zo kunnen alleen op een station mensen elkaar hervinden, en weer kwijtraken.


Marja Pruis is journalist en romanschrijfster. Haar meest recente boek is Als je weg bent (2013).

Beeld: Nicole Garcia in Gare de Nord van regisseur Claire Simon (IFFR).