De stad door een transitiebril

Steden varen wel bij ondersteuning van bewonersinitiatieven

In ‘De Stad door Andere Ogen’ dagen bijzondere kijkers, denkers of kunstenaars ons beeld van de stad uit. Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, van wie onlangs het boek Verandering van tijdperk uitkwam, pleit voor een stad waar de menselijke maat de boventoon voert.

Medium klushuisrotterdam

Een stad volgens de menselijke maat

Een stad is een complex, levend organisme dat altijd en eeuwig in ontwikkeling is en zich in allerlei richtingen beweegt. Zo’n stedelijk organisme is niet dwingend te sturen van bovenaf (‘top-down’), tegelijkertijd is een stad geen optelsom van louter ‘bottom-up’-initiatieven. Een subtiele, lichte vorm van sturing kan echter wel succesvol zijn, vanuit de paradox ‘richting geven en ruimte bieden’. In tijden van transitie is meer dan ooit behoefte aan een wenkend perspectief. Geen blauwdruk of dichtgetimmerd toekomstbeeld, maar een inspirerende stip op de horizon. Een visie op de stad die energie geeft en mensen inspireert, uitnodigt en bindt. In wat voor stad willen wij eigenlijk leven over pakweg 25 jaar? Zelf zou ik in een stad willen wonen waar veel, zo niet alles klopt, een stad waar de menselijke maat de boventoon voert, een stad met een ziel waar de kwaliteit van leven en de leefomgeving centraal staan, een stad voor en door mensen gecreëerd. In Europa is voor mij Kopenhagen zo’n stad, buiten Europa is Vancouver mijn favoriete stad.

Crisis biedt maximale ruimte voor innovatie

Naast richting geven is het bieden van ruimte aan de bewoners van de stad van belang. Met ruimte bedoel ik innovatieruimte: dit kan financiële ruimte zijn (financiële ondersteuning van burgerprojecten), juridische ruimte (regelvrije of regelluwe zones), institutionele ruimte (buiten de stadsbureaucratie om) en mentale ruimte (ruimte voor vreemde, ‘out of the box’-ideeën). Het wegnemen van belemmeringen is een belangrijk onderdeel van het slim sturen van een stad. In tijden van crisis domineren chaos en instabiliteit. In die periode reorganiseert een stad zich en schept ruimte voor nieuwe structuren. Deze periode van wanorde duurt kort, maar dat is een relatieve notie en kan wel een decennium beslaan. Kortom, als een stad in crisis verkeert is er maximale ruimte voor zelforganisatie en initiatieven van onderop.

Terwijl Nederlandse steden nog in een (bouw)crisis zitten, borrelt en bruist het er tegelijkertijd. De crisis biedt een kans voor de initiatiefrijke stedeling om zijn of haar dromen te verwezenlijken. Leegstaande kerken worden omgetoverd tot ontmoetingsplaatsen voor de buurt, braakliggende bouwterreinen worden verbouwd tot moestuinen voor de buurt en oude scholen promoveren tot gezamenlijke woonplaatsen. Van onderop wordt een steeds belangrijker motto in de bouw. Niet de projectontwikkelaars, aannemers, gemeenten of woningcorporaties bepalen wat, hoe en waar er wordt gebouwd – want die markt ligt door de crisis nagenoeg stil – maar gewone mensen, met dromen en ideeën, zijn bezig om de stad te ‘maken’. Dat was ook het thema van de recente Rotterdamse architectuurbiënnale ‘Making the City’. De tijd van grootschalige, uniforme Vinexwijken en dure appartementencomplexen ligt definitief achter ons.

Maak gebruik van sociaal kapitaal voor een succesvolle stad

Mensen gaan mede hun eigen woning bedenken, hun eigen ruimte indelen en hun eigen buren kiezen. Niet alles lijkt meer alleen om geld te draaien. Ook andere kapitaalvormen spelen een rol, zoals sociaal en bestuurlijk kapitaal. Uit onderzoek naar succesvolle steden waar ik bij betrokken was blijkt dat steden die optimaal gebruik maken van sociaal kapitaal (creativiteit, innovatie, diversiteit, burgerparticipatie) significant beter scoren dan steden die dat niet doen. Steden die gebruik maken van de ideeën en creativiteit en kwaliteit van burgers, zoals Freiburg en Kopenhagen in Europa, zijn succesvol en in redelijke mate in balans.

Door de semi-permanente crisis hebben veel hoogopgeleide mensen in steden meer tijd dan geld en komt er meer ruimte voor het actief betrekken van deze mensen bij de ontwikkeling van de stad. In Rotterdam zijn zo de klushuizen ontstaan: verpauperde, leegstaande panden die voor een weggeefprijs worden verkocht, maar wel met een renovatieplicht en mensen moeten er minimaal twee jaar in wonen. De klussers die zo’n pand kopen krijgen begeleiding bij het opknappen van hun huis door een team van coaches van de gemeente Rotterdam. Inmiddels zijn zo’n 250 oude Rotterdamse woningen van de hand gedaan aan enthousiaste doe-het-zelvers. Gemeente en eigenaars zijn zeer tevreden met het bereikte resultaat. De klushuizen zijn onherkenbaar verbeterd en door het grote oppervlak en de lage prijzen hebben de eigenaars budget overgehouden voor leuke en verrassende elementen. Het project is al vier jaar zo’n succes dat ook andere gemeenten, zoals Den Haag, het overnemen. Ook de lokale energiecoöperaties schieten als paddenstoelen uit de grond in de grote steden, met energieke burgers als initiatiefnemers. Bekende voorbeelden zijn Blijstroom in Rotterdam, Wij Krijgen Kippen in Amsterdam en Grunneger Power in Groningen.

Door dit alles ontstaat een ander soort stadsontwikkeling, in veel kleinere stukjes, spontaan, chaotisch, minder planmatig en minder gestructureerd, met ruimte voor eigen initiatief en vanuit de mensen zelf. Mensen gaan zich op lokale schaal organiseren in gemeenschappen vanuit vertrouwen: glokalisering. Ik verwacht dat dit de komende jaren een grote vlucht gaat nemen in de stad.


‘De Stad door Andere Ogen’ is een speciale online editie van de live talkshow Stadsleven waarin de stad met een frisse blik wordt bekeken door de ogen van bijzondere kijkers en creatieve initiatieven. Kijk op stadslevenamsterdam.nlvoor meer columns.


Beeld: Klushuizen in Arnhem (2013). (Erik Vos, via Flickr).