DE ISLAM IN WILDERS’ BETOOG

Steeds harder en wilder

Hoe opereerde Geert Wilders in de Kamer tijdens vier achtereenvolgende algemene beschouwingen? Van ‘oprukkend islamisme’ tot ‘tuig’ en ‘moslimkolonisten’.

DE REACTIES OP HET BEVEL van het Amsterdamse Gerechtshof om Geert Wilders strafrechtelijk te vervolgen waren niet alleen talrijk, maar bovenal zeer verschillend van aard. Wilders moet in de politieke arena worden aangepakt, niet in de rechtszaal. Het hof heeft Wilders feitelijk al veroordeeld. Wilders heeft met zijn harde uitspraken juist veel goed gedaan voor de islam. Een veroordeling zal geen einde maken aan het islamdebat. Als een zaak onder de rechter is, zwijgt de politiek. Wilders mag niet wat de Hofstadgroep wel mag.
Al die reacties bij elkaar laten zien hoe Nederland worstelt met de vrijheid van meningsuiting in het islamdebat. Wat mag wel en wat mag niet worden gezegd in een democratisch land? Volgens het hof zaait Wilders haat met zijn generaliserende taalgebruik, de radicale strekking van zijn woorden, de niet aflatende herhaling en de gebiedende wijs die hij daarbij vaak gebruikt. Volgens het hof zijn zijn uitingen ‘kennelijk erop gericht om bij de Nederlandse bevolking conflictueuze tweespalt te veroorzaken ten opzichte van de islamitische bevolkingsgroep’. Het oordeelt dat Wilders erop uit is ‘politici en burgers van zijn ideeën te overtuigen en hen op basis daarvan tot actie te bewegen’.

Hoe heeft Wilders de afgelopen jaren in de politieke arena in Den Haag geopereerd, volgens velen dé plek waar de voorman van de Partij voor de Vrijheid van repliek moet worden gediend? En hoe reageren andere fracties op hem?
Ruim vier jaar geleden, in september 2004, wordt Wilders na zes jaar Kamerlid voor de VVD te zijn geweest door toenmalig fractievoorzitter Jozias van Aartsen uit de fractie gezet. Wilders wil dat de VVD een rechtsere koers gaat varen en heeft daarvoor een tienpuntenplan op tafel gelegd. Daarin pleit hij onder meer voor het niet toelaten van Turkije tot de Europese Unie, het verbieden van radicale moskeeën en het uitzetten van radicale imams, maar ook voor het verhogen van de maximum snelheid en het verlagen van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking. Allemaal politieke standpunten waar een ander het mee oneens kan zijn, maar waar geen hof op zou aanslaan.
Nadat hij uit de VVD is gezet, gaat Wilders verder als eenmansfractie. Wie zijn eerste bijdrage aan een algemene beschouwing bekijkt, in september 2005, ziet een Kamerlid dat zich houdt aan de mores van Den Haag. Zijn taalgebruik is zoals de andere parlementariërs dat van elkaar gewend zijn. Hij keert zich dan vooral ‘tegen de geest van de boekhouder en de technocraat’ die uit de Miljoenennota ademt.
Zijn eerste opmerking over de islam zit verpakt in een zin over de onzekerheid waarin volgens hem veel Nederlanders verkeren: ‘Mensen zijn onzeker over hun baan, over hun pensioen, over hun veiligheid, over het oprukkende islamisme, over de zorg voor hun ouders in verpleeghuizen, over te hoge belastingen en premies die ze moeten betalen en ga zo maar door.’ Hij wordt in zijn eerste spreektermijn één keer in de rede gevallen. Door ChristenUnie-fractievoorzitter André Rouvoet. Die reageert op de woorden boekhouders en technocraten.
Een jaar later, kort voor de verkiezingen, maakt de islam al een veel groter deel uit van Wilders’ betoog. Na een opsomming van allerlei cijfers over Marokkaanse criminelen, Turkse en Marokkaanse uitkeringsgerechtigden en gezinsherenigingen oordeelt Wilders dat een immigratiestop nodig is. ‘Dweilen met de kraan open is nooit effectief… Het moet niet veel gekker worden in Nederland.’ Ook praat hij over denaturalisatie en het land uitzetten van hen die over de schreef gaan. Aan het slot van zijn betoog vraagt hij minister-president Balkenende te beamen dat ‘onze cultuur gewoon de beste is’.
Ook dan wordt Wilders tijdens zijn eerste spreektermijn maar één keer iets gevraagd. Door het inmiddels vergeten Kamerlid Anton van Schijndel, een ex-VVD’er en ex-LPF’er die zich samen met Joop Eerdmans van die laatste partij had afgescheiden. Van Schijndel vond Wilders’ voorstel een stop te zetten op het bouwen van moskeeën ‘indruisen tegen de traditie die wij hier al eeuwen kennen’.
De rest houdt zijn mond. Twee maanden later wint Wilders’ PVV negen zetels.
Bij de eerst daarop volgende algemene beschouwingen, september 2007, verloopt het debat anders. De redenen daarvoor? De andere fracties hebben gezien dat negeren niet de manier is om Wilders te bestrijden. De PVV is een partij geworden waar ze niet meer omheen kunnen. D66-leider Alexander Pechtold is begonnen Wilders van repliek te dienen en uit opiniepeilingen blijkt dat burgers dit waarderen. Ook Wilders en zijn woordgebruik zijn veranderd.
De PVV-leider laat zich tijdens dit debat laatdunkend uit over de half-Marokkaanse klederdracht van PVDA-minister Ella Vogelaar, verwijt het kabinet van Nederland het Rabat aan de Rijn te maken, zegt dat de islam het grootste probleem is in Nederland, pleit voor een kleinere Koran, zo dik als de Donald Duck, waaruit alle haatdragende en tot moord oproepende teksten verdwenen zijn, en ontvouwt wederom een tienpuntenplan.
Verschil met drie jaar daarvoor is dat nu alle tien punten gericht zijn op wat Wilders noemt ‘het de-islamiseren van Nederland’. In het laatste punt schetst Wilders zijn toekomstdroom: ‘Een Nederland zonder criminele allochtonen, dát is nu mijn Zwitserleven gevoel.’
Dit keer krijgt Wilders wel repliek. Nu niet alleen van Pechtold, ook toenmalig SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen haalt flink uit. ‘U zegt dus eigenlijk: ik gun mensen die de islam aanhangen niet hun heilige boek. Daarmee ontneemt u ze eigenlijk ook hun geloof… Het grote probleem is dat u categorisch alle mensen die de islam aanhangen en daarin geloven, wegzet… Dat is gevaarlijk.’
Nog weer een jaar later, bij de algemene beschouwingen afgelopen september, is het hek van de dam. Het woordgebruik van Wilders is inmiddels totaal veranderd en de hele opbouw van zijn betoog draait nog maar om één ding: de islam.
Hij noemt de Miljoenennota een ‘flutstuk’, zegt dat ‘dit kabinet schade aanricht in onze samenleving’, praat over ‘twee Nederlanden’, zegt dat ‘we hadden kunnen zwemmen in het geld’ om direct daarop te vervolgen ‘in plaats van dat te doen volgen wij de linkse droom om de halve islamitische wereld naar Nederland te halen’: ‘Ik denk wel eens, in het vliegtuig wordt ze zeker al geleerd: jij stemmen op Wouter Bos, hij jou geven uitkering.’
Pechtold en GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema interrumperen, verwijten hem dat hij de tweedeling groter maakt en dat hij scheldt op Mohammed en Fatima, maar zelf niets doet. Wilders vindt dat hij het juist opneemt voor de kleine man. ‘Wij raken ons land kwijt… Kwijt aan de massa-immigratie… Kwijt aan het Marokkaanse tuig dat scheldend, spugend en onschuldige mensen in elkaar rammelend door het leven gaat… De elite noemt deze Marokkanen die de boel hier verzieken heel romantisch nieuwe Nederlanders. Ik noem ze liever kolonisten, moslimkolonisten.’
Bijna alle fracties storten zich op hem. Ze proberen hem ervan te doordringen dat hij praat over ‘zij’ en ‘wij’. Ze verwijten hem zich te verschuilen achter zijn steeds terugkerende opmerking dat het hem om een intolerante ideologie te doen is en niet om de mensen. Hij kan dat volgens hen niet volhouden, omdat hij zelf zegt: ‘Ze zijn hierheen gekomen om het land over te nemen.’ Het leidt tot uitspraken van Wilders over de islamitische intifada in Nederland en over het kabinet-Balkenende IV dat geen oog heeft voor ‘de islamisering van ons land, de andere kant opkijkt en die culturele capitulatie min of meer tekent’.
Opvallend vaak wordt tijdens dat debat door derden geschilderd waar Wilders feitelijk mee bezig zou zijn. PVDA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer concludeert dat Wilders ‘een hele religie, een hele bevolkingsgroep tot volksvijand verklaart’. Pechtold noemt hem een ‘extremist’. Halsema concludeert dat ‘de PVV niet meer is dan een platform voor het vervloeken van vreemdelingen’. Alleen VVD-fractievoorzitter Mark Rutte stelt zich anders op: ‘Ik heb er geen belang bij om als de heer Wilders die grijsgedraaide plaat iedere keer afdraait, daar tegenin te gaan. Laat hem maar lopen, zou ik zeggen.’

Daar denkt het hof dus anders over; zijn uitspraak ligt meer in lijn met wat CDA-minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken zegt tijdens het Kamerdebat over Wilders’ film Fitna: ‘Ook zijn er wat de Nederlandse regering betreft grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, conform de wet in relatie tot haat zaaien, discriminatie en smaad.’ CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel verwijt Wilders in datzelfde debat een boosaardige film te hebben gemaakt. ‘Het meest vilein is de associatie die wordt gelegd tussen moslimterrorisme, de aanwezigheid van moslims in dit land en de vrees voor een moslimstaat.’
Wilders’ reactie daarop is: ‘Zou het CDA het acceptabel vinden als het er twee of drie miljoen zouden zijn?’ Er volgt geen volmondig ja: ‘U schetst een volstrekt theoretische situatie.’ Wilders’ repliek: ‘Het gaat om de kwaadaardige, de intolerante en gewelddadige ideologie die de islam met zich meebrengt en die ook betekent dat de rechtsstaat er een prijs voor zal gaan betalen wanneer deze in omvang toeneemt.’
Pas bij nieuwe verkiezingen zal blijken of Wilders’ angstbeelden zijn bestreden door – hoe tegenstrijdig ook – het mede dankzij hem toegenomen debat over de islam. Door de rechtszaak zal alleen niet meer zijn vast te stellen of het democratische debat dat dan op eigen kracht heeft weten te bereiken.