Steenkousen versus Megawinst

Het Lenteakkoord Verantwoordelijkheid nemen in crisistijd, met onder meer forse bezuinigingsmaatregelen in de zorg, was nog niet droog of de jaarcijfers van de zorgverzekeraars druppelden binnen. Tezamen is er in 2012 een winst van 1,4 miljard geboekt. Zorg­minister Edith Schippers jubelde meteen dat dit dús bewijst ‘dat de marktwerking werkt’. Maar waar worden die bakken vol premiegeld dan aan besteed?

In de zorg blijkt telkens weer hoe ondoorzichtig de rekensommen zijn. De winst – een vervijfvoudiging ten opzichte van 2011 – is nu opeens vooral gestegen door het inkopen van goedkopere medicijnen. In die zin werkt concurrentie. Ook vielen de kosten van medisch-specialistische zorg mee. Maar of dat het gevolg is van het uitkleden van de patiëntenzorg is onduidelijk. Tegelijk zuigt het stelsel zélf geld weg bij behandelingen, therapieën, wetenschappelijk onderzoek, de verzorging van chronisch zieken, bejaarden en gehandicapten – van medische steunkousen tot dagbesteding, noem maar op, waar het premiegeld en de inkomensafhankelijke bijdragen in de kern voor zijn bedoeld.

Hoe dat schuiven en rondpompen van kolossale bedragen werkt, laat de discussie zien over wat er met de extra winst moet gebeuren. Schippers vindt een premieverlaging van de basispolis een logische stap. Dat komt haar politiek natuurlijk goed uit omdat ze flink het mes zet in allerlei basisvoorzieningen. De zorgverzekeraars mogen het niet in eigen zak steken, want zij hebben formeel geen winstoogmerk, hoewel de bestuurders en het hoge management niet krenterig zijn bij het bepalen van hun eigen inkomen en toeslagen.

Volgens de zorgverzekeraars zijn de winsten nodig omdat de toezichthouder, De Nederlandsche Bank, hoge eigen vermogens eist ‘vanwege de grotere financiële risico’s als gevolg van de stelselwijziging’. De reserves moeten klappen opvangen, bijvoorbeeld om een onrendabel ziekenhuis failliet te kunnen laten gaan. De verzekeringsbranche oppert nu om een deel van de winsten te storten in een nieuw fonds om de sanering van ziekenhuizen ‘efficiënt te regelen’. Dat fonds moet dan, zo wordt er omineus bij gezegd, wel onafhankelijk zijn, om belangen­verstrengeling te voorkomen. En natúúrlijk moet er een stevige toezichthouder komen.

Zeker, in crisistijd moet iedereen verantwoordelijkheid nemen. Maar schept de megawinst vertrouwen in ons zorgstelsel onder leiding van een minister die heilig gelooft in de kracht van de markt? En in de overheid? Onder de boekhouding valt, niet te vergeten, ook het uitkeren en controleren van de zorgtoeslag voor de lage inkomens, jaarlijks ruim twaalf miljard. Nee hoor, staatssecretaris van Financiën Frans Weekers wist écht niets over de miljardenfraude door Bulgaren en andere ‘spookburgers’. Hij zit tijdens het meireces waarschijnlijk ‘verbijsterd en geschokt’ te piekeren waarom hij niet reageerde op al die waarschuwingen van ambtenaren.

Ondertussen meldde staatssecretaris van Zorg Martin van Rijn vorige week dat hij vijftien miljoen uittrekt om dertigduizend huisbezoeken af te leggen om te controleren of de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) terecht zijn verstrekt. Daar wordt via bemiddelingsbureaus enorm mee gefraudeerd, maar sommige pgb-gebruikers zijn zelf ook erg creatief bij hun aanvraag. En wie gaat de controle nu doen? De zorgverzekeraars, want zij voeren de regeling uit.