Stefan heym

Hans de Vries vertaalde van Stefan Heym Het Koning David-rapport (uitgeverij Pegasus, 1984)
Lid van een politieke partij is hij nooit geweest. En ook bij de PDS heeft Stefan Heym geen inschrijvingsnummer. Maar hij is wel als Democratisch Socialist in de Duitse Bondsdag gekozen. Niet iedereen in Duitsland is daarvan gecharmeerd.

ALS DEZE WEEK DE NIEUWE zittingsperiode van de Duitse Bondsdag begint, zal de openingsrede worden uitgesproken door Stefan Heym. Met zijn 81 jaren is hij de oudste van de pas gekozen parlementariers, en in Duitsland wil de traditie dat de oudste parlementarier de eretitel Altersprasident krijgt toegekend. Zijn taak is het om de eerste zitting te openen.
Stefan Heym heeft voor heel wat hete vuren gestaan in zijn leven, maar dat hem deze eer nog eens te beurt zou vallen, heeft hij waarschijnlijk nooit gedroomd. Door zijn eretitel weet hij zich verzekerd van een maximaal gehoor als hij ten overstaan van de volksvertegenwoordigers zijn visie ontvouwt op de politieke en sociale situatie in zijn land.
Niet iedereen in Duitsland is er echter van gecharmeerd dat Heym straks het woord tot de Bondsdag zal richten. Zowel in kringen van de CDU als in kringen van de SPD is gezocht naar redenen om dit evenement te verhinderen. Alsof de persoon van Heym in strijd zou zijn met het politieke fatsoen. Alsof het democratische gehalte van de Bondsdag zou worden geschaad als de openingsspeech wordt gehouden door een woordvoerder van de Partij van het Democratisch Socialisme.
Waar komt deze weerstand uit voort? Welke gevoeligheden spelen hier een rol? Is het omdat hij als achttienjarige in een provinciale krant in zijn geboorteplaats Chemnitz een satirisch gedichtje publiceerde, waarin de Duitse officierseer werd bezoedeld? Het kwam hem te staan op een pak slaag van een aantal klasgenoten en op verwijdering van het stedelijk gymnasium, maar het kan toch geen reden meer zijn om hem nu nog het spreekrecht te misgunnen.
Dat hij als zoon van joodse ouders in maart 1933 de wijk nam naar Praag, en later via Chicago naar New York, kan hem ook moeilijk worden aangerekend. Hij had toen al besloten om journalist en schrijver te worden. Ook zijn auteursnaam dateert uit die jaren; vanuit Praag had hij, tot dat moment Hellmuth Fliegel geheten, een ansichtkaart naar huis gestuurd, die hij ondertekende met Stefan Heym.
ZO GOED EN ZO kwaad als dat ging, probeerde deze Stefan Heym in zijn levensonderhoud te voorzien met behulp van zijn schrijfmachine, aangeschaft van het honorarium dat hij voor zijn eerste gedicht ontving. In New York was hij enige jaren hoofdredacteur van het antifascistische weekblad Deutsches Volksecho, voordat in 1942 zijn eerste roman verscheen, Hostages. Hij had ervoor gekozen in het Engels te schrijven. Het boek werd goed ontvangen en het succes komt het zelfvertrouwen van de emigrant zeer ten goede.
Misschien zijn er mensen die hem nog steeds niet hebben vergeven dat hij kort na het verschijnen van zijn eersteling dienst nam in het Amerikaanse leger. Hij werd ingedeeld bij de verbindingstroepen, en was in 1944 sergeant toen hij deelnam aan de invasie in Normandie. Zijn aandeel in de strijd bestond onder andere uit het schrijven van teksten voor strooibiljetten, bedoeld om de Duitse troepen te demoraliseren. Via Frankrijk trok hij Duitsland binnen en rukte hij met het leger op tot aan de Elbe. Zo zag hij na meer dan twaalf jaar Chemnitz terug, bezocht hij de ruines van zijn geboortehuis en de school waarvan hij zo smadelijk werd verwijderd.
Zijn land was bevrijd, maar hij was inmiddels Amerikaans staatsburger en zag in de Verenigde Staten zijn loopbaan als schrijver voor zich liggen. Daarom nam hij ontslag uit de militaire dienst om eind 1945 terug te keren naar New York en zich aan het schrijven van zijn volgende boeken te wijden.
Hoewel Heym zelf niet direct slachtoffer was geworden van het onderzoekscomite van senator McCarthy, dat de culturele wereld uitvlooide op communistische elementen, werd het politieke klimaat in de VS hem omstreeks 1950 toch te guur voor schrijvers met vooruitstrevende ideeen. Hij besloot naar Europa terug te keren. Duitsland trok hem niet, hij achtte de kans te groot dat hij daar naaste buren zou krijgen die zich aan nationaal-socialistische wandaden hadden schuldig gemaakt. Hij gaf de voorkeur aan Praag als woonplaats.
Praag bleek na de communistische machtsovername echter een slangenkuil te zijn geworden, waar mensen om onbekende redenen spoorloos verdwenen. Toen dit tot Heym was doorgedrongen, koos hij eieren voor zijn geld. Hij vestigde zich in 1952 in Oost-Berlijn. Daar zou hij de tweede helft van zijn leven blijven wonen en werken.
ZIJN LEVEN BLIJFT ook in de DDR turbulent. Heym noemt zich socialist, en dan bedoelt hij een socialist die weigert om zijn naoorlogse verwachtingen door een zich democratisch noemende republiek te laten frustreren. In de jaren zestig en zeventig wijken veel van zijn collega-schrijvers uit naar het Westen. Heym blijft in Oost-Berlijn. Hij erkent volmondig dat het reeel bestaande socialisme van de DDR niet het ideale socialisme is, maar dat betekent voor hem dat er nog heel wat valt te veranderen. In het socialisme dat hem voor ogen staat, mag de vrijheid van het kritische woord niet ontbreken en is er plaats voor twijfel en menselijke zwakheid.
Zo ontpopt Heym zich allengs tot een tegendraadse figuur in het Oostduitse culturele leven. Door het rigide partijapparaat wordt hij steeds meer in de rol van dissident gedwongen, maar tegelijk legt hij precies zoveel loyaliteit aan de dag dat de machthebbers hem genadig moeten blijven.
Van zijn hand zijn meer dan vijftien romans en verhalenbundels verschenen. Hij is een hartstochtelijk verteller en weet in zijn boeken geraffineerde intriges te spannen die hun kracht ontlenen aan hun grote geloofwaardigheid. Grote thema’s worden steeds op smaak gebracht door er veel menselijke maat in te verwerken.
In West-Europa is hij vooral bekend geworden door Vijf dagen in juni. Daarin wordt de verhouding van individu en partij op scherp gezet. De lezer volgt de vakbondsvoorzitter Martin Witte gedurende de vijf dagen die voorafgaan aan de arbeidsonlusten in Oost- Berlijn in juni 1953. Witte ziet de moeilijkheden aankomen. Hij raakt steeds meer doordrongen van het explosieve van de situatie en probeert wanhopig het tij te keren door zijn invloed uit te oefenen, zowel op de werkvloer als in hoge regionen van de partij. Bij de partijfunctionarissen vindt Witte weliswaar een luisterend oor, maar tegelijk ook een grote dosis starheid en wantrouwen. Machteloos moet hij toezien hoe de zaken niet alleen hem, maar ook de zogeheten arbeidersregering boven het hoofd groeien, zodat ten slotte de Russische bezetters met geweld moeten ingrijpen om de orde te herstellen. Iedereen verliest, maar in dat verlies weet Heym toch nog een vonk menselijke waardigheid te redden.
Jarenlang heeft Heym het manuscript van deze roman in de la laten liggen, wachtend op een gelegenheid om het in de DDR gepubliceerd te krijgen. Als zijn geduld op is, laat hij het boek in in 1974 in West-Duitsland verschijnen - opnieuw een daad die hem door de bewindvoerders niet in dank is afgenomen. De ironie wil dat Vijf dagen in juni op de valreep, in 1989, toch nog in de DDR is verschenen. Toen hadden de gebeurtenisen echter al een keer genomen die de actualiteit van het boek zou doen verbleken.
HET ZIET ER niet naar uit dat Heym zijn eigenzinnigheid en de zelfstandigheid van zijn oordeel heeft prijsgegeven sinds hij burger is van het verenigde Duitsland. In Berlijn was hij kandidaat voor de PDS bij de Bondsdagverkiezingen van 16 oktober jl. Mede door zijn directe verkiezing kan deze partij, ondanks het feit dat zij de kiesdrempel van vijf procent niet heeft gehaald, toch dertig zetels bezetten in de Bondsdag. De kiesdrempel is namelijk niet van kracht indien drie of meer kandidaten direct worden verkozen.
De PDS wordt in de Duitse pers vrijwel algemeen afgeschilderd als de opvolgster van de SED, de communistische partij van de voormalige DDR. Dat zou de indruk kunnen wekken dat Heym eenvoudig is overgestapt van de ene partij naar de andere. Die indruk is onjuist. Van de SED is Heym nooit lid geweest. Van de PDS is hij evenmin lid. Hij geeft er de voorkeur aan, zijn inzichten vrij te houden van partijdiscipline.