Met z'n allen bij het voetbal

‘Stelletje asbakken!’

Medium 1 voetbal rc20111021rijnsburgseboys10

‘Dat gaat snel!’ klinkt de schelle stem van een vrouw een rij achter ons die mogelijk tot in het naburige Katwijk te horen is. De voetbalwedstrijd om de koppositie in de Topklasse tussen de Rijnsburgse Boys en Spakenburg is negen minuten onderweg en zojuist heeft de speaker drie minuten blessuretijd aangekondigd. Dat het zo kort zou duren, wist iedereen van tevoren. In de eerdere confrontatie kreeg een speler van Spakenburg een tweede gele kaart. De scheidsrechter trok dus de rode kaart, maar op advies van zijn grensrechter annuleerde hij die na een paar seconden. Een blunder van jewelste. Spakenburg kon met elf man verder en hield de 0-1 voorsprong vast.
De club uit de Bollenstreek diende een klacht in bij de KNVB en die honoreerde het verzoek om de minuten waarin Spakenburg met tien man hoorde te spelen over te doen. Spakenburg was het er niet mee eens en kondigde aan naar de burgerrechter te stappen. In beide dorpen ontstond grote commotie.
Een uur voor de korte wedstrijd is het parkeerterrein al bijna volledig gevuld en is de grote kantine bomvol. Voorlopig zijn er nog geen sporen van adrenaline, geen kreten, geen opgefoktheid. Het geroezemoes is gemoedelijk. De enige aanwijzing dat zometeen een beladen topper wordt uitgespeeld, komt van een keihard werkende barvrouw. 'Cola mag ik alleen in een plastic beker meegeven.’
De wedstrijd wordt een half uur uitgesteld; de bus supporters uit Spakenburg staat in de file. Aan een tafeltje wachten drie goedgemutste heren op leeftijd op de wedstrijd. 'Rijnsburgers zijn echte ondernemers’, zegt Bram van Zuijlen, al 68 jaar lid van de club met veertienhonderd leden: 'Als ze ’s nachts 25 cent kunnen verdienen, komen ze er hun bed voor uit.’ Op tijden die voor de meeste mensen als nacht worden beschouwd, zijn veel Rijnsburgers al aan de slag.
Hans Glasbergen, zestig jaar lid, stond tijdens zijn werkzame leven lange tijd om half drie ’s nachts op om naar de bloemenveiling te gaan. 'Het voetbal was voor mij een uitje. Ik hoefde verder nergens anders heen.’ Die mentaliteit van 'werken, werken, werken’ zie je volgens Ton van Soest, 52 jaar lid, terug op het veld en erbuiten. Na hun pensioen werken veel Rijnsburgers als vrijwilliger bij de club.
Rijnsburgers zijn ook voornamelijk blank. 'De donkere jongens staan op het veld’, zegt Van Soest. Om mee te kunnen draaien in de top bestaat het eerste elftal voor de helft uit spelers van buiten het dorp.
Uiteindelijk verschijnt de Spakenburgse bus. Een groep jongeren met petjes en Nike-sportschoenen gaat aan de overkant van het veld staan, wild bewegend. Ze hebben een mega-spandoek meegenomen: 'KNVB, hier verpest je het voetbal mee.’ Ze worden in de gaten gehouden door een legertje beveiligers in felgele hesjes. 'Stelletje asbakken!’ roept de vrouw met de schelle stem achter ons in hun richting. Haar dochtertje heeft een gele rubberen staaf in de hand die andere mensen op de tribune gebruiken om de geel-zwarte thuisformatie aan te moedigen, maar die zij inzet om op alles en iedereen in te slaan. Als ze een verbod krijgt opgelegd, herhaalt ze alles wat haar moeder schreeuwt. Zachtjes, dat wel.
Een groepje Rijnsburgse mannen rolt rustig een sjekkie. 'Die had er wel in gemoeten’, zegt een van hen over de enige grote kans van de thuisclub. Het blijft daardoor 0-1. 'Nou ja’, buldert hij, 'als-ie er vanavond maar ingaat.’