Economie

Stelling nemen

‘Rabiaat’ en ‘dieptriest’. Die scherpe kwalificaties gaven andere partijen aan de uitspraak van SP-voorman Emile Roemer dat hij zou weigeren om een Europese boete te betalen. Roemer toonde zich geschrokken: hij herriep zijn uitspraak nog dezelfde dag half en beklaagde zich later over moddergooien door zijn politieke tegenstanders. Dit versterkte alleen maar de indruk dat Roemer stamelt en sputtert over de euro en Europa.

Want de kwalificaties kunnen voor Roemer geen verrassing zijn. De campagnetijd is kort en zal dus heftig moeten zijn, nog los van het gegeven dat geen politicus zich kan onttrekken aan al gemaakte Europese afspraken. Bovendien, zijn partij heeft vaker vergelijkbare reacties opgeroepen, steeds als de SP doet voorkomen dat er geen pijnlijke keuzes te maken zijn en zij zich aan de realiteit kan onttrekken. Het is daardoor niet duidelijk welke keuzes de SP in de praktijk zal maken.

In het voorjaar van 2006 werkte ik bij het toenmalige ministerie van Economische Zaken aan een toekomstverkenning. Na de verpletterende winst van Pim Fortuyn in 2002, het nee tegen de Europese grondwet en de rellen in Parijs in 2005 leek een gebruikelijke beschrijving van trends en ontwikkelingen niet te volstaan. Ik zocht naar spanningen in de samenleving die tot grote hoogte opliepen en tot ontlading konden komen. Terwijl Wouter Bos de PvdA leidde naar een historisch grote overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006, discussieerde de top van het departement daarom over het hypothetische geval dat Jan Marijnissen de nieuwe minister van het departement zou worden. De reacties daarop waren verschillend maar niet onverschillig. De ene topambtenaar, die veel met LPF-minister Herman Heinsbroek te maken had gehad, zei dat hij het nog een keer zou uitleggen. De andere stelde dat hij in de tuin zou gaan werken. Die verschillende reacties kwamen voort uit verschillende inschattingen: de ene topambtenaar veronderstelde dat Marijnissen zou bijdraaien, de andere juist niet.

De SP heeft sindsdien nagelaten duidelijkheid te scheppen, zeker over de euro en Europa. Nee tegen garanties aan de ING voor Amerikaanse hypotheken, nee tegen nood­leningen aan Griekenland, nee tegen het noodfonds. Maar wat zal de SP beslissen als de partij aan de regering deelneemt en de gevolgen van een nee moet verantwoorden aan zichzelf en de kiezers? Laat Roemer eerdere standpunten net zo makkelijk los als Wilders de AOW-leeftijd van 65? De topambtenaren weten het niet. De kiezers weten het niet (maar dat lijkt ze vooralsnog niet te deren).

Mijn buurman bij De Groene Amsterdammer, Ewald Engelen, heeft zich de vraag gesteld waarom niemand Roemer verdedigt (en is vervolgens zelf in de pen geklommen). Dat is niet zo’n vreemde vraag. Roemers halve of hele uitglijder over de boete heeft de aandacht onttrokken aan zijn stellingname of ‘statement’ dat de grens van drie procent aan het financieringstekort schadelijk is voor de economie. En die stellingname is meer dan uitstekend te verdedigen. Nederland reageert met provinciaals genoegen op het feit dat de groei in het tweede kwartaal de op een na hoogste in de eurozone is. Naar de achtergrond verdwijnt dan het gegeven dat de eurozone als geheel in een recessie verkeert en dat die recessie lijkt te verergeren. Het prille herstel van 2010 is onderbroken en de tweede recessie is gekomen door een combinatie van halfhartige steun aan sommige landen en banken en de verbeten eis voor alle landen om het overheidstekort onder de drie procent te krijgen.

De ‘double dip’ is niet te wijten aan losbandige bankiers, doortrapte speculanten of inhalige grootkapitalisten, maar aan misleidende politici die de overheidsschuld tot het grootste probleem opblazen. En Nederland telt veel van die politici. Ondertussen betaalt de eurozone, en ook Nederland, hiervoor de prijs. Het Centraal Planbureau becijfert dat in Nederland de productie drie procent onder het potentieel ligt: de jaarlijkse kosten bedragen bijna twintig miljard euro. Voldoende redenen om de domme drie procent aan de kaak te stellen.

De stellingname van Roemer is dus te verdedigen, maar niet door Roemer zelf. Hij komt met het voorstel om drie miljard te investeren, zodat het tekort maar een half procent hoger zal uitvallen. Dat is verre van voldoende om het gat tussen feitelijke en potentiële productie te dichten. Dat zet geen zoden aan de dijk. Bovenal vergeet Roemer dat een hoger tekort in het komende jaar moet samenvallen met lagere tekorten in andere jaren, door structurele ingrepen. Slechts dan is het verwijt van potverteren geloofwaardig te pareren.

De kiezer komt voor een lastige keuze te staan: tussen een kandidaat-premier die per saldo een keuze voor de euro maakt, maar weigert te erkennen dat met die keuze soevereiniteit aan Europa wordt overgedragen, en een kandidaat-premier die weigert een duidelijke keuze over, of eigenlijk voor, de euro te maken. Lastig. Ik ben blij dat ik geen zwevende kiezer ben.