Stembeheersing

Opklimmen vanuit een lage sociale positie betekent vrijwel altijd het verlies van je oorspronkelijke stem. Wat ooit een rauw en compromisloos geluid was en vrij van decorum, klinkt nu dankbaar en gepolijst dankzij een baan met status en de angst die te verliezen.

Ja, vroeger klonk je nog vrij en bezield, en pleasen was niet nodig, maar dat weegt niet op tegen de voordelen van acceptatie door je nieuwe omgeving.

Althans, dat dacht je.

De Joods-Amerikaanse schrijfster Grace Paley illustreert dit proces op een pijnlijke manier in een van haar korte verhalen: The Loudest Voice. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van een Amerikaanse volksbuurt in de jaren dertig. Shirley Abramowitz, een klein Joods meisje, heeft in haar lawaaierige buurt de luidste stem. Maar ze moet stil zijn. Van haar moeder, van de kruidenier, van haar docenten op school. Tot ze op een dag door een docent van een hogere klas wordt gevraagd of ze ter gelegenheid van de kerstviering mee wil doen aan de schoolmusical. Ze is niet onopgemerkt gebleven.

Shirley reageert enthousiast, dat wil ze dolgraag. Het enige wat ze hoeft te doen is haar rommelige haar fatsoeneren met een lintje of een haarspeld. En ze moet keihard werken, als ‘een soldaat die nooit ongehoorzaam is aan zijn meerdere’. Ze doet wat de docent zegt en dat levert haar tijdens de repetities veel waardering en complimenten op. Maar haar moeder is niet blij met de situatie; de Joodse migranten vieren thuis geen Kerst, ze vreest dat haar dochter assimileert. Later, als de moeder van Shirley tijdens de voorstelling ziet hoe goed haar dochter is, is ze toch een beetje trots.

Het klinkt als een warm kerstverhaal, maar de onthechting is voelbaar. Shirley’s schitterende stem en harde werk maken veel indruk, maar tussen de regels door lees je dat ze ondanks alles toch haar plaats moet kennen. Ze moet gehoorzaam zijn, haar stem beheersen; zelfs haar wilde haar in toom houden. Het schuurt aan alle kanten. Shirley’s stem wordt eindelijk gehoord, en ze geniet ervan, maar de verhoudingen zijn niet veranderd: ze mag slechts even spelen in een toneelstuk dat door een ander is geregisseerd.

Ik dacht aan dit verhaal toen een Marokkaanse vriend mij onlangs vertelde over een incident tijdens de jaarlijkse kerstborrel van zijn werkgever. Omringd door de witte progressieve bovenlaag van Amsterdam keuvelde hij met collega’s en dronk een wijntje. Hij genoot. Een van zijn collega’s haalde herinneringen op aan de mooie kamers tijdens een kort studieverblijf in het buitenland. Maar mijn Marokkaanse vriend, die destijds ook mee op reis was, vond die kamers wel meevallen. Dat had hij niet moeten zeggen. ‘Kijk hem nou, van het Rifgebergte gerold’, wees de collega hem direct op zijn plek. ‘Woont net een paar jaar in Nederland!’

Iedereen die een beetje sociaal mobiel is geweest herkent dit soort situaties meteen. In RTL Late Night waar Jack Spijkerman naast een gevierde presentator ‘mijn hemel zeg, niet alleen donker, maar ook dom’ verzucht. In de kroeg als een corpsbal, waar iedereen bijstaat, vanuit het niets met een overdreven Antilliaans accent tegen je begint te praten. Of in de literaire wereld waar een Turkse auteur wordt omarmd, maar hier en daar met laffe steken onder water wordt duidelijk gemaakt dat hij vooral niet moet denken dat hij een volwaardige schrijver is.

Ik heb die Marokkaanse vriend nog gevraagd hoe hij reageerde op die lamlul. ‘Niets gezegd’, antwoordde hij. ‘Pijnlijk weggelachen.’ Ik begrijp hem volledig, ongemakkelijk weglachen is vaak precies mijn reactie. Maar ik ben het zat. 2014 wordt het jaar waarin ik mijn oude stem bevrijd, juist op dit soort momenten, om het enige gepaste antwoord te geven:

Go fuck yourself.