Stembureau Singel 464

De Groene Amsterdammer verschijnt, om de verkiezingsuitslag niet te missen, een dag later. Maar u kunt ons vandaag wel treffen op het web. Onder de noemer STEMBUREAU SINGEL 464 doet de redactie gedurende de dag verslag van haar stembusgang.

Medium 18 groene klein stemmen

1:00

Stemmen tellen
Verkiezingen maak je pas echt goed mee als je een avond gaat stemmen tellen. Terwijl de rest van Nederland onderuitgezakt voor de buis de uitslagen afwacht, rennen fanatiekelingen van Schiermonnikoog tot Schin op Geul kriskras door elkaar om vanuit hun stemlokalen als eerste de resultaten door te kunnen bellen.

In het klaslokaaltje in Amsterdam-Oost stort de voorzitter om stipt negen uur de kliko uit over de grond. Papier openvouwen, kijken of de stem geldig is, voor welke partij, en dan gauw op de juiste stapel gooien - en dat ruim zevenhonderd keer. Botsingen zijn onvermijdelijk, evenals discussies over de juiste aanpak. De instructies die het stadsdeel per post stuurde zijn nog vager dan de adhoc-ideeën van sommige mede-tellers (‘Turflijst invullen. Advies: niet turven’). Irritaties ontstaan, hoofden raken verhit, een meisje dat al sinds half zeven vanochtend in het stemlokaal aanwezig is ploft neer op een stoel. ‘Ik zie het allemaal niet meer!’

Binnen een half uur is duidelijk hoe Amsterdam-Oost over de toekomst van het land denkt. Terwijl de PvdA-stapel groeit en zelfs de Soeverein Onafhankelijke Pioniers Nederland al een stem heeft, blijft de plek die voor het CDA is ingeruimd opvallend leeg. ‘Zal ik alvast doorbellen: de PvdA, een heleboel?’ grapt de voorzitter. Bijna de helft van de stemmen gaat uiteindelijk naar die partij. Ongeldige stemmen zijn er ook: iemand heeft de hokjes van de lijsttrekkers van de eerste acht partijen allemaal rood gekleurd, iemand anders gunde z'n stem aan alle kandidaten van de Partij voor Mens en Spirit. En aan die van de Piratenpartij.

‘Dit is het moeilijkste moment’, zegt een teller zodra alle totalen en de afzonderlijke voorkeursstemmen bij elkaar op moeten worden geteld. Hij heeft gelijk: er klopt niks van. Veertien stemmen te weinig. ‘Alles opnieuw tellen’, gebiedt de voorzitter. Om iets voor twaalf zijn er nog steeds vier stemmen op mysterieuze wijze verdwenen, ondanks veelvuldige controles met behulp van turflijsten, post-it-briefjes en rekenmachines. ‘Ik kap ermee’, zegt een van de tellers, waarna de rest instemmend knikt. ‘Nou, dan zeg ik wel dat het niet helemaal klopt’, besluit de voorzitter, en ze stopt alle formulieren in een envelop.

Misschien doet de OVSE er verstandig aan tijdens de volgende verkiezingen nog wat meer waarnemers naar Nederland te sturen.
(Jorie Horsthuis)

21.30

Heeft u al gestemd?

Medium 04 groene klein stemmen

Meer liggeld voor zieken. Ik was net aan het denken of ik niet toch in de Samsom-winnaarsroes mee moest gaan toen mijn blik bleef haken aan een verkiezingsaffiche op het perron. Meer liggeld voor zieken? Waarom de hele tijd maar vanuit zieken en gehandicapten denken? Waarom mensen net zolang pamperen tot ze ziek worden? Ik fietste naar huis en was opgelucht dat ik weer terug was bij GroenLinks. Mijn stem zou bewijzen dat het niet om het poppetje ging maar om het programma. Dit alles speelde zich eergisteren af. Inmiddels ben ik erachter dat de tekst op het affiche net iets anders luidde. Maar toch. Gisteren extra lang wakker gebleven om nog even te horen wat Femke Halsema te zeggen had over de partij die ze strijdend achter had gelaten. Waarom is ze niet in de politiek gebleven? Zoals zij kan praten, zo'n genot om naar te luisteren. En te kijken. Maar goed, daar is ook de nodige tijd en ervaring over heen gegaan. Vanochtend begon mijn dag met de vraag van de bakker: heeft u al gestemd? Daarna mail van vriendin: heb je al gestemd? Ik ging een telefoon kopen. Aardige verkoper: heeft u al gestemd? Zoon whatsappte: vergeet je niet te stemmen? Drie uur later: heb je al gestemd? Nog een uur later: wat heb je gestemd? Op straat keken wildvreemden elkaar in de ogen. Er hing iets verwachtingsvols in de lucht: alles is mogelijk. Inmiddels is er alweer een exit poll op tv. Waarom het moment van de waarheid niet nog even uitgesteld? Het was zo'n fijne dag vandaag.
(Marja Pruis)

Liefde

Christelijk anarchisme zal niet echt populair zijn onder de lezers van de Groene. Niet meer dan, zeg, het West-Oezbeekse separatisme. Maar toch. Ik houd niet van partijpolitiek, ik geloof er niet in. Doe mij maar de wereld veranderen van onderaf. Liefde doet meer dan de staat ooit kan doen.

Niet dat ik thuisblijf. Dat vind ik te makkelijk. Een linkse partij dan, met mooie groene idealen? Ik vertrouw het niet zo, als daar machtsspelletjes, spindoctors of - nog zoiets infantiels - twittercampagnes voor worden ingezet. ChristenUnie dan? Constructief, bescheiden. Maar dat ze voor de Joint Strike Fighter zijn, daar kan ik met mijn christelijke pet niet bij.

De Marokkaanse pubers op mijn Utrechtse plein, het dons nog op de bovenlip, die weten wel wat. “Hé Frankie, wel PVV stemmen hè!”.
“Wat is dat, PVV?”, vraagt mijn zoontje van vier.
“Dat zijn mensen die niet zo lief zijn voor buitenlandse mensen”, leg ik uit.
“Waarom stoppen ze die niet in de gevangenis?”
“Tja”, zeg ik. “Omdat iedereen zelf mag weten wat hij vindt.”
Zitten we hier toch nog stiekem kiezers te beïnvloeden, vlak voor het stemlokaal.

En dan weet ik het: ik geef mijn stem aan een vluchteling. Een daad van verzet, een stem voor de stemlozen. Ik bel snel een Chinese vriend, die voor mij symbool staat voor het slechte immigratiebeleid. Jarenlang illegaal geweest, met een vriendin die zelfs maanden in de cel moest zitten. Een echte hardwerkende Nederlander, dat is hij, want hij heeft een verblijfsvergunning en een eigen bedrijf. Maar stemmen mag hij niet. Hij kan namelijk geen nationaliteit krijgen omdat China zijn geboortepapieren niet opstuurt. “SP”, zegt hij. Doe ik.

Ik bel nog snel even aan bij mijn Koerdische overbuurvrouw van 34. Zij heeft wel een paspoort, maar geen energie, want ze is heel ziek. Ze machtigt me. “Doe maar PvdA”, zegt ze, en dat beloof ik. Niet dat ze er verstand van heeft, maar ze vaart blind op haar dochter van 11. “Die zijn goed voor buitenlanders,” zegt haar dochter, “dat heb ik op het jeugdjournaal gezien.”

Fier sta ik in de rij, fier schuif ik mijn biljetten in de kliko. Net of ik niet bij het systeem hoor, en toch bij de familie. Komt er toch nog iets moois uit deze dag.
(Frank Mulder)

19.00

Strategisch?
Het groezelige buurthuis met dito stemlokaal is afgebroken, het hele huizenblok zelfs, zie ik als ik de hoek om kom. Ik was er automatisch naartoe gewandeld. Geen actiepostertjes en gebarsten linoleum meer dus, maar de lucht van prima groentesoep en een vrolijke harlekijn-ruiten vloer in een mooi opgeknapt schoolgebouw. Het is hier wel erg warm! Druk zeker, vraag ik. Ja de hele dag veel stemm

Medium img 2409

ers. Dat is goed. Oh wat warm. Ik ben opgelaten. Pas ‘s avonds stemmen doet de zwevende kiezer geen goed. Moest ik vanmorgen nog lachen om de groene struik die zo mooi rood kleurde. Nu heb ik niks meer aan die symboliek. Ik sta in het hokje en denk aan de vrouw die me vanmorgen vertelde dat ze een keer per ongeluk de verkeerde partij had aangekruist. Het was een heel gedoe om het over te doen. O.k. nu stemmen. Ik kras. Wat is het lastig om dat vel goed op te vouwen. Het past ook bijna niet meer in de stembus. Buiten wordt de buikpijn erger. Kiezen doe je toch omdat je het beste wil? Mijn man troost me, 'je vader stemde dat ook altijd’. Dat helpt. Of zou hij nu ook zweven?
(Christine Rothuizen)

18.00

Canon
Op de stoep van het stadhuis in Utrecht spelen drie straatmuzikanten Canon van Pachelbel, een fijn melancholisch, maar ook weer niet te melancholisch stuk. Een van de weinige stukken die je zowel op bruiloften als begrafenissen tegenkomt. In de VS wordt het steevast gespeeld bij de ‘commencement’ ceremonieën; de eindexamenceremonie van de high school. Het is zowel een einde, van de veilige schooltijd, als een begin, van de volwassen wereld.

Het is de zesde keer dat ik mag stemmen en voor de derde keer op rij stem ik dezelfde partij. Met uitzondering van de eerste keer, na de moord op Fortuyn, word ik altijd getroffen door hoe goedaardig de handeling is. Al die mensen die hun burgerlijke taak verrichten. Alleen voor jezelf. Even los van alle media, alle campagne. Er staat een bescheiden rij, jong en oud, studenten en mensen op hun lunchpauze. Niemand praat echt met elkaar, maar elk oogcontact wordt met een glimlach beloond. Wakkere, vriendelijke blikken, dezelfde die je ziet bij mensen die een spaarlamp afrekenen.

Medium 03 groene klein stemmen

In de stemhokjes in de grote zaal van het stadhuis (normaal gesproken voor huwelijken bedoeld) kun je Canon goed horen. Naar gelang je politieke voorkeur kun je er een symbool van maken: het einde van een tijdperk (Rutte 1), het begin van het nieuwe (Samsom 1), of een moment van contemplatie voordat het leven met nieuwe verantwoordelijkheden weer herstart (Rutte 2).

Zou de PVV niet een keer gaan klagen dat de stempotloden rood zijn? Of dat geen psychologische manipulatie is voor de zwevende kiezer? Wat is er mis met oranje?

Ik kleur het vakje gepast rood, oprecht en strategisch, en ben nog meer tevreden als ik de deur uitloop en 50 cent in mijn broekzak vind. En natuurlijk gooi ik die in de vioolkist van de straatmuzikanten.
(Joost de Vries)

17.00

Wankele zekerheid
Voor de deur van mijn stembureau in het Amsterdamse verpleeghuis zit een oude vrouw, ik schat van een jaar of tachtig, met kort grijs haar en helderwitte steunkousen in een rolstoel. Ze kijkt geconcentreerd de straat op en neer. Nee, gestemd heeft ze niet. ‘Ze’ hebben haar identiteitskaart gepikt. Wie dat hebben gedaan? Ze weet het niet. Maar ‘ze pikken hier alles’.

Medium 08 groene klein stemmen

Ik loop naar binnen, door de hoge hal van het verpleeghuis waar zoals altijd een weeïge lucht van kantine-eten hangt. Hier woonde ook Ramses Shaffy de laatste jaren van zijn leven. Een van zijn liedjes zingt opeens door mijn hoofd: We zullen doorgaan, Met de wankelende zekerheid, Om door te gaan, In een mateloze tijd, We zullen doorgaan, We zullen doorgaan, Tot we samen zijn. Een toepasselijke tekst; in tien jaar tijd is dit al de vijfde keer dat ik de gang maak naar dit stembureau voor een nieuw parlement en regering. De wankelende zekerheid, In een mateloze tijd.

Ik moet denken aan mijn grootmoeder, nu 101 jaar oud, die twee keer per week hulp krijgt bij het douchen. Deze zomer stond er opeens een jongen voor haar deur. Net achttien geworden, hij kwam de vaste kracht vervangen. Na het douchen, gaf hij met een vinger haar kleren aan. Nee, hij ging haar niet helpen, ze leerden op de opleiding dat als mevrouw het zelf kon, dat dat beter was. Zo stond zij daar naakt, wankelend op een been, terwijl hij tegen de deur aanleunde en toekeek hoe zij haar onderbroek aan deed. Maar, zoals ze zelf zei, vroeger bestond er natuurlijk helemaal geen hulp. Dus ze mocht al blij zijn. Ik gooi mijn stembiljet - ik ben ouderwets standvastig en stem ook dit keer hetzelfde als altijd - in de grijze box.

De oude vrouw zit nog steeds in haar rolstoel voor de deur. Dan komt haar man aanlopen. Hij heeft op de Partij voor de Dieren gestemd. Dat had zij ook willen stemmen, als niet… ‘Dieren hebben ook geen stem’, bromt de vrouw zacht. ‘Ze behandelen je hier trouwens ook als beesten. Het is verschrikkelijk. Ik heb geen debatten gezien ook, om half negen moest ik al naar bed.’ Van wie? ‘Van hen’. De tranen springen in haar ogen. ‘Alsof je niks bent.’ Haar man knikt: ‘Wij zijn voor de dieren.’
(Irene van der Linde)

16:00

Lastige papieren
Of het makkelijker wordt als je ouder wordt - ik weet het niet. Ik heb pas een keer of drie gestemd, en dit jaar was moeilijker dan ik me kan herinneren. Ik weet wel welk partijprogramma me het meest aanstaat en ook welke lijsttrekker. Maar na de teleurstelling van de vorige verkiezingen zegt iets in mij dat ik dit jaar strategisch moet stemmen.

Strategisch stemmen, het idee alleen al. Zelfs als de opzet lukt, biedt het natuurlijk niet meer dan schijnzekerheid, en vorige week las ik in _De Groene _dat maar weinig mensen het doen. Ben ik weinig mensen?

Het is druk in de gymzaal die tot stembureau is omgedoopt - het feest van de democratie in vol ornaat. Op de vloer is voor de gelegenheid blauw zeil gelegd. De man voor mij is zijn identiteitskaart kwijt, maar heeft wel een kopie bij zich. Dat gaat zomaar niet.

Ik heb nog overwogen om de Stembreker te doen, maar voelde niet veel voor de internetvariant. Dus besloot ik mijn huisgenoten te gebruiken. Zij gingen voor hun idealen, die toevallig grofweg ook de mijne zijn, dus ik kon ‘strategisch’ doen. Maar stemt wel iedereen wat ze net nog zeiden? Huisgenoot C. blijft verdacht lang in het hokje staan. Ik zie het omdat ik bijna een volle minuut sta te prutsen: ik krijg het formulier niet weer opgevouwen. ‘Lastig hè die papieren?’, vraagt de vrijwilliger.

Als je vreemdgaat hoor je je schuldig te voelen, zegt iemand later, en volgens mij voelen velen zich vandaag precies zo. Ieder op basis van zijn eigen theorie, niemand zeker van de gevolgen.
(Jelmer Mommers)

15.30

Het Opperwezen

Medium groene stempotlood

Ondanks alle klachten over democratische uitholling en Politikverdrossenheit heeft stemmen voor mij nog altijd iets weg van een eredienst, een seculiere viering van het democratisch Opperwezen.
De stembusgang in Nederland is zelfs in de verte verwant aan de ouderwetse kerkgang of het (voor Nederland nieuwerwetsere) vrijdagse kuiertje naar de moskee. Naar het stembureau ga je te voet of op de fiets, in mijn geval - Hollandser kan niet - op de vouwfiets. En je brengt een offer. Je denkt bij het uitbrengen van je stem niet in de eerste plaats aan je eigen belang, je denkt aan het algemeen belang en kiest navenant. Die houding heb ik geërfd van mijn vader die als leraar steevast met grote tegenzin stemde op de PvdA, de partij die zijn belastingen wilde verhogen en zijn geliefde onderwijs naar de knoppen hielp. ‘Omdat,’ zo zei hij, ‘ik mijn mening niet laat bepalen door mijn baan of mijn portemonnee. Door de oorlog heb ik geleerd dat onderling vertrouwen het voornaamste kapitaal van de samenleving is. Mijn stem gaat naar de partij die dat vertrouwen versterkt.’ Eenmaal zwenkte hij af naar rechts en stemde op D´66. Daar kreeg hij spijt van omdat die partij prompt met de VVD ging regeren. Ik heb hem vandaag met evenveel tegenzin links ingehaald door te stemmen op de enige partij die dat vertrouwen nog centraal stelt en die zeker niet met de VVD zal regeren. Het Opperwezen kan tevreden zijn.
(Aart Brouwer)

14.15

Feest
‘Het feest van de democratie’, het is bijna afgelopen. Vanavond nog een overvolle uitslagenavond, en dan verdwijnt de democratie weer even naar de achterkamers. Nu ja, ‘even’ zal dat waarschijnlijk niet zijn, het ziet ernaar uit dat het een lange en taaie formatie wordt.

De Amsterdamse kerk waar ik ga stemmen is niet feestelijk, eerder plechtig en een beetje streng. Mijn voetstappen weergalmen door de ruimte, er zijn maar een paar andere stemmers, waardoor ik me onvermijdelijk een beetje opgelaten en bekeken voel. In deze omgeving is stemmen ook een plechtige zaak, en dat vind ik wel een verademing, na al die weken feest.

Medium 10 groene klein stemmen

In het gewone leven zijn grote feesten, van die partijen waarop van alles móet gebeuren, waar een feestredenaar nog niet is uitgesproken of er volgt cabaret en dan de meezinger en dan het onvermijdelijke petje-op-petje-af of wat voor ander format er ook gekozen is voor de verplichte quiz, in het gewone leven zijn zulk soort feesten niet aan mij besteed. Ik heb dan ook geprobeerd het ‘feest van de democratie’ te mijden. Ik biecht het maar op: verkiezingsdebatten kan ik niet meer aanzien dus heb er niet een uitgezeten, de radio bleef uit, de kranten konden steeds sneller bij het oud papier, want ook daarin die wedstrijdjes, formats en gimmicks. En de rituele zelfkritiek van de media - zijn we niet te dominant met onze formats? Wanneer gaat het nu eens over De Inhoud? - is zo langzamerhand onderdeel van het feest: de feestredenaar die wat zelfironie in zijn toespraak stopt, maar niet te veel.

Maar ook al doe je, bij wijze van spreken, de gordijnen dicht en trek je de stekker uit tv en telefoon, de voetbalkoorts, de sportzomer en het feest van de democratie zijn niet te ontlopen. En dus voel ik me opgetogen in die vrijwel lege kerk, schrijd ik, om mijn voetstappen zo min mogelijk te horen, naar het stemhokje en kleur het vakje rood. Het feest is bijna voorbij.
(Xandra Schutte)

13.00

Brood en spelen
Net als twee jaar geleden fiets ik eerst langs de Turkse bakker voor het dagelijks brood, voordat ik me met biljet en paspoort naar het stemlokaal in het Haagse Statenkwartier begeef. Dezelfde twee bakkers staan achter de toonbank. Ik vermoed dat ze heimelijk een stelletje vormen, maar voor een coming out is hun gemeenschap nog lang niet rijp. Migratie & integratie zijn geheel van de agenda verdwenen in de verkiezingsretoriek, net als al in 2010, en dat blijft een verademing. Europa, zorg en werk - voor beide heren speelt desgevraagd alleen het laatste. Vandaar dat de één weer pragmatisch op de VVD stemt ‘want ik werk keihard mevrouw en ik kan niet nog meer wegschuiven naar de belastingen voor mijn werkloze buurman’, die zo te horen een klagende nietsnut is.

Medium 15 groene klein stemmen

De recessie was twee jaar geleden niet zichtbaar, nu staan er in iedere straat wel zo'n vier huizen al maanden te koop. De economie kapot bezuinigen of kapot belasten? - dat werd de hamvraag van deze verkiezingen. Banen of koopkracht - ik hoor te weinig over prikkelen en innoveren. Van de tv-debatten ben ik natuurlijk geen spat wijzer geworden. Omdat het een vreselijk format was waarin politici de bal ronddraaiden alsof er geen publiek (en in feite ook geen goal) bestaat. Na afloop werd er in de studio’s nagepraat over ‘het kantelmomentum’ van Samsom en van Rutte. En zo masseerden opiniepeilingen en commentatoren de kiezers tot strategisch stemmen in een tweestrijd. Wie polariseert er nu eigenlijk?

In het schoolgebouw uit de jaren dertig ruikt het naar koffie en zitten opgewekte senioren achter de tafels. Alsof Nederland nooit echt verandert. Onwillekeurig denk ik aan de eerste keer dat ik mocht stemmen. Jazeker, hoe stoer je dat vond om even ‘de democratie’ aan den lijve te ondervinden. Zonder cynisme, want er verschenen geen vuistdikke rapporten en onderzoeken over de kloof tussen de burger en het Binnenhof. Hoewel, D66 had het er wel al over. Nu hoor je telkens ‘authentiek’ en vliegt de mantra ‘vertrouwen’ je om de oren. Dan weet je het wel. In het hokje volg ik dús trouw mijn hart. In tegenstelling tot de campagnes is het ritueel van stemmen geen spel, zeg ik net als in 2010. Als ik ergens vurig op hoop is dat het een stabiel kabinet wordt.
(Margreet Fogteloo)

12.30

Sportschool
Om zo veel mogelijk allochtonen richting het stemhokje te bewegen, schreef een Marokkaans-Nederlandse immigrantenzoon vorige week een column die opent met dit nogal ronkende zinnetje: ‘Mijn vader kwam uit een land zonder democratie naar Nederland om zijn zoon democratie te geven.’

Ik kan mij zulke politieke betrokkenheid van mijn vader niet herinneren. Hij kwam vooral naar Nederland zodat ik het iets beter zou hebben dan hij en niet een leven getekend door armoede zou hoeven te leiden. Missie geslaagd. Ik kan mij nu bijvoorbeeld de luxe van een abonnement op een sportschool veroorloven.

In deze sportschool had ik vanochtend mijn stem willen uitbrengen. Sinds een week of twee hangen daar A4'tjes waarop aangekondigd staat dat leden ook in de sportschool met hun stempas terecht kunnen. Dus, gewichtheffen, de buikspieren strak trekken, en dan je democratische plicht vervullen.

Medium 02 groene klein stemmen

Ik had graag gezien of er van de mogelijkheid gebruik gemaakt zou worden, maar ik ben helaas ziek. Hoofdpijn. Snotterig. Rillerig. Een griepje. Jammer. Ik verheugde me zo op de gesprekken over politiek die de spierbundels ongetwijfeld met elkaar zouden voeren. Bijvoorbeeld: wat zou die reusachtige, maar ontzettend vriendelijke Hell’s Angel te zeggen hebben over verdere Europese eenwording - vloek of lotsbestemming?

Ik ben maar uiteindelijk in het schooltje bij mij om de hoek gaan stemmen. Toen ik over het stembiljet gebogen stond en twijfelde of ik toch niet beter op die of die moest stemmen, schoot mij opeens weer te binnen wat mijn vader eind jaren tachtig/begin jaren negentig overkwam in een stemhokje. Zijn migratie naar Nederland was er dan wel een uit economisch motief, dat wil niet zeggen dat hij niet dankbaar gebruik maakte van de democratische verworvenheden hier.

Er waren verkiezingen, ik kan niet met zekerheid zeggen wanneer precies. Ik weet alleen nog dat iemand hem adviseerde om vooral op het CDA te stemmen, want die waren religie, ook de zijne, goedgezind.

Het CDA dus. Mensen van Het Boek. Waarom niet op ze stemmen?
Maar het werd de CD (Centrum Democraten), de xenofobe partij van Hans Janmaat.
CD. CDA.
Mijn nauwelijks geletterde vader dacht dat het een en dezelfde partij was en gaf zijn stem aan de sulligste polderracist ooit.

Daarna zijn verkiezingen nooit meer onderwerp van gesprek geweest bij ons thuis.

De hele onderneming van het stemmen vanochtend duurde maar een paar minuten. Rillend en hoestend schoof ik het biljet in de bus. Daarna op de fiets, snel naar huis en onder de dekens.

Dat was het. Ik had er graag een goede anekdote aan overgehouden, zoals mijn vader die een racistische partij aan een beetje meer invloed hielp, maar het werd uiteindelijk een bloedeloze handeling. Ik kan er niet eens een galmende zin over bedenken, iets als ‘Mijn vader bracht mij naar een democratie opdat ik vandaag mijn stem zou kunnen uitbrengen.’

Nee, zo sexy was het allemaal niet. Maar dat is ook democratie. Saai en onsexy. En soms breng je per ongeluk een stem uit op een partij die jou kapot wil maken.
(Hassan Bahara)

12.00

Medium 05 groene klein stemmen

Warm onthaal**
Van stembureaus ben ik gewend dat het er naar openbare ruimte ruikt. Naar linoleum, oude koffie en gemeenschapszin. Vanochtend niets van dat alles. Ik stem voor de verandering niet in een basisschool, bibliotheek of gaarkeuken, maar midden op de Dam, in hotel Krasnapolsky. Dat geeft het ritueel vast een nieuw soort allure, vermoed ik van tevoren.
En inderdaad, stemmers worden warm onthaald. Ze mogen via het hoge bordes, door de hoofdingang, over zacht rood tapijt, en net als de echte gasten worden ze toegeknikt door een feilloze portier. Het stemlokaal kijkt uit op het paleis. Op de wit gedekte koffietafel van de vrijwilligers meen ik chiquere koekjes te onderscheiden dan de gebruikelijke bibliotheekspeculaas.
In de lobby kijken Aziatische toeristen lijzig toe hoe hier democratie bedreven wordt. Een beschaafde aangelegenheid. Terwijl ik mijn biljet openvouw en een stem uitbreng die twijfelachtig goed past bij deze ambiance, valt het me op dat er zacht kalmerende liftmuziek klinkt. Kabbeljazz. Alsof alles goed komt.
(Nina Polak)

11.00

New Delhi
Rutte of Samsom? Wordt het een fotofinish, of gaat een van de twee toch knock-out omdat de ander aanzienlijk meer zetels binnensleept? En Roemer? Komt die nog links langszij? Of weet de SP het imago van een leeglopende ballon niet af te schudden?

Het zijn allemaal redelijke vragen op deze verkiezingsdag. Toch trek ik me er weinig van aan. Gisteravond, toen het laatste televisiedebat in volle gang was, landde mijn vliegtuig op Indira Gandhi International Airport in New Delhi. De Indiase hoofdstad is het komende jaar mijn standplaats en mijn thuis. Vanuit hier zal ik voor De Groene berichten over de gebeurtenissen in de grootste democratie ter wereld.

Even overwoog ik de stembus dit jaar links te laten liggen. Mijn afwezigheid was een goed excuus, maar de werkelijke reden was vermoeidheid met het parlementaire circus. Geen enkele partij deed mijn hart echt sneller kloppen de afgelopen weken. Bijna zonder uitzondering kwam het debat sleets over. Iemand liegt, iemand draait, iemand levert zich uit aan Brussel en iemand trekt zich terug achter de dijken. De verwijten zijn bekend, alleen de poppetjes veranderen af en toe. Hetzelfde geldt voor de positieve punten waar de politici mee voor de dag kwamen. Staat versus markt, nationaal versus internationaal, gemeenschap versus individu. Dezelfde plaat, dezelfde groeven.

Niet stemmen dan? Bewust het stemformulier verknallen door een blauwe pen te gebruiken? Ook dat kon ik lastig aan mezelf verkopen. ‘Democratische burgerplicht’, ‘je wilt toch met recht kunnen klagen’ en zo nog wat slappe redenen deden mij braaf een machtiging invullen om iemand namens mij richting stembureau te sturen. Maar met welke opdracht? Tot het laatste moment dacht ik erover na.

Natuurlijk was de herrijzenis van Samsom indrukwekkend en blijft de internationale blik van Pechtold bewonderenswaardig. Natuurlijk blijft GroenLinks een sympathieke buitenstaander en de SP een alternatief voor de neoliberale neigingen. De handen-uit-de-mouwen-mentaliteit van de VVD is ook niet onaantrekkelijk en met zijn nadruk op gemeenschapszin zou het CDA wel eens de partij van de toekomst kunnen zijn. Allemaal redenen, niet een doorslaggevend.

Uiteindelijk overwon de gewoonte en gaf ik opdracht een vakje in te kleuren op de lijst die meestal mijn stem krijgt. Ik heb wel eens met meer bezieling gestemd. Wat er met mijn stem gebeurt, houd ik met een schuin oog in de gaten vanuit India, minder nauwlettend dan normaal. En zelfs als ik spijt krijg van mijn beslissing is de kans groot dat er binnen een paar jaar opnieuw iets te kiezen valt.
(Casper Thomas)

10.00

Geen kerkbezoek vandaag
De burgemeester van Den Haag, de VVD'er Jozias van Aartsen, besloot dit voorjaar dat wij Hagenaars niet meer in een kerk of pastorie mogen stemmen. Dat paste volgens hem niet bij de scheiding van kerk en staat. Vandaar dat ik vandaag in tegenstelling tot andere jaren geen bezoekje heb mogen brengen aan de kerk even verderop in de buurt. Ik kwam nu in de buurtbibliotheek terecht, waardoor ik me prompt wilde gaan identificeren met mijn bibliotheekkaart en me ook nog eens door het hoofd schoot welke partij ook al weer zo graag wil bezuinigen op cultuur, terwijl juist de bibliotheek de culturele instelling bij uitstek is waar jong en oud, rijk en minder rijk, autochtoon en allochtoon over de vloer komen.

Medium 17 groene klein stemmen

Blijkbaar was ik van deze omgeving meer onder de indruk dan al die jaren daarvoor van de kerkelijke ambiance waarin ik toen het rode potlood hanteerde. Menige Hagenaar met mij heeft zich blijkbaar nooit erg door een als stemlokaal ingerichte kerk laten leiden in zijn stemgedrag. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen van twee jaar geleden haalde het CDA slechts 6,9 procent van de stemmen in onze stad. Voor de twee andere christelijke partijen was dat percentage nog lager, de ChristenUnie kreeg 1,5 procent, de SGP haalde slechts 0,4 procent van de stemmen. Vergeleken bij de VVD van Van Aartsen die met 21,6 procent van de stemmen de tweede partij werd in Den Haag waren dat dus weinig bedreigende cijfers.

Van een probleem was dus geen sprake. Het ging slechts om het principe. Grappig dat dat van stal wordt gehaald als het als gevolg van de ontzuiling eigenlijk niet meer nodig is. En dan ook nog in het jaar dat de voorheen grootste christelijke partij, het CDA, een historische nederlaag zal moeten slikken. Maar dat kan het Haagse CDA morgen niet Van Aartsen verwijten. Aan het stemlokaal kan het niet gelegen hebben.
(Aukje van Roessel)

9.00

Tevreden stemmen
Elke verkiezingsdag sta ik voor dezelfde fundamentele keuzes. De eerste vraag is een vrij eenvoudige: wanneer te stemmen? Deze keer - als zo veel vaker - werd het ‘s morgens vroeg. Dat heeft als voordeel dat ik de hele dag kan nagenieten van mijn particuliere feestje van de democratie.

En dan een moeilijker vraagstuk: waar _te stemmen? Ik zie drie opties. Ik kan in het stadhuis (mag in Utrecht trouwens in kerken gestemd worden, of is dat een te grote ’psychologische belemmering‘?) gaan stemmen. Dat lijkt me gepast gezien het gewicht van de handeling. Andere opties zijn een _krachtwijk of toch gewoon mijn eigen buurt. Ik moet denken aan een recent artikel over niet-stemmers- waarin stemgedrag aan stadsdelen gekoppeld wordt. Politicologen doen hun best hoogst individueel stemgedrag te vangen in een mix van inkomen, opleiding, leeftijd, afkomst, religieuze overtuigingen en wat er nog meer te bedenken, en te kwantificeren, valt. Een heerlijke onderneming. Maar wat is me nu dierbaarder? Wil ik onderzoekers misleiden - statistieken vervuilen - of mijn zelfbeeld bevestigen? Dat ik woon in een fijne buurt met brave, redelijke burgers. Het wordt dat laatste (ik heb even de uitslag opgezocht van mijn stembureau in 2010: 1. PvdA, 2. GroenLinks, 3. D66 en 4. VVD. Volledig naar verwachting. Rechtschapen, fatsoenlijke buren.)

Blijft over: _wat _te stemmen? Getwijfeld heb ik nauwelijks. Met lichte tegenzin kleur ik toch weer hetzelfde vakje rood. Het land vraagt erom, en ik vervul mijn plicht. Het stemt tóch tevreden. Elke keer weer.
(Reinier Bijman)

8.45

Medium 16 groene klein stemmen

Slechte zwever**
Tot op het laatste moment twijfelen over je stemkeuze schijnt modieus te zijn. De helft van Nederland 'zweeft’, hoewel uit een peiling gisteravond blijkt dat de helft daarvan zojuist ‘geland’ is. Familie, vrienden en collega’s doen het ook. Het straalt iets kritisch uit. De zwevende kiezer laat zich niet zomaar vangen. De zwevende kiezer wikt en weegt tot het laatste moment, streept voor- en nadelen tegen elkaar af, maakt strategische coalitie-analyses, om vervolgens toch nog maar een extra stemwijzer in te vullen. Nou ja, dat suggereren de zwevende kiezers die ik ken althans.

Mijn stemlokaal in een Leidse basisschool biedt alle gelegenheid voor zo'n last minute keuze. Om kwart voor negen staat er een eindeloze rij ouders die net hun kinderen hebben weggebracht. Was dit een castingshow, dan klonk er nu tromgeroffel. Ik, lid van de deskundige jury, ga nog één keer de kandidaten na.

Mark, jouw presentatie was wederom fantastisch. Je straalt bekwaamheid uit. Waarom weet ik niet - de werkloosheid was in ruim vijftien jaar niet zo hoog - maar dat zeggen ze. En als ze zoiets zeggen, dan zeggen ze dat. Zegt Maurice de Hond.

Diederik: we hadden je eigenlijk al afgeschreven. Maar bij dat eerste debat, toen stónd je er. Ik heb het niet gezien, niemand die ik sprak heeft het gezien, maar het stond in de krant. En er stond ook dat je in een nek-aan-nek-race verwikkeld was met Mark. Dus nu ben je dat.

Emile, grote vriendelijke reus! Niet zo benauwd kijken nu. Als jij…

Het is zo ver. Bij een tafeltje achter in het lokaal ruil ik mijn stempas in voor een stembiljet. Eenmaal uitgevouwen blijkt het een buitengewoon groot vel papier. Tientallen partijen, vele honderden kandidaten. Bijna net zoveel keuze als in een supermarkt.

En toch lukt het me niet mijn rol als kritische consument te spelen. Ben ik niet geïnformeerd genoeg? Onflexibel? Volgens mij zit het zo. Je hebt partijen met een ideologisch programma: dáár moet het heen met de maatschappij. En je hebt kiezers. Mensen van wie je hoopt dat ze in de loop der jaren een aantal redelijk samenhangende ideeën hebben ontwikkeld. Over hoe de wereld in elkaar zit, wat daar goed aan is en wat er anders moet. Die ideeën veranderen niet met een paar debatten of stemwijzers. Net zo goed als dat een partij die zichzelf serieus neemt niet elke vier jaar ideologisch in de rui is.

In één vloeiende beweging kleur ik het vakje bij de nummer negentien van mijn favoriete partij rood. Dezelfde partij waar ik de vorige keer op gestemd heb. Net als die keer daarvoor. En daarvoor, en daarvoor - eigenlijk vrijwel altijd.
(Koen Haegens)