Stembureau Singel 464

Op verkiezingsdag doen redacteuren en medewerkers van De Groene op dan weer bedachtzame, dan weer keuvelende wijze verslag van een bijzonder moment: de stembusgang.

De Nieuwe Liefde

Corona maakt stemmen leuker – dat moet ik Sars-CoV-2 nageven. Het was al speciaal toen ik op mijn telefoon de kaart met stemlokalen opende. Tweemaal sprong de kaart spontaan naar een soort interstellair perspectief op de aarde met alle 369 stembureaus van de wereld waar ik mocht stemmen samengebald in één piepkleine stip op de wereldbol. Wat een rijkdom: allemaal om de hoek. Nog nooit zoveel voorpret gehad met de lijst Stemlocaties, die even lang was als de Kandidatenlijst van de Tweede Kamer, maar dan in kleine letters. Een weelde aan plekken die vanwege corona hun deuren gesloten houden voor bezoek: Doopsgezinde Kerk, De Melkweg, Concertgebouw – ik wou dat ik dertig keer had mogen stemmen.

Het werd De Duif, een prachtige voormalige kerk en in normale tijden plek voor onversterkte concerten. En toen dat spaarzame genot in een coronajaar: een tocht met doel. Bij De Duif stond een rij tot om de hoek, wat me de kans gaf om terug te keren naar optie 2: het Van Gogh-Museum. Idem, waarna ik doorfietste naar een grote tent in het Vondelpark. Geen monument, maar wel een plek met mooie herinneringen – hoog in een boom met een apenmasker op, aanwijzingen geven tijdens een speurtocht aan kinderen, die zo vaak achter elkaar ‘Jij bent helemaal geen aap!’ riepen dat ik wist dat het werkte. Daar was het zo druk, dat ik vreesde dat Halsema’s veegdienst elk moment uit de ME-busjes kon stromen.

Het werd De Nieuwe Liefde – nauwelijks een mens in zicht, een maagdelijke rij stemhokjes. Ik kruiste een partij aan die ik nog nooit eerder had gestemd, een volksvertegenwoordiger die haar taak uitmuntend had gedaan. Het kon niet anders dan een teken zijn.

Rutger van der Hoeven


Partytent in een parkje

Nog altijd zwevend en onder het geronk van helikopers – waarom eigenlijk? – begeef ik me naar een partytent in een parkje waar het normaal wemelt van de kinderen. Ik wilde eigenlijk naar een andere locatie in de buurt gaan, waar mijn zus in de avonduren als vrijwilliger het stemproces helpt uitvoeren. Toch maar niet. De hond gaat mee.

Twijfels dus. Er is in het afgelopen jaar zoveel gebeurd, met de over-efficiënte gezondheidzorg aan het roer, dat elk aloud stramien op z’n kop staat, terwijl de klimaatcrisis als het spreekwoordelijke zwaard boven ons hoofd hangt. Gisteren het tv-debat bekeken, enigszins tenenkrommend, om nog even ‘de poppetjes’ te zien en horen. Los van partijprogramma’s en voor mij bepaalde personen-non grata, is dan de vraag ‘wie is er authentiek?’ – daar ben ik gevoelig voor. Kaag zeker niet; Ploumen en Marijnissen wel, die praten vanuit intrinsieke waarden. Maar is dat genoeg? Hoe strategisch of principieel wil ik kiezen?

Buiten hoor ik mijn hond blaffen, waar ik blijf. Het biljet is wel heel groot, met al die nieuwe splinters vol dromen en dadendrang. We hebben stevigheid nodig, een groene en sociale economie, minder rechtsstatelijk gerommel, minder polarisatie in de samenleving vanuit hermetische betweterij – vooral ook dat. Het kruisje is opeens vlot gezet. Bijzonder moment, altijd. Op de terugweg kruist een volumineuze vrouw met een kolossale hond mijn pad; de honden klauwen grommend in elkaar. En wat werkt? De riemen loslaten. Ik hoop dat na deze verkiezingen de samenleving zo snel mogelijk van de handrem af kan.

Margreet Fogteloo


Terug in de club

Eindelijk sta ik weer eens in de rij voor de club. De laatste keer dat ik hier was, stond ik achter de bar biertjes te tappen tijdens een van de laatste concerten voor de lockdown. Nu brengen de gele stippen op de vloer mij naar een stemhokje. De bar is gesloten, de discobol hangt stil en het publiek is nog nooit zo divers geweest. Ik herken een oud-collega met mondkapje die de stembiljetten uitdeelt en ik vraag me af hoe hij de afgelopen maanden is doorgekomen.

Het sterkt me in mijn stem voor een partij die ook met maar één zetel veel zal kunnen betekenen voor kunst en cultuur. In de Amsterdamse gemeenteraad hebben ze dit al bewezen. Dankzij hun moties moet leegstaand gemeentelijk vastgoed zoveel mogelijk worden ingezet voor culturele en maatschappelijke doeleinden. Het maakt poppodia als deze mogelijk.

Na tien minuten sta ik alweer buiten: mijn kortste clubervaring ooit.

Lieke Knijnenburg


Torenbewoner

Er komt blijkbaar een moment dat je zo hard op jezelf hebt ingepraat, zo eindeloos met jezelf hebt geargumenteerd (en oké, je vrienden er ongevraagd ellenlange WhatsApp-berichten over hebt gestuurd) dat je oren suizen en je helemaal hyper voor de ingang van het stemlokaal staat, vol adrenaline van je eigen gelijk.

En dan loop je dus de Vondelkerk binnen, op een van de achteloos rijkste stukjes van Amsterdam, en sta je ineens in de volkomen ontspannen goedaardigheid van stemmen. Iedereen is beleefd, glimlacht (achter de mondkapjes, maar je ziet het aan de ogen), stemmers en vrijwilligers. Dat goede, opgeruimde gevoel van je burgerplicht uitoefenen. Ik heb door de jaren heen op verschillende partijen gestemd, maar ben telkens figuurlijke kilo’s lichter het stemlokaal uit gelopen.

‘Vergeet uw rode potlood niet!’ roept een vrijwilliger me na.

Ook nog een gratis kleurpotlood!

Ik overtuigde mezelf met dit argument: we stemmen nu voor over twee jaar. Want een nieuw kabinet-Rutte lijkt onvermijdelijk, en dat kabinet zal er dan twee jaar zitten, tot corona voorbij is (duimen!) en twee loodzware parlementaire enquêtecommissies over de gaswinning in Groningen en de Toeslagenaffaire zullen opduiken. Dat zou de exit van Rutte kunnen betekenen, en aangezien die geen enkele evidente opvolger heeft, zou dat ook een einde van de dominantie van de VVD kunnen zijn. Dat zou dus de deur openen voor een nieuwe premier, en daarmee een andere politieke cultuur. Als die premier uit de nu zittende lijsttrekkers komt, dan steun ik graag nu de lijsttrekker – lees: lijstrekster – die me deze debatten telkens positief opviel, helder, pragmatisch, niet-voor-de-bühne, niet-ijdel, en die steeds vanuit een moreel besef leek te spreken, vanuit een idee dat Nederland geen klein eilandje in de wereld is maar onderdeel van een groter geheel. De persoon van wie ik zou willen dat zij de volgende Torenbewoner wordt.

Als, zou kunnen, eventueel. Of mijn argumentatie klopt weet ik niet. Maar het ligt als een presse-papier op mijn borst. Zodat ik niet wegzweef.

Joost de Vries


Vrees de man die slechts één boek leest

11.20, Amsterdam. Nog in twijfel loop ik richting de Brink, het prachtig opgeknapte plein van Betondorp waar de SP als enige politieke partij pontificaal aan een lantarenpaal prijkt. Het stembureau zit in het Brinkhuis, een grijs betonnen gebouw uit 1926. ‘Openbare leeszaal en bibliotheek’ staat nog op de gevel, ooit bedoeld om ‘de intellectuele ontwikkeling van de arbeiders’ in dit tuindorp te stimuleren. ‘Een van de mooiste en oudste bibliotheken van Amsterdam’, aldus de website rijksmonumenten.nl. Binnen zitten nog glas-in-loodramen in Jugendstil-stijl. In 2008 is de bieb verdwenen, nu dient het als buurthuis.

Ik drentel heen en weer over het plein, nog in dubio. Altijd als ik ga stemmen moet ik denken aan mijn grootmoeder. Voor mijn oma was stemmen heilig. Zij werd geboren in de tijd dat suffragettes de straat op gingen voor vrouwenkiesrecht. Ze wist hoe hard ervoor was gevochten. Stemmen zag ze als haar plicht. En altijd stemde ze om diezelfde reden op een vrouw – lang voordat de campagne ‘Stem op een vrouw’ werd bedacht –, wat meestal inhield dat ze voor nummer twee of drie, en soms nog lager, moest kiezen.

Dit jaar, 2021, ruim een eeuw nadat het vrouwenkiesrecht is ingevoerd, staan er eindelijk meer vrouwen op nummer één. Een opluchting. Niet omdat de toon daardoor opeens ‘lief’ of ‘zacht’ is, maar gewoon, omdat het om representatie gaat.

Ik loop de voormalige bibliotheek binnen en weet op wie ik ga stemmen. ‘Timeo hominem unius libri’ – ‘In het debat vrees ik de man die slechts één boek leest’ – staat in een van glas-in-loodramen.

Irene van der Linde


Erop of eronder

Het duurde lang dit jaar, voordat ik een verkiezingspartij had gevonden waar ik volledig mee in het reine kon komen. Om over een geschikte voorkeurskandidaat nog maar te zwijgen. Me baserend op de onverdoofde slachtingen bij Nieuwsuur vielen er avond na avond vooral partijen áf. Sowieso zorgden al die tv-debatten, talkshows en oververhitte twittertijdlijnen ervoor dat ik me met name liep op te winden over de holle frasen, niet doorgerekende beloften en schaamteloos racistische kreten van politici waar ik toch nooit van mijn leven op zal stemmen. De keuze was een stuk eenvoudiger geweest als ik iemand de kamer úit had kunnen stemmen, in plaats van erin.

Bovendien maakte zich door het afgelopen coronajaar een nogal melodramatische gemoedstoestand van mij meester. Ik kwam tot weinig positievere conclusies dan ‘de aarde dreigt op een catastrofale ondergang af te stevenen’. Natuurrampen, klimaatvluchtelingen, het dolgedraaide neoliberalisme en een wederopstanding van Trump die zich in de vorm van een complotdenkende politicus dieper in ons parlement nestelt, om maar wat te noemen. Steeds meer Nederlandse jongeren verdwalen in de algoritmes van hun YouTube-kanaal en geven hun stem aan extreemrechts, terwijl de gevestigde media aan het kortste eind lijken te trekken. NOS-verslaggevers en zorgmedewerkers worden bedreigd, et cetera et cetera. Mijn stem voelde dit jaar als een kwestie van erop of eronder, leven of dood.

Zelfs in het stemhokje vindt nog een kleine steen-papier-schaarsessie plaats en dat moet het dan maar zijn. Tóch maar niet strategisch dit jaar, gewoon idealistisch. Mijn stem gaat vol overtuiging naar een krachtige politica die strijdt voor kwetsbare jongeren in de GGZ, de jeugdzorg en het onderwijs, mensen die hun stem zelf niet kunnen laten gelden. Of ze dit jaar de kamer haalt is zeer de vraag. Het zal afhangen van de vraag hoeveel Nederlanders het klimaat een warm hart toedragen.

Karlijn Saris


Een Utrechtse villa

Pakken zijn iets voor presentatoren leerde ik toen ik als jonge freelancer af en toe bijkluste op de verder sjofele nieuwsvloer van RTL Nieuws. Al was er één uitzondering. Op verkiezingsdag stapten meer collega’s in nette kleding, duidelijk opgedoft, de redactie op. ‘Een principekwestie’, legde een van de mannen uit; stemmen is iets eerbiedwaardigs. Een feest én een ritueel dat je uitvoert in bijpassende kleding.

Niemand sloeg er verder acht op en of het nog steeds gebeurt op die redactie weet ik niet, maar ook ik trok vandaag met een mooi jasje en gepoetste schoenen richting De Parel van Zuilen, een villa aan de Vecht waar in het oude normaal een restaurant had gezeten.

Wekenlang wist ik zeker wat ik moest stemmen, al sloeg gisteravond toch de twijfel toe: moet ik niet toch strategisch gaan? En wat is dan strategie? Na eindeloos veel schaakborden te hebben overwogen, keerde ik terug naar het besluit om principieel te stemmen. Wat ik uiteindelijk heb aangekruist in die zeventiende-eeuwse raadszaal is geheim, maar het is een partij die echte klimaatmaatregelen wil, iets doet aan kansengelijkheid en niet de wapens richt op rechtsstaat, Europa of de journalistiek. En hoewel ik in het verleden op mannen en vrouwen stemde, koos ik dit jaar heel bewust voor een vrouw – een diverse Kamer is in ieders voordeel. Pakken zijn er al genoeg.

Coen van de Ven


‘En, op wie heb je gestemd?’ ‘Op de goeie, hè!’

Deze ochtend werd ik wakker met de spanning van verkiezingsdag in mijn maag, en toch stem ik vandaag niet. Niet omdat ik niet wil, maar omdat ik niet mag. En dat is zowat het tegenovergestelde van wat ik als Belg – waar naar de stembus gaan letterlijk een burgerplicht is – gewend ben. Maar ik kom enkele maanden tekort om aanspraak te maken op het Nederlands staatsburgerschap, dus voor de landelijke verkiezingen kan ik geen bolletje inkleuren. Het voelt zo onnatuurlijk dat ik besluit om mijn Nederlandse echtgenoot te vergezellen tot het stemlokaal. Het is niet hetzelfde als zélf stemmen, maar mijn instinctieve drang is tenminste gesust. We lopen naar de sportzaal van de basisschool om de hoek. De rij is kort. In het Vlaams dorpje waar ik woonde, kende je iedereen. Bij het in- en uitlopen groette men elkaar met de vraag: ‘En, op wie heb je gestemd?’, waarna standaard het antwoord volgde: ‘Op de goeie, hè!’ Maar hier en nu is iedereen stil, mondkapje op, anderhalve meter afstand, blik naar beneden. We zijn de spontane interactie verleerd. Ik wacht vol ongeduld aan de zijlijn en verlang naar een verandering waarvan ik weet dat ze niet zal komen.

Warda El Kaddouri


Een dure plicht

Stemmen is een dure plicht. Een cliché, maar waar. Maar ik merkte dat ik dit jaar in de weken vooraf probeerde er niet mee bezig te zijn. Ik geloof dat ik na het afgelopen coronajaar het circus eromheen niet kon verdragen. De debatten op tv waarin zelden nog onderscheid wordt gemaakt tussen hoofd- en bijzaken, de discussies in app-groepen waarvoor datzelfde leek te gelden. Het gerucht dat iemand die we het afgelopen jaar een beetje uit het oog waren verloren FvD zou gaan stemmen deed de stemming aan de vooravond van het feestje van de democratie nog wat verder wegzakken. Hoe is dit land zo behoudzuchtig geworden dat het bereid lijkt om alles te laten slopen?

Maar op de dag zelf natuurlijk toch weer dat gekke gevoel. De gedachte aan al die mensen die voor een dag in een collectieve waan terechtkomen. Die even lijken te willen geloven dat er vandaag eindelijk weer een kans is om de grotere omstandigheden van het eigen kleine leven, en dat van anderen, een duwtje te geven. En altijd weer die gedachte aan het korte briefje dat E.B. White in 1943 schreef, omdat de Writer’s War Board hem had gevraagd wat dat eigenlijk was, die democratie.

‘Surely the Board knows what democracy is. It is the line that forms on the right. It is the don’t in don’t shove. It is the hole in the stuffed shirt through which the sawdust slowly trickles; it is the dent in the high hat. Democracy is the recurrent suspicion that more than half of the people are right more than half of the time. It is the feeling of privacy in the voting booths, the feeling of communion in the libraries, the feeling of vitality everywhere. Democracy is a letter to the editor. Democracy is the score at the beginning of the ninth. It is an idea which hasn’t been disproved yet, a song the words of which have not gone bad. It’s the mustard on the hot dog and the cream in the rationed coffee. Democracy is a request from a War Board, in the middle of a morning in the middle of a war, wanting to know what democracy is.’

Op de fiets naar het stemlokaal, een oude tramremise, zei iemand vanuit het stoeltje voorop de fiets: ‘Ik ga nooit vrolijker kijken dan nu. Alles voelt prettig om me heen.’ Ik heb me bij mijn keuze laten leiden door het puurste eigenbelang en gekozen voor iemand van wie ik het niet zou kunnen verkroppen als ze het niet zou redden.

Jan Postma


Genoeg gezweefd

Ik liet mijn ongeloof net iets te opzichtig blijken, toen mijn onderbuurman annex huisbaas me toevertrouwde dat hij op Volt ging stemmen. Hij was net terug van een rondje hardlopen en stond uit te hijgen in de portiek. Het is een proteststem, legde hij uit, tégen Nederland en vóór Europa. Een signaal ook aan Sigrid Kaag, al begreep ik niet precies wat hij haar probeerde te zeggen.

Sowieso had ik met verbazing toegekeken hoe de Volt-bandwagon zich vulde. Een partij voor eurofiele young professionals die een keer een nieuw progressief smaakje wilden proberen, was mijn indruk. Alleen is mijn buurman van de leeftijd dat hij al een afspraak voor de coronaprik heeft staan.

Ik had hem ingeschat als een hondstrouwe PvdA-stemmer, het afbrokkelende fundament van de sociaaldemocratie. Maar nee: Volt dus, een protestpartij die zich laat voorstaan op pragmatisme. Ze willen innovatie. Een moderne overheid. Grensoverschrijdende samenwerking. Is dit de baanbrekende visie waaraan het in Den Haag ontbreekt? Afijn, ik hield me in, ik had weinig zin in een verkiezingsdebat met mijn huisbaas, die nu natuurlijk wilde weten wat ik zelf dan ging stemmen.

Ik was er nog steeds niet helemaal uit. Als het klopt dat we minder dan tien jaar hebben om een klimaatcatastrofe af te wenden, staat er nogal wat op het spel. Misschien dat ik me daarom extra stoorde aan de opgestroopte mouwtjes, holle frasen en het voorspelbare gesoebat over kernenergie. In app-groepen wakkerden medemillennials mijn twijfel alleen maar aan. Wat is wijsheid: een compromisloos oppositiegeluid of een partij op zoek naar de macht? Een brutale nieuwkomer of een ervaren dossiertijger? Een vrouw of een m… nee, een vrouw natuurlijk.

Na al het getob voelt de handeling zelf haast als een anticlimax, ik hoef het stembiljet niet eens helemaal open te vouwen. Nou goed, genoeg gezweefd. Nu maar hopen op een zachte landing.

Jaap Tielbeke


Hop, de sloot in

Richting het Buiksloterkerkje, de meest pittoreske stemgelegenheid in de omgeving, liepen de gemoederen nog hoog op. Dat ik dus op een persoon in plaats van een partij ging stemmen. Hoe ik hier zo met blote ogen in had kunnen lopen, zo’n dik gesponsorde campagne. Gatverdamme. Of ik dan dacht dat het ook maar iets zou uitmaken voor de formatie straks. Of ik niet alsnog voor het witte geprivilegieerde establishment koos hiermee. En dat er op deze manier nooit iets zou veranderen. Mijn stempas begon steeds zwaarder in de binnenzak van mijn jasje te voelen. Ik kreeg nog net geen duw de dijk af, hop, de sloot in. Of ik verstapte me, dat kan ook. Waarom ik dan tenminste niet wat rechterop liep, pal stond achter mijn keuze. Dat dit toch wel het moment van daadkracht moest zijn. Inderdaad! Ik versnelde mijn pas, zag het lieflijke torenspitsje opdoemen, ik werd geroepen, ik voelde het.

Marja Pruis


Niet voor, maar tegen

Wat een uitgelezen kans zouden deze dagen zijn om een museumzaal of galerie tot stemlokaal om te dopen! Goed voor iedereen. In de eerste plaats voor de musea en andere kunstruimtes; precaire, broodnodige plekken die nog steeds dicht zijn. En waarvan nu een deel op omvallen staat. Vergeten we dan dat kunst het vlammetje brandend houdt onder ál het open kijken en denken? Nu verdient de evenementen-tenten-verhuur aan de verkiezingen. Vast ook prima.

Het is druk bij de grote witte tent in het park. Een groene smiley bij de ingang lijkt een teken te geven: ‘Doe het niet!’ Maar ik doe het toch. Weloverwogen kies ik vandaag niet vóór, maar tegen. Niet met mijn hart maar strategisch. De tent staat midden in het park, tweeënhalve meter onder straatniveau, op nu al drassige grond. Het klimaatprobleem ontkennen is rampzalig. De wereld als markt zien en haatzaaien zijn dat ook. Nadat ik het rode potlood in de bak heb gegooid blijf ik een kleine knoop in mijn maag houden. Ik hoop maar dat ik tegenwicht bied.

Christine Rothuizen


De versplintering omarmen

Voor kiezers die D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren of de SP allemaal als optie overwegen was het een teleurstellend decennium. De meest radicale stem – SP, PvdD – trok niet de rest van het veld verder naar links, zo is gebleken, vaak integendeel. Wie probeerde Nederland een beetje minder naar rechts te laten hellen door zich achter de beweging van Jesse Klaver te scharen, eindigde consequent met niets, buiten het belang een groen tegengeluid. Maar in een politiek klimaat waarin het verschil tussen een Kamerlid van D66 en dat van de ChristenUnie verdwijnt zodra ze als stommetje achter een dichtgetimmerd regeerakkoord gaan staan, heeft oppositie voeren weinig zijn.

Een stem op de PvdA of D66 leek een afweging te behelzen, maar ging gepaard met twee keer hetzelfde risico: dat je stem wordt gebruikt als spaak in een van de zijwielen van de Rutte-mobiel. De hoop dat die door deelname van een van deze partijen minder vaak rechtsaf slaat, is ijdel gebleken. Een verzorgingsstaat gebaseerd op wantrouwen tegen de burger, verschraling van de publieke sector, hardvochtige immigratiepolitiek en een ontoereikend klimaatbeleid, daarvoor was de PvdA-kiezer bij Rutte II medeverantwoordelijk. Vervolgens werd die rol overgenomen door de D66-stemmer bij Rutte III. Weinig aanleiding om geloof te hechten aan de boodschap van PvdA’ers en D66’ers dat ze het land behoed hebben voor nog rechtser.

Daar komt bij dat links – GroenLinks uitgezonderd – volhardt in het narcisme van de kleine verschillen, en daarmee de progressieve kiezer collectief in de steek laat. Iedere campagne klinkt het dat het tijd is voor een nieuwe koers in Nederland. De kans om die daadwerkelijk in te slaan door het linkse blok aaneen te smeden wordt niet gegrepen. Tel ik de laatste peilingen bij elkaar op, dan zou breed pro-EU progressief – PvdA, GroenLinks en D66 – de grootse partij zijn en zou ik zonder aarzelen stemmen.

Dit waren mijn gedachten bij het uitzoeken hoe stempas, stemformulier en twee enveloppen in elkaar gevouwen moesten worden tot een geldige electorale origami, af te geven bij de Nederlandse ambassade in Washington D.C. vóór 5 maart. Wie stemt vanuit het buitenland kan de verkiezingscampagnes nauwelijks wegen. Als de debatten plaatsvinden, is de keus al verzegeld. Meer nog dan voor de doorsnee kiezer wordt mijn stem bepaald door de herinnering aan de achterliggende jaren.

En dat maakt wantrouwig. Sigrid Kaag wil graag premier worden. Maar als dat niet lukt, dan weer met conservatief-confessionele partijen onder leiding van Rutte verder, onder het eeuwige excuus van ‘verantwoordelijkheid nemen’?

Wel is er een groot voordeel van de succesvolle eindsprint die D66 nu heeft ingezet. Het vergroot de druk op Kaag om de belofte van ‘nieuw leiderschap’ geloofwaardig te laten blijken en niet alsnog een vrolijke steunbeer voor Rutte te worden of Hoekstra een opkontje te geven. Als Kaag het vertrouwen dat ze nu rap wint waard is, kan ze met geen mogelijkheid naast afgelopen tien jaar op het bordes gaan staan. Daar is het lef voor nodig om niet toe te geven aan de vrees de VVD in de armen van extreem-rechts te drijven. D66 kan de versplintering omarmen als motor van een grote club partijen zonder Rutte. Blijven sprokkelen tot er meer dan 75 zetels zijn. Ergens in die coalitie, de grootste in Nederland ooit, wordt in ieder geval mijn stem gevangen.

Casper Thomas


Het stemlokaal

Als ik in het vaccinatieschema van de minister van Volksgezondheid dan toch ben ingedeeld bij de groep ‘nog thuiswonende ouderen’, dan ook maar gebruikgemaakt van de mogelijkheid om eerder te stemmen dan op de echte verkiezingsdag. Tenslotte zijn die twee extra dagen bedoeld voor de risicogroepen, ook al moet ik nog lang wachten voordat ik ook echt word geprikt.

Zo wandel ik dinsdagochtend iets na negenen naar het Marriott Hotel, vlak bij het Kunstmuseum in Den Haag. Als ik een dag had gewacht, had ik in dit gebouw van Berlage kunnen stemmen. Veel mooier kan een stembureau niet zijn. Maar nu ik heb besloten te stoppen met zweven, wil ik ook voet bij stuk houden. Dus loop ik resoluut het hotel binnen, met mondkapje, en word daar vriendelijk welkom geheten door een hotelmedewerker. Je zou zoveel zin hebben om eerst een kopje koffie te gaan drinken en je hier hotelgast te wanen. Maar dat kan niet. Dus loop ik de trap af en kom terecht in een aanbouw achter het hotel.

Ik ben de enige stemgast. In een grote ruimte. Met wel veel stembureaumedewerkers. Waarvan ik er een onlangs heb ontmoet. Hij zat voor zijn huis, met achter de ruit van zijn voorkamer een affiche dat opriep om stembureaumedewerker te worden. Hij stond er zelf met een grote foto op.

Tijdens ons gesprekje op straat vertelde hij me over het bureau waar hij zou komen te zitten, het Marriott dus. En hij vroeg me ook of ik per post ging stemmen. Dat kon er nog wel bij na al ingedeeld te zijn bij de ‘nog thuis wonende ouderen’. Op wie en welke partij ik heb gestemd, gaat de grote buitenwereld niks aan. Maar voor deze ene keer licht ik wel een klein tipje van de sluier op: niet op een partij voor ouderen.

Aukje van Roessel


Een ouderwetse gymzaal

In de ochtendkrant vertelt een vrouw op leeftijd dat ze haar hele leven al op de eerste vrouw van de kandidatenlijst stemt, maar deze keer geen namen kon lezen zonder bril, afgezet voor haar mondkapje, en dus maar stemde op de man bovenaan. Is hier wel rekening mee gehouden, vraag ik me af, kan hier misschien een factor op worden losgelaten, met een correctie achteraf?

De gang naar het stemlokaal voelt meer dan ooit als een uitje. Ik ben nieuw in de stad en de bewoners van mijn wijk laten zich in lockdowntijd kennen in de uitstallingen voor hun ramen. In hun vensterbanken niet de geijkte decoratie-in-tweevoud maar een ratjetoe aan prullaria variërend van een verzameling poppen tot een toren van lege sigarettenpakjes. De mensen hier houden van katten en in het huis op de hoek woont een hagedis die ook graag vanaf de vensterbank naar buiten kijkt. De laatste weken verschenen voor de ramen affiches van politieke partijen. Bijna overal ‘Stem SP’, met een enkele oproep voor PvdA, BIJ1 en Nida. Achter een raam hangt centraal een SP-poster met daaromheen een wolk van zelfgemaakte A4-tjes met de tekst ‘Weg met Rutte’. De boodschap fladdert over het raam als een vlucht duiven die de boodschap buiten gaat verkondigen.

Ik kom al vroeg aan bij het stemlokaal in een ouderwetse gymzaal en volg de corona-aanwijzingen op de vloer, dwars door de kleedruimtes naar de gymzaal waar de pijlen opgaan in de lijnen van een basketbalveld. Er is verder niemand maar ik moet een nummertje trekken voor een ‘route’ en volg route A. De vrijwilligers achter de tafels checken net de opkomst in Groningen tot nu toe: 18 procent. Onder de touwen breng ik mijn stem uit. De vrouw op wie ik wil stemmen staat gelukkig helemaal bovenaan.

Roos van der Lint


Stemstress

Vroeger was stemmen simpel. Je kruiste de lijstrekker van je favoriete partij aan, en als een vrouw je voorkeur had, zakte het rode potlood met kettinkje naar plek twee of drie. Terecht merkte de campagne ‘Stem op een vrouw’ echter op dat dit laatste nauwelijks effect sorteert als je meer vrouwen in de Tweede Kamer wil, omdat bij grote partijen de nummers twee en drie sowieso een zetel bemachtigen. Nee, we moeten nu slim stemmen: met de peilingen in de hand kijk je naar welke kandidaten op de wip zitten. Zij verdienen je stem, zodat ze bij tegenvallende resultaten alsnog via voorkeursstemmen verkozen worden.

Sindsdien heeft bij mij de stemstress toegeslagen. Ik moet nu niet alleen vijf opiniepeilingen in de gaten houden, maar ook de uitingen van een twaalftal kandidaten bij een stuk of drie partijen. Hoe zitten zij in de wedstrijd? Geen rare voorstellen gedaan of onzinnige tweets verstuurd? Wat hebben ze eigenlijk de afgelopen vier jaar uitgespookt?

En zelfs dan kan het ondanks alle research toch misgaan. Zo stemde ik de vorige keer op een talentvolle jongeman uit mijn geboortestad. Nog geen twee jaar later verliet hij met slaande deuren de partij van mijn keuze omdat zijn ego te groot was voor de fractiediscipline.

Nu is mijn keuze gevallen op een jong Kamerlid dat zich flink heeft ingezet voor de ggz en de jeugdzorg in Nederland. Dat ze van hardrock houdt, is ogenschijnlijk haar enige minpuntje. Maar ik bereid me voor op de volgende teleurstelling

Evert de Vos