De Groene stemt…

Stembureau Singel 464

Op verkiezingsdag doen redacteuren en medewerkers van de Groene op dan weer bedachtzame, dan weer keuvelende wijze verslag van een bijzondere moment: de stembusgang.

Medium large milo

Politiek is sociologie

Vroeg in de ochtend kom ik in de duinen een man tegen. Onze honden vinden elkaar interessant, wij praten ondertussen over de verkiezingen. Uiterlijk is hij het prototype linkse babyboomer. Dat blijkt te kloppen, zijn kruisje gaat naar Jesse – een vrolijk kereltje, zegt hij. Ooit stemde hij op de CPN, vanwege zijn vriendin die als radicaal feministe geloofde dat het via het communisme wel snor zat met de vrouwenrechten. Om bij haar in het gevlij te komen bracht hij De Waarheid rond. Dat deed hij stiekem met de auto, en niet met de bakfiets of te voet. En toen ze dát ontdekte. Stemmen is vaak ingegeven door triviale emoties.

Ik weet het nog niet. Strategisch kiezen weiger ik. Dat ervaar ik als een verneuktruc op basis van peilingen en campagneretoriek. Wel heb ik het slotdebat gezien. Slechts één jurk! Rob Trip greep zo nu en dan in. ‘Wat hij eigenlijk bedoelt te zeggen…’ – het leek op een leraar die een zwakke leerling wil helpen. Arme Asscher. Hij weerde zich beschaafd tegen Wilders (voor het eerst viel mij zijn valse linkeroog op), maar het was een achterhoedegevecht. Op de radio kreeg Asscher ook nog een steek in de rug van Felix Rottenberg, die zei dat hij het niet goed had gedaan in de campagne, en Klaver wel. En tsja, hij ging toch maar op de PvdA stemmen want sinds hij als twaalfjarige de werken van Troelstra had gelezen werd híj een bevlogen aanhanger van de sociaal-democratie. Van je partijgenoten moet je het maar hebben.

Na het strand ga ik naar AH waar de geblondeerde en zonnebank gebruinde caissière me toevertrouwt op ‘die blonde’ te stemmen. Ook dat verbaast me niet. Ze zegt in één adem door dat ze vroeger natuurlijk op Kok stemde. Bij de schoenmaker hoor ik hetzelfde. De vrouw achter de balie trekt haar mond strak als ze zegt: ‘Hij heeft tenminste ballen.’

Een week geleden rolde bij mij uit de stemwijzer de PvdA. Een meevaller, want om me heen hoorde ik de meest exotische uitslagen. Toch zweef ik voort en stel ik de gang naar het stembureau in een christelijke school voor bijzonder onderwijs uit. Ik betrap mezelf erop dat ik een tikje nerveus ben geworden door de caissière en de schoenmaker. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat de PVV niet de grootste gaat worden, zoals ik omgekeerd voorspelde dat Trump wel zou winnen. De nieuwe realiteit in Washington moet Wilders-twijfelaars afschrikken –dat kan toch niet anders. De internationale pers wacht met ons vol spanning af.

Politiek is sociologie. Maar ik denk dat mensen niet aan mij kunnen zien op wie ik ga stemmen. Met het hart en vol overtuiging.

Margreet Fogteloo


Alsjeblieft

Lange, landerige dag vandaag. De verkiezingen, en de nervositeit voor de uitslag, verlammen me. Ik ben in de zon gaan zitten, op een terras op misschien wel de lelijkste poging tot plein van Utrecht. Maar een beetje rustig om me heen kijkende zie ik alleen maar vredigheid, bedrijvigheid. Wie is die man ook weer, twee tafeltjes verderop, ik moet er een witte jas bij denken. O ja. De dierenarts. Menig dier heb ik aan zijn trefzekere spuit toevertrouwd. Ondertussen stel ik het daadwerkelijke stemmen nog even uit. Alsof ik toch nog door een andere gedachte bezocht kan worden. Er wordt alweer her en der bier aangerukt, rosé, chai thee, ik hoef niet te zeggen hoe goed we het hebben, maar toch. Zal ik op een vrouw gaan stemmen? De enige vrouw die ik kan bedenken is Ploumen, maar de afgelopen tijd ben ik toch weer op de PvdA afgeknapt. Ik lees in mijn boek, Self, van Barry Dainton. Een van de vragen die hij stelt is of we meer zijn dan ons lichaam. Ik denk aan mijn moeder die morgen alweer een jaar dood is. Ik bel met mijn oudste broer. We hebben het over van alles, maar niet over wat we gaan stemmen. Zeventig procent van de mensen denkt dat ze een ziel hebben. Ik had ooit ruzie met iemand en kon niks ergers bedenken dan die persoon toe te voegen: je moet in je ziel kijken. Waarop diegene zei: ik geloof niet in de ziel. Ik snap nog steeds niet waarom ik niet gewoon ‘hart’ zei in plaats van ‘ziel’. Want iedereen is het er wel over eens dat we een hart hebben. Stem ik met mijn hart? Met mijn ziel? Ja, met beide.
Hier, pak aan dan. Doe er iets goeds mee.

Marja Pruis


Coalitie 21.0

Deze 15 maart was een dag waarop niemand aan politiek had gedacht als dat niet expliciet had gemoeten, met lente, terrassen en stembureaus. Het enige expliciet politieke voorval van de dag gebeurde me vandaag op een plein vol kinderen in Amsterdam-Oud-West. Een groep jongens die ‘met een migratie-achtergrond’ wordt genoemd aan de ene zijde van het politieke spectrum, ‘tuig’ aan de andere, had de voetbal van mijn zoons afgepakt en wilde die niet teruggeven, deed dat na enige aandrang wel, en scandeerde vervolgens: ‘PVV!, PVV!’

Een curieus voorval.

Het stembureau in de school om de hoek leek wel geleend uit een Benetton-reclame of de clip van ‘vijftien miljoen mensen’: een breed scala Nederlanders druppelde de wijk uit om hier zijn stem uit te brengen in een omgebouwde, piepkleine gymzaal. Alleen wat in marketeertaal ‘de traditionele burgerij’ heet, stemde elders. In groten getale, zo blijkt nu wel. De zon scheen, de sfeer was goed, en in de school hingen anti-ruzieposters die een soort impliciet stemadvies leken te geven: ‘STOP! Ben je rustig? Nog niet? Eerst afkoelen. Tel tot tien.’ Of: ‘Probeer een win-win-situatie te vinden.’ Alle voortekenen hier wezen op een overwinning van progressief en positief.

Oud-West heeft daarmee waarschijnlijk zijn bijdrage geleverd aan de gefragmenteerde uitslag die al zo lang in de peilingen stond aangegeven. In het buitenland is alleen BREAKING dat radicaal-rechts in de subtop zit. Hier te lande is het nieuws: Nederland is aanbeland in coalitie 21ste eeuw, zeg maar coalitie 21.0, waarin een coalitie begint bij vier.

Rutger van der Hoeven


Gelukt

Terwijl ik de lijst van stemlokalen in mijn stad doorneem moet ik denken aan de gewone man. De gewone, hard werkende man die volgens vrijwel alle partijen niet met de rekening mag worden geconfronteerd. In het slotdebat alleen al passeerden de leraar, de postbode, de voetbaltrainer en de verpleegkundigen, de lieve verpleegkundigen. Vandaag is een goede dag om deze man te ontmoeten: de stemlokalen zijn vooral gevestigd in scholen en zorginstellingen en een aantal musea.

Zelf ga ik stemmen bij het Leger des Heils, in een steeg tussen mijn huis en het station. Een grijze man in lange jas werpt voor hij naar binnen gaat eerst nog behendig een zak textiel in de kledingbox naast de ingang. Die zit nu zo vol dat hij niet meer helemaal dicht kan. Een man in pak komt naar buiten en neemt met een brede lach en een duim omhoog een selfie voor het rode schild van de organisatie.

‘Doen wat we geloven’, staat op de deur waardoor ik dan ook naar binnen ga. Goede slogan, niet beloven maar geloven. Ik ben eruit. Wekenlang zweeg ik want ik zweefde nog. Dacht dat ik mijn stem wel in drieën zou willen delen, maar ja, was dat nu niet juist een van de problemen in dit land? Pas in een luchtig gesprek enkele dagen geleden sprak ik plots overtuigd mijn stem uit. Nu niet meer draaien, dat zou kiesvervalsing zijn zo niet zelfcensuur.

‘Ik kan niet vouwen’, zegt een jonge vrouw met de wanhoop in haar ogen en een rode stip aan de buitenkant van haar formulier. U bent niet de enige, antwoordt de vrouw van achter het bureau.

In het stemhokje zijn geen hulplijnen meer, geen hulpstukken op een groot vergrootglas na. Het koord waar het rode potlood mee vastzit is te kort om naar de linkerzijde van het uitgevouwen stembiljet te bewegen, daar waar ik zijn moet. Zo kort dat hij blijft steken ter hoogte van de Piratenpartij. Ik vraag me af of dat nog luie stemmen zal opleveren, beweeg dan het formulier naar rechts en kleur een stip van de bovenste rij helemaal rood. Het is weer gelukt.

Roos van der Lint


Small large essay milo

Opkomst

Rotterdam wordt weer eens genoemd in een gerenommeerd internationaal blad, maar deze keer niet vanwege de toenemende populariteit onder buitenlandse toeristen of het zoveelste architectonische hoogstandje. Het is een kritisch artikel over de toenemende vreemdelingenhaat in een stad die juist bekend staat om de diverse demografische samenstelling. De Turkse rellen afgelopen zaterdag, het harde optreden van de politie tegen anti-Zwarte-Piet-activisten in november en het discriminatoire karakter van het woningbeleid in Rotterdam worden genoemd.

Een mooie reminder dat er wat valt te kiezen vandaag.

Voordat ik in het stadhuis mijn stem uitbreng bezoek ik de redactie van Vers Beton, het online tijdschrift ‘voor de harddenkende Rotterdammer’, gelegen in het Oude Westen. Daar spreek ik met een aantal collega-redacteuren over de verkiezingen vandaag. Eeva Liukku, hoofdredacteur van Vers Beton, is vooral benieuwd naar de opkomst in Rotterdam. ‘We staan al jaren in de top-vijf van de laagste opkomst. Rotterdammers stemmen niet, het zijn luie donders.’ Zo had de stad in 2010 de twijfelachtige eer het laagste opkomstpercentage te hebben van heel Nederland. Maar Liukku hoopt dat er vandaag op dat punt een verandering plaatsvindt: ‘Dat is misschien het allerbelangrijkste op dit moment, dat mensen überhaupt gaan stemmen.’

Jelena Barisic, adjunct-hoofdredacteur, weet het zeker: ze stemt straks op Artikel 1. ‘Ik wilde eigenlijk GroenLinks stemmen, maar afgelopen zaterdag vond ik het optreden van Sylvana zo sterk. Ze verdient een kans.’ Barisic doelt op de debatavond in Arminius tussen verschillende kandidaten met een biculturele achtergrond, waar ik overigens ook bij was. Representatie van minderheden was een centraal thema. Barisic voelt zich dan ook niet door GroenLinks vertegenwoordigd vanwege het gebrek aan diversiteit op de kieslijst. ‘En ik vind dat persoonlijk belangrijk en ach, GroenLinks komt er toch wel. Ik heb dan liever dat Artikel 1 een zetel weet te bemachtigen. En ik heb zó het gevoel dat het gaat lukken vandaag.’

Net als Barisic heb ik me ook laten leiden door het optreden van een politicus afgelopen zaterdag in Arminius. Ik zal stemmen op een kandidaat die socialistischer is dan de SP.

Na een verse bak koffie loop ik van de redactie richting het stadhuis, op nog geen tien minuten loopafstand. Het is rond het middaguur niet druk, maar op een scherm worden de tussentijdse opkomstcijfers live geüpdatet. Bijna 35 procent van de Rotterdammers heeft zijn stem uitgebracht, dat is ongeveer rond het landelijk gemiddelde. Zullen we vandaag in Rotterdam dan eindelijk breken met de traditie van lage verkiezingsopkomsten? Ik hoop het.

Lotfi El Hamidi


Medium large milo stemmen dart

Wat nou…

Ik krijg vaak aanmaningen omdat ik vergeet mijn rekeningen te betalen. Of ik vergeet het niet zozeer: het is eerder dat ik de rekening binnenkrijg en dat ik het niet vertrouw. Dat het mailadres van de verstuurder vreemd aanvoelt. Phishers, denk ik dan. Hackers.  Niet betalen. Laat je niet beetnemen. En dan drie maanden later ligt er een brief van de deurwaarder en denk ik: maar wat nou als die deurwaarder ook niet echt is.

Ik liep mijn vertrouwde stemlokaal binnen en daar hing een groot bord dat dit niet langer een stemlokaal is. Ik moest de weg oversteken, naar een balletschool. Ik was er nog nooit geweest. Ik liep het gebouw binnen en werd opeens overvallen door de gedachte: wat nou als dit geen stemlokaal is, maar dat ze mijn stem willen phishen?

Wie die ‘ze’ waren kan ik ook niet uitleggen. Vier vriendelijke mannen achter een tafel. Ik kreeg mijn biljet, deed mijn ding, maakte een stemfie, hoppa.

Natuurlijk ging het tijdens de campagne te weinig over het klimaat. Ik zat me op te vreten als het bij de debatten weer over die 385 euro eigen bijdrage in de zorg ging. Over staan bij het volkslied. Het grote overkoepelende probleem blijft het klimaat. Als je je over vluchtelingenstromen zorgen maakt, besef dan dat de grote stromen klimaatvluchtelingen nog kunnen en zullen komen. Als je je zorgen maakt dat de Schilderswijk radicaliseert, besef dan dat de Schilderswijk over honderd jaar onder water staat als de zeespiegel zo blijft stijgen. Als je het vreselijk vindt dat grote bedrijven steeds groter en rijker worden, pak dan de bedrijven aan die monopolies op olie, water en andere grondstoffen nastreven. Als je wilt dat Nederland een innovatieve, concurrerende economie blijft, laat die economie zich dan storten op duurzaamheid.

Stond gister op nu.nl: het regent tegenwoordig steeds vaker op de Noordpool. Op de Noordpool! Het sneeuwt niet meer, het regent!

Als je weet dat Nederland voor een groot deel onder zeeniveau ligt, terwijl de poolkappen smelten, dan moet je ministers hebben die overal waar ze komen het belang van het klimaat benadrukken. Kortom, ik heb op GroenLinks gestemd.

Joost de Vries


Nummertje 22

In spannende situaties slaan mijn geeuwreflexen op hol, zo ook in de rij naar de stembus. Waardoor het komt weet ik niet – wellicht is het nog wat onwennig, de derde keer stemmen – maar een gevoel van spanning bekruipt me en ik gaap onbedwingbaar.

De laatste keer dat ik stemde, als kersverse Amsterdammer, stemde ik onverhoopt het historische transformatorhuisje op het Johnny Jordaanplein weg omdat ik ‘bredere stoepen’ wel fijn vond klinken. Nu ben ik beter voorbereid. Niet de eerste vrouw op de lijst nee, eentje die buiten het verwachte aantal zetels valt. Met het dreigende geluid van orgels op de achtergrond lever ik mijn stembewijs in. De kerk had dan ook niet mijn voorkeur maar de stembiljetten bij de universiteitsbibliotheek waren op – een goed teken, neem ik aan.

Een intense gaap breekt door. De vrouw die mijn paspoort controleert kijkt me geërgerd maar toch aanmoedigend aan. Eenmaal in het hokje, onhandig groot stembiljet voor me, kleur ik zorgvuldig het rondje van nummertje 22 rood, vouw het biljet net niet op de manier terug als dat ik het kreeg en gooi mijn stem in de gleuf hopend op wat meer oestrogeen in de Kamer deze keer. Terug de zon in.

Lieke Knijnenburg


De nooit-zwevende kiezer

Mijn opa (95) heeft in zijn leven tweeëntwintig keer mogen stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen. Tweeëntwintig keer stemde hij op dezelfde partij. Behalve die ene keer dan, nadat Van Mierlo hem in 1967 in dat beroemde campage-spotje van D66 recht in de ogen keek. Wat nu tot de norm van het campagnevoeren behoort, was toen nog een noviteit. Op mijn opa maakte het een onuitwisbare indruk. Maar bij thuiskomst was hij de gebeten hond. ‘Ain keer en nooit weer, potverdomme’, snauwde mijn oma hem in plat Gronings toe.

Vijftig jaar later is mijn opa die waarschuwing niet vergeten. In driedelig pak, met de wandelstok in de hand en de stempas in de binnenzak van zijn overjas loopt hij naar het stembureau. Zijn wandelpas zal wat vertraagd zijn, en een stok zal hij als jongeman niet nodig hebben gehad, maar verder moet het beeld identiek zijn aan al die tweeëntwintig verkiezingen sinds 1946. Televisiedebatten, doorberekende partijprogramma’s en 'al dat hedendaagse’ heeft hij niet meegekregen. Het kan hem niks schelen. Als ik hem vraag waarom hij eigenlijk op zijn partij stemt, antwoordt hij in klare taal: ‘Waarom zou je dat niet doen?’ Ja, zo kan je er ook naar kijken.

Maar vandaag ging er iets mis. ‘Ik kan het nait vinden, verdomme’, riep hij vanuit het stemhokje. Hij zocht naar de lijstduwer van zijn partij, want de lijsstrekker daar heeft hij het niet zo op. Te veel Amsterdam en daar is hij niet zo van. Die waren vroeger al arrogant en dat is altijd zo gebleven. ‘Ik moest die van Heerenveen hebben, die trainer’, licht hij de verwarring achteraf toe, doelend op lijstduwer en voormalig voetbaltrainer Foppe de Haan. ‘Maar ik kon hem niet vinden doordat ik wat nerveus was.’ Hoewel hij thuis nog geoefend had, was het hem niet gelukt om een kruisje voor Foppes naam te zetten. Dus werd het toch maar ‘de koploper van lijst 2’. Laat het een schrale troost zijn voor Asscher.

Mark Middel


Tweestromenland

Gelet op alles wat er van te voren boven deze verkiezingen hing, verliep de campagne opvallend normaal. We werden niet overspoeld door golven nepnieuws, verstoring door trolls en hackers, al dan niet met Russische banden, lijkt goeddeels uitgebleven te zijn en de lijsttrekkers bleven tijdens de debatten binnen de grenzen van het betamelijke (aan Wilders’ retoriek zijn we onderhand gewend). De opmaat naar de stembusgang is te omschrijven met het woord dat de VVD tot lijfspreuk heeft verheven: normaal.

En dat is dan weer opvallend. Dit zijn de verkiezingen waarbij de wereld wacht hoe het meest vooruitstrevende land van Europa zich tot het rechtspopulisme bekeert. Zelden was er zoveel interesse voor de Nederlandse verkiezingen bij de buitenlandse pers. In bijna alle artikelen was een hoofdrol weggelegd voor Wilders, alsof de verkiezingen louter om hem draaide. Interessant contrast was Simon Kuper, de Britse journalist (die in Nederland opgroeide) die afgelopen zaterdag in zijn column in de FT terecht constateerde dat Nederlanders zich niet al te druk maken over Wilders. Na meer dan tien jaar PVV is bekend wat hij wil, en zijn invloed lijkt bij voorbaat ingeperkt omdat niemand met hem wil regeren. Dat zijn rond de twintig zetels die als het gaat om een coalitie te vormen niet meetellen.

Daarmee is niet gezegd natuurlijk dat ook de uitslag voor normaal zal doorgaan. Straks zijn er zeker vijf middelgrote partijen. VVD, CDA, D66, GroenLinks en PVV komen allemaal in aanmerking voor een zetelaantal dat met een 2 begint. Dat lijkt op versplintering, maar kan evengoed worden gezien als signaal dat Nederland in feite een politiek tweestromenland is. Dat was ook mijn conclusie na het lezen van alle lijsttrekkersboeken.

Zowel rechts als links van het midden is er een groep partijen die wat betreft basale uitgangspunten bij elkaar horen. De scholierenverkiezingen was daar een getrouwe weergave van: D66, Groenlinks aan de ene kant en VVD en PVV aan de andere kant waren de populairste partijen onder schooljeugd. Zo bezien wordt de keuze bij de stembus eenvoudiger: rechts-conservatief of links-progressief. De onderlinge overeenkomsten tussen de partijen die onder die noemers passen zijn wezenlijker dan de verschillen. 

Tot slot een paar verwachtingen, voor wat ze waard zijn: 1: Forum voor Democratie gaat zetels halen. Één, maar twee is heel goed mogelijk (gaat Theo Hiddema dan ook echt de kamer in?) Hier had de buitenlandse pers, die relatief veel aandacht had voor deze nieuwkomer, volgens mij een goede antenne. 2: het CDA blijkt de sterkste inhaalrace gelopen te hebben, ten opzichte van hoe het campagneseizoen begon. Al het dreigen met Wilders ten spijt willen veel Nederlanders uiteindelijk gewoon braaf bij de normen en waarden op schoot. 3: het gaat wel even duren voordat we een kabinet hebben.

Ok, op naar het stemlokaal. Kruisje bij het links-progressieve blok.

Casper Thomas


Ochtendstemmer

Ochtendstemmer, altijd al geweest. Kan niet wachten. Vroeger als minderjarige reikhalzend uitkijkend naar de dag dat het dan eindelijk mocht. Verkiezingsuitslag: daar kon geen Songfestival of Europa Cup tegenop.

Ik woon al lang in mijn buurt, eerst stemden we in een verpleegtehuis, en ik zag de ouden van dagen opveren van al die jongere mensen – dat ben je al snel – die nu ineens naar binnen kwamen. Al weer een tijdje naar een lagere school om de hoek, die tegenwoordig geen school meer heet maar een ‘huis’, omdat het een ‘brede school’ is (?).

Ha, daar zit de aardige mevrouw achter de tafel die ik ken van eerder. Sowieso krijg je altijd een buitengewoon gunstige indruk van het Nederlandse volk als je kijkt naar de samenstelling achter de kiestafels. Eigen partij oprichten? Ik stem resoluut en snel, werkelijk een all time persoonlijk record. De mevrouw die wel eens iets van mij leest vraagt: ‘Mijnheer Sanders, u twijfelt niet meer.’

Kijk, zo persoonlijk zou het altijd moeten gaan.

En nu de anticlimax. Waarom ga ik altijd alleen stemmen, waarom niet met een goede vriend of vriendin? Daarna één glas champagne in de brasserie tegenover, en eindeloos elkaars keuze becommentariëren. Hier sta ik, met de handige zak van Marqt onder mijn arm.

Het wordt trouwens de Lidl, die is in de buurt. Ik heb keukenrol nodig.

Stephan Sanders


Medium large milo stemmen mikado

In Zuidoost

Een schoolklas van basisschool De Schakel rent de stemmers in de vroege morgen schreeuwend tegemoet. Verkiezingsenthousiasme? Of gewoon blij om in de zon te kunnen buitenspelen?

Door de kleedkamer komen we aan in de met zeil bedekte gymzaal waar zich twee stembussen bevinden, van elkaar gescheiden door enkel een bank. De stembureaumedewerkers bestellen een hamburger voor de lunch. Het gaat er allemaal gemoedelijk aan toe. Over de opkomst heeft men tot dusverre niet te klagen, vertelt een medewerker. ‘Dat was bij het Oekraïne-referendum wel anders.’

Toen lieten de bewoners van Venserpolder in Amsterdam-Zuidoost hem en zijn collega’s een dag lang op een houtje bijten. Ik zat nog in Turkije, waar het er bij verkiezingen minder gemoedelijk aan toe gaat. Bij de laatste verkiezing in 2015 stonden er in Diyarbakir gewapende politie-eenheden en een pantservoertuig voor het stembureau. Maar er is deze dagen al genoeg over Turkije gepraat. Radio 1 had zelfs een speciale verslaggever naar Deventer gestuurd om Turkse Nederlanders te zoeken. Om 09.00 uur had hij er ondanks verwoede pogingen nog niet één gevonden.

Nu leven de verkiezingen in Amsterdam-Zuidoost wel, niet in de laatste plaats omdat Artikel 1 van Sylvana Simons op het stembiljet staat. Zelf bracht ze haar stem uit op een steenworp afstand van mijn stembureau, in het Dorpshuis in Duivendrecht. Ook de ChristenUnie heeft met Don Ceder een politicus die veel mensen in de Bijlmer aanspreekt. De slogan op zijn verkiezingsflyer verdient in ieder geval lof: ‘Van de Bijlmer naar het Binnenhof’.

Net als meer dan de helft van het electoraat bevond ik me lang in het kamp van de zwevende kiezers. Vier jaar geleden stemde ik tot mijn spijt strategisch, maar in een verdeeld politiek landschap waar het alle kanten op kan is dat geen optie meer. Op hoop van zegen neem ik het rode potlood ter hand; dat ‘het feest van de democratie’ niet op de uitkleding ervan mag uitlopen. En dat we anders na de verkiezingen laten zien dat democratie meer is dan eens in de vier jaar een hokje rood kleuren.

Tan Tunali


Stemming

Vanaf een uur of vier liet de slaap zich niet meer vatten. Onrustige dromen die weinig van doen leken te hebben met de dag die aan de andere zijde van de nacht wachtte, maar daarvan kun je nooit helemaal zeker zijn. Niet iedere samenhang laat zich openbaren voordat andere, dringender zaken om aandacht beginnen te vragen. Ik stond op en spendeerde het donkerste deel van de morgen aan het luisteren naar een programma over een hoge rechter die ten val kwam door zijn banden met de onderwereld. Een ingewikkelde zaak, dat zeker, maar veilig een wereldzee en drie decennia verwijderd van het waarlijk ingewikkelde nu.

De debatten volgde ik de afgelopen weken zijdelings, via Twitter. Het onmetelijke belang dat wordt toegekend aan vraagstukken die ik tot het domein van het onzinnig-kwaadaardige reken, maakt dat ik mezelf in bescherming moet nemen. ‘Waarom moet de bijles van Jan Roos over klimaatverandering live worden uitgezonden?’ twitterde politicoloog Armen Hakhverdian gisteren tijdens het slotdebat. Het voelde voor de niet-kijker, niet minder vatbaar voor de verlokkingen van de confirmation bias dan de buiskluisteraar, als een bevestiging van het eigen gelijk.

Over een half uur gaat het stembureau om de hoek open. Ik zal niet lang daarna erheen lopen, mijn afkeer van de rol die het persoonlijke in de politiek speelt opzij zetten en als een volwassen mens de imperfecties van de kandidate op wie mijn keuze is gevallen negeren. Ik zal een stem uitbrengen met de blik ferm gericht op de toekomst; in de rotsvaste overtuiging dat er ooit een keer een einde moet komen aan het tribale geroffel op al die in inwisselbare pakken gestoken brede borstkassen en dat het eindeloos doorgerecyclede dertien-in-een-dozijn-angstbeeld van het wezensvreemde element, dat ontkent dat in wezen niemand vreemder is dan om het even welke ander, misschien weer voor een paar jaar de koelkast in kan. Dat er vanavond voor even prematuur mag worden gedanst op het graf van het cynisme en dat vanaf morgen hoofd- en bijzaken zich weer een tijdje helder laten scheiden. Aan het alternatief probeer ik vandaag niet te denken.

Jan Postma


Small large milo stemmen paaldans

Vreemd gaan

Ik vroeg het langs mijn neus weg tijdens het avondeten: wat stemmen jouw vrienden? ‘Ach, van alles’, antwoordde mijn achttienjarige dochter, ‘GroenLinks, D66 en zeker ook wel VVD.’

Die laatste afkorting bleef de rest van de avond als een graat in mijn keel steken. Ze zal toch niet? De eerste keer in je leven mogen stemmen en dan meteen op de….

Mijn vrouw en ik hebben elkaar leren kennen in de PSJG, de jongerenorganisatie van de PSP, een van de voorlopers van GroenLinks. We hebben onze kinderen niet zo dogmatisch links opgevoed als de ouders van Teun van der Keuken, als ik zijn recente boek mag geloven, maar ook wij sleepten onze kinderen mee naar FNV-demonstraties tegen de WAO-plannen. En bij het huwelijk van Willem en Máxima kleedden we onze spruitjes in smetteloos wit om van onze republikeinse gezindheid blijk te geven – elke ouder heeft nu eenmaal recht op opvoedfouten.

Onze kinderen groeiden op in een links Umfeld. Neem onze vriendenkring – bijna allemaal oud-krakers, vakbondstypes, studentenactivisten of ouders die net als wij hun kinderen op de multiculturele buurtschool hadden gedaan. Hun kinderen werden weer de eerste vrienden van de onze.

Mijn zoon van 21 voelt zich in deze kringen volledig thuis. Als kritische economiestudent sloot hij zich vol overtuiging aan bij de Maagdenhuisbezetting.

Dochterlief maakt echter regelmatig keuzes die onze wenkbrauwen doen fronsen. Dat begon al met de keuze van de middelbare school. Ze wilde op een elitair gymnasium en kreeg daar allemaal vriendinnen met namen met drie lettergrepen en huizen aan de grachten of het Vondelpark.

In de studentenstad van haar keuze sloot ze zich aan bij een studentenvereniging. Nog net niet het corps, maar het komt dicht in de buurt met ontgroening, jaarclub, verplichte borrelavonden, zuipen en ‘brassen’.

Ze heeft duidelijk behoefte aan een eigen wereld – iets wat we natuurlijk toejuichen. Ze wil zich misschien wel afzetten – ook goed. Maar dan hoeft ze toch niet meteen achter Rutte aan te lopen? Zo erg waren we toch ook niet?

Na de lunch kan ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en app haar:
‘Al gestemd?’
‘Ja, net op de universiteit.’
‘Op wie?’
‘Ach…………, gewoon op Jesse.’

Evert de Vos


Voornemens

Verkiezingsdag benaderde ik dit jaar als Nieuwjaarsdag. Vol goede voornemens. Ik zou alle partijprogramma’s van A tot Z lezen, zoveel mogelijk televisiedebatten volgen. Alles in het werk stellen om tot een weloverwogen partijkeuze te komen. Als niet-stemgerechtigde was me dit bij de Amerikaanse verkiezingen van 2016 desondanks redelijk gelukt. Weliswaar ben ik niet op gebleven om de drie presidential debates en dat ene vice-presidential debate te kijken. Maar ik heb ze alle vier, in z'n geheel, teruggekeken. Las de analyses in de Amerikaanse media. Ik wist waar beide kanten voor stonden. Was goed ingevoerd.

Maar ik geloof niet in goede voornemens. Althans niet rond Oud & Nieuw. Ik sta er liever dagelijks mee op. Dus uiteindelijk heb ik die Nederlandse partijprogramma’s niet gelezen. En heb ik niet alleen geen enkel Nederlands tv-debat live gezien, het is me zelfs gelukt om geen seconde van die debatten terug te kijken. Of dit me spijt? Niet echt. Ze hadden mijn fundamentele geloof in welvaartsverdeling, altruïsme, multiculturaliteit en cultuur zeer waarschijnlijk niet veranderd. En mijn zorgen over ons klimaat niet weggenomen. Eigenlijk lag mijn voorkeurspartij voordat het verkiezingsgeweld losbarstte al redelijk vast. 

Bovendien vind ik ook de Nederlandse media te hijgerig. Plotsklaps zitten we ook hier te wachten op die ene game changer. Werkelijk? Zijn we nu al vergeten dat FBI-directeur James Comey vlak voor Election Day een totaal onzinnig onderzoek gelastte naar de e-mails van Hillary Clinton? Geef mij gewoon een politicus die, één op één, wordt doorgezaagd door een kritische journalist. En laten we dan direct stoppen met die peilingen. Daardoor verwatert ons democratisch proces tot een self fulfilling prophecy. En daar zijn de verkiezingen nét even te belangrijk voor.

Roderick Nieuwenhuis