Stemmen

In de aanloop naar de Europese verkiezingen dreigt het debat over de grenzen van Europa te worden gereduceerd tot één vraag: wie sluit samenwerking met de PVV van Geert Wilders niet uit?

DEZE RADIOCOMMERCIAL al gehoord? ‘Stemmen, stemmen, stemmen, ik geloof dat ik stemmen hoor…’
Nee, het is geen aanmoediging om naar de psychiater te gaan als het in uw hoofd een kakofonie is, maar een oproep toch vooral te gaan stemmen voor de Europese verkiezingen op donderdag 4 juni. Nu maar hopen dat het reclamebureau dat deze commercial in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft verzonnen er zelf ook de humor van inziet.
Want wie hoort er geen stemmen in zijn hoofd als het over Europa gaat? Als het gaat om de verdere uitbreiding van de Unie met voormalige Oostbloklanden, over het veranderen van het vetorecht dat dan niet meer alle lidstaten zou toekomen, over het voeren van een gemeenschappelijk buitenlands beleid, over de baten versus de kosten, over de regelzucht, over de macht van het parlement, over het democratisch gehalte of misschien juist het democratisch tekort van de Unie?
Ook ambtenaren wier werkterrein Europa beslaat, hebben er nog moeite mee de stemmen in hun hoofd tot bedaren te brengen als het om hun eigen stem op 4 juni gaat. Afgelopen maandag bij een debat in de Oude Zaal van de Tweede Kamer naar aanleiding van de Europese verkiezingen zei er één tijdens een privé-gesprekje tegen een collega: ‘Heb ik me net een identiteit aangemeten, kom jij nog een keer met D66 aanzetten!’
Neem een onderwerp als de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Volgens het actualiteitenprogramma Eén Vandaag blijkt uit een analyse van de op hun website te vinden Stemwijzer dat Nederlanders de Turkse toetreding het belangrijkste thema vinden.
Over dat onderwerp kunnen die stemmen in het hoofd ongeveer zo gaan: ik heb toch vroeger op school altijd geleerd dat aan de andere kant van de Bosporus Azië begint, of schuilt in dit argument misschien toch stiekem een afkeer van de islam, terwijl het juist voor de stabiliteit in die regio – in de zuidoosthoek van Europa, waar het grenst aan landen als Irak en Syrië – toch goed zou zijn als Turkije lid wordt? Maar voldoet het land binnen afzienbare tijd dan wel aan eisen waar het gaat om de vrijheid van meningsuiting, de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat of is het juist het uitzicht op een toekomstig lidmaatschap dat Turkije ertoe kan aanzetten die voor ons belangrijke waarden over te nemen?
Stel nou dat je die stemmen tot een eindconclusie kunt brengen en stel nou dat die conclusie vooralsnog nee is, ben je dan tegen Europa? Meteen een aanhanger van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders, die dit jaar voor het eerst meedoet aan de Europese verkiezingen en als belangrijkste verkiezingsitems heeft: geld terug, weer baas in eigen land en Turkije nooit lid?
Het lijkt erop dat die tijd voorbij is. Nu de campagne voor de verkiezingen als gevolg van de gebeurtenissen in Apeldoorn op Koninginnedag met een week vertraging begonnen is, wordt zichtbaarder dat het nee in het referendum van vier jaar geleden tegen de Europese grondwet tenminste het effect heeft gehad dat de Europese Unie niet langer een geloof is waarop geen kritiek mag worden geuit. Dat niet langer slechts de zegeningen van Europa gezien mogen worden.
Dat laatste had als vervelend gevolg dat alleen al bij het stellen van kritische vragen de verwijten van bekrompen nationalisme de vragensteller om de oren vlogen. Een effectief middel om elk debat dood te slaan. Voor een deel van de nee-stemmers bij het referendum was dat een reden om in 2005 eens lekker dwars te gaan liggen.
Maar nu zegt VVD-lijsttrekker Hans van Baalen heel bewust dat hij naar Brussel gaat om Nederlander te blijven, noem het winstbejag dan wel voortschrijdend inzicht. Zegt ook PVDA-lijsttrekker Thijs Berman dat de Europese Unie als gevolg van de relatief recente uitbreiding naar 27 lidstaten dreigt te ontploffen als er nog meer nieuwelingen op de nominatielijst zouden komen. Durft CDA-lijsttrekker Wim van de Camp te erkennen dat Roemenië en Bulgarije te snel zijn toegetreden. Zoals het CDA nu ook pleit voor bezuinigingen op het Europese budget, waar de PVDA op tegen is, maar de PVDA hekelt op haar beurt het neoliberale karakter van Brussel, zeg maar het eenzijdige gericht zijn op de markt.
Wat was maandag tijdens het debat tussen kandidaat-europarlementariërs echter de allereerste vraag, gesteld aan Van Baalen? Of de PVV welkom zou zijn in de liberale fractie in het Europarlement. Van Baalen gaf het enige democratische antwoord dat voor hem mogelijk is: als de PVV de beginselen onderschrijft waarvoor de liberalen zich in Europa willen inzetten, dan sluit hij toetreding niet uit. Maar de VVD-lijsttrekker liet vervolgens niet na tijdens de rest van het debat, zoals ook tijdens andere ontmoetingen tussen hem en PVV-lijsttrekker Barry Madlener, in concreto aan te geven waar de verschillen liggen en hoe klein hij daardoor de kans acht dat de PVV zich zal aansluiten.
Dat tweede, inhoudelijke deel van het antwoord lijkt echter verloren te gaan, niet alleen dat van de VVD, maar ook dat van de linkse partijen die de beginvraag inmiddels met nee hebben beantwoord, of van het CDA dat op de VVD-lijn zit. Daardoor dreigen de verkiezingen toch weer door slechts één vraag-en-antwoord te worden gedomineerd: wie sluit samenwerking met de PVV uit, niet alleen in Europa maar ook in Nederland?
Het is koren op de molen van Wilders, die zich graag wentelt in slachtofferschap. Het is het populisme bestrijden met een van dat populisme afgekeken versimpeling. Een opener debat over de letterlijke en figuurlijke grenzen van Europa lijkt daardoor al weer te verschrompelen voordat het heeft kunnen opbloeien.