Kunst: Onze ambassade

Stemmen

Tehching Hsieh, One Year Performance 1981-1982 (Time Clock Piece) © Tehching Hsieh / courtesy the artist and Sean Kelly, New York

Een sierlijke doos van ruw beton met hard spiegelende ramen. Wat zestig jaar lang de Amerikaanse ambassade was, gebouwd door Marcel Breuer, en vanaf 2001 een steeds zwaarder beveiligde bunker aan het lommerrijke Lange Voorhout, is weer Nederlands grondgebied. Het gebouw kwam leeg te staan en tot over de definitieve herbestemming is beslist, ten minste een jaar, verblijft West Den Haag er onder de naam Onze ambassade. Met kunstenaars en werk zo sterk dat het de brutalistische architectuur raakt in het hart.

Tehching Hsieh (1950) is een van hen, een kunstenaar uit Taiwan die in de jaren zeventig en tachtig One Year Performances uitvoerde, performances die tot op de minuut af een jaar lang duren. Ze bleven lange tijd obscuur maar inmiddels geldt hij als ‘de meester’ van de performancekunst, aldus Marina Abramović. In Den Haag zijn registraties van twee performances te zien waarvan het indrukwekkendst One Year Performance 1980-1981. Gedurende een jaar klokte Tehching Hsieh zich elk uur in bij een prikklok. Op dat moment werd er een foto van hem gemaakt, die hij later achter elkaar op video liet afspelen. Je ziet zijn lichaam schokken bij het verspringen van de beelden, van de tijd, en zijn haar groeien. Dat hij zijn kunst maakte als illegale inwoner van New York, als mens zonder rechten en zonder plichten, maakt de zelfopgelegde discipline een wrang schouwspel. We zien geen mens aan het werk, maar een mens aan het leven.

De Amerikanen zijn vertrokken, maar het gebouw ademt in alles nog het land. De slotjes op de toiletten, volstrekt Amerikaans, evenals de vale tapijttegels, de draaiende deurknoppen, de bordjes die wijzen naar de nooduitgang. Twee Hollywood-acteurs, Alec Baldwin en Julianne Moore, lijken er ook op hun plek. Ze treden op in de video Love Story van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Candice Breitz (1972), maar wanneer je Baldwin hoort zeggen: ‘De overheid kon mijn mensenrechten niet waarborgen’, en Moore ziet zuchten voordat ze zegt: ‘Ik werd geconfronteerd met geweld. Geweld dat me dwong om India te verlaten’, lijkt er iets niet te kloppen. Ze spelen een rol, maar niet een rol die bij hen past, en je ziet ze ermee worstelen. Op een imposante reeks beeldschermen, even verderop, komen de gevluchte mensen aan het woord wier verhaal zij vertellen. Voor hen is het echt.

Breitz toonde Love Story op de Biënnale van Venetië in 2017, toen zij Zuid-Afrika vertegenwoordigde. Een ontdekking in deze tentoonstelling is een ouder videowerk, Factum (2010), in de kantoorruimtes op de eerste verdieping. Sommige kamers hebben een smal raam in de muur, een doorkijkje vanuit een belendende ruimte. Verhalen werden hier verteld, argumenten overlegd, beslissingen genomen. Nu klinken er opnieuw stemmen: Breitz interviewde eeneiige tweelingen, en een drieling, los van elkaar. Wat zij te zeggen hebben, de kleine verschillen in herinnering, de grote verschillen van mening, afkomstig uit wat lijkt een en dezelfde persoon, is niet minder dan een ode aan de menselijkheid.


Voorde volledige programmering, met ook Turner Prize-winnaar Assemble, zie westdenhaag.nl