H.J.A. Hofland

Stemmen in de hypermacht

New York, 4 november. Na een half jaar terug in de hypermacht. Met de lading mensenvlees van nog twee Boeing 747’s, in dezelfde vijf minuten aangekomen, door de eerste paspoortcontrole, dan in een lange gang onverhoeds de tweede, daarna aan het loket de officiële, gevolgd door de controle van de douane en ten slotte in de rij voor de taxi. Er moeten bij elkaar een mens of duizend worden verwerkt. Dat duurt niet langer dan een uur. Al die controleuses en controleurs zijn professioneel nors maar beleefd. Dat schiet op. Af en toe kijk ik eens om me heen. Er zijn wel reizigers die op een terrorist zouden kunnen lijken, maar aan de andere kant: wie eigenlijk niet in deze moderniteit? Ik vraag me af: is dit een land in oorlog? Niets van te merken.

De eerste die ik spreek is mijn oude vriend J.W., New Yorker, liberaal, jood, met zijn hart in Israël maar geen vriend van Sharon. «Wat is er bij jullie aan de hand?» vraagt hij bezorgd. Ik leg het hem uit. «Ja», zegt hij. «Maar wij hebben die man uit Texas.» En hij vertelt over de beul in dezelfde staat, die nu voorbereidingen treft om een krankzinnig verklaarde man ter dood te brengen. En dan was er die sluipschutter in Washington. Maar in New York is alles rustig. We gaan even naar de Mullen’s Pub, waar je nog mag roken. Morgen zijn de verkiezingen. Hij ziet de toekomst met zorg tegemoet.

Tot zo ver deze impressies van een aankomst. Als altijd ontdek ik dat Amerika anders is, niet hier of daar een beetje verschillend van West-Europa, maar wezenlijk, kwalitatief anders. Wij stellen ons voor dat de aanstaande oorlog tegen Irak met het uitsturen van misschien een paar honderdduizend soldaten, bombardementen, onvoorziene gevolgen, het grote thema van deze verkiezingen is. Nee, het is opnieuw de economie. Oorlogsleider Bush die aan het begin van het jaar in de enquêtes gemiddeld tachtig procent bijval kreeg voor de manier waarop hij zijn werk deed, heeft kostbare veren moeten laten. Dat komt door de econoom Bush, die maar zestig procent krijgt.

Als het gaat om het vertrouwen in het economisch beleid, winnen de Democraten met 49 procent het van de Republikeinen die 46 procent halen. Dat is dan het resultaat van een algemene enquête. Bij de geregistreerde kiezers is het 50 tegen 41. De kandidaten praten nog wel over Saddam en de oorlog. De kiezers willen weten wat ze van Enron, de hypotheekrente en de gezondheidszorg vinden. De oorlogen zijn naar het derde plan verhuisd.

In de attack ads maken de kandidaten elkaar zwart. Als ze het op zo’n manier in Nederland zouden doen, waren de demoniseringskortgedingen niet van de lucht. Hier zapt het publiek deze creativiteit weg. Zie je wel, allemaal één pot nat, zegt de gewone man. De Democraten hebben deze keer 170 miljoen dollar aan hun campagnes uitgegeven, de Republikeinen 303 miljoen. Toch wordt verwacht dat maar veertig procent zal komen opdagen, en dat de landelijke krachtsverhoudingen — in het totaal geteld — niet veel zullen veranderen. Het blijft ongeveer vijftig-vijftig.

William Safire, ultraconservatief columnist van The N ew York Times, heeft er een mooi stuk over geschreven. Hoe krijg je de luie burgerij naar de stembus? Maak stemmen gemakkelijker, per brief, e-mail. Maak het verplicht, zoals in Irak. Beloon het, door iedereen in ruil voor het gedeponeerde stembiljet een belastingverlaging van honderd dollar te geven. Sluit op de verkiezingsdag alle bioscopen, Disneylanden, warenhuizen, winkelboulevards, opiumkits, sporthallen. Maak er een antihedonistische gebeurtenis, een evenement van! Een bedreiging van de democratie vraagt om draconische maatregelen!

Hier slaat Safire de spijker op de kop, misschien nog harder dan hij denkt. Want een uitslag die dicht bij de vijftig-vijftig ligt, geeft geen mandaat aan een bewind dat een radicaal programma heeft — links of rechts, dat maakt formeel geen verschil. En toch wordt deze regering door radicalisme op alle fronten bij elkaar gehouden. Winnen de Republikeinen de meerderheid in de Senaat, dan zal dat gevolgen hebben voor de benoemingen van de rechters. Dat betekent in het Amerikaanse systeem een mogelijkheid tot jurisprudentie die in dit geval gevolgen kan hebben op het gebied van abortus, beheer van het milieu, en bevoegdheden van veiligheidsambtenaren — zaken die hoog op de conservatieve agenda staan. Dan komen ook de voorbereidingen tot de oorlog weer in de publiciteit.

Op het ogenblik dat ik dit schrijf, wordt het publiek bedolven onder speculaties. Met marginale verschillen komt het allemaal neer op een vijftig-vijftig. Een opkomst van minder dan de helft, met een meerderheid die nadert tot de kleinst mogelijke, is voor president Bush en de zijnen voldoende voor de voortzetting van de conservatieve revolutie, in Amerika en de wereld. Dat is de conclusie van Safires redenering. De conclusie die hij niet trekt. Ik heb hem daarover een mailtje gestuurd, safire@nytimes.com. Als hij antwoordt, laat ik het u weten.