De grondwet van de dictatuur Egypte

Stemmen in een politiestaat

De Egyptische regering orkestreerde een referendum over een serie wijzigingen van de grondwet, waardoor het land nu ook wettelijk een dictatuur geworden is. Alles om het islamitische gevaar af te wenden.

De uitkomst stond al vast, maar om de schijn van democratie hoog te houden, organiseerde de Egyptische regering een referendum over 34 amendementen op de grondwet, die van Egypte een ‘democratisch en modern’ land moeten maken. Democratisch en modern zijn de gebruikelijke krachttermen die in Egypte worden ingezet om de macht van de staat te vergroten, maar als de overheid iets wil, blijft het niet bij woorden. Bussen met ambtenaren werden naar de stembureaus gebracht, waar ze onder begeleiding van de regeringspartij hun stem mochten uitbrengen. De meesten hadden nauwelijks een idee waar het referendum over ging. Het ambtenarentransport was geen overbodige maatregel van het regime. Dat blijkt uit de officieuze schatting van de opkomst: twee tot vijf procent. De regeringspartij ndp sprak over een opkomst van 20 tot 29 procent, het percentage dat de partij tevoren als doel had gesteld. De meerderheid van de Egyptenaren – stemmers en niet-stemmers – weet al lang dat stemmen geen enkele zin heeft. In het dichtstbevolkte land van het Midden-Oosten is de algemeen geaccepteerde wijsheid dat de regering toch altijd haar zin krijgt, en dat is al decennia zo. Maar deze keer waren het niet alleen de gewone burgers die zich deze fatalistische houding aanmaten; ook de oppositiepartijen, zowel seculier als religieus, zagen geen enkele mogelijkheid om de amendementen tegen te houden. Na een plotseling besluit van het door de ndp gedomineerde parlement om het referendum een week eerder te houden dan gepland, was er niet eens tijd voor een campagne voor de oppositie. Men kon alleen een boycot afkondigen.

De grondwet voorziet in een toename van de wereldlijke macht, met meer bevoegdheden voor de president om het parlement te ontbinden, en ook in een definitieve plaats voor religie in het politieke systeem: alle politieke partijen op basis van godsdienst worden verboden. Daarmee neutraliseert het regime definitief haar grootste concurrent, de Moslimbroederschap. Door als onafhankelijke kandidaten mee te doen aan de parlementsverkiezingen van 2005 wonnen de Moslimbroeders een vijfde van de zetels. De kans om ooit mee te doen als partij is nu van de baan. Dat wil overigens niet zeggen dat Egypte een seculiere staat is geworden. Zo is tot onvrede van veel Koptische christenen artikel 2 ongewijzigd gelaten. Dat schrijft de sharia, de islamitische wet, als principiële rechtsbron voor.

In Egypte controleert de staat de religie. Al-Azhar, het oudste en meest prestigieuze religieuze instituut in de soennitische wereld, is onderdeel van de staat en verantwoordelijk voor de juiste interpretatie van de islam zoals die in de honderdduizend staatsmoskeeën mag worden verkondigd. Formeel dient Al-Azhar zich verre te houden van politiek, maar op alle religieuze zaken heeft het in Egypte een monopolie. Het instituut wordt in toenemende mate ingezet om de groeiende religieuze gevoelens van de Egyptenaren te accommoderen en zo het politieke gewicht daarvan te neutraliseren.

Wie in Egypte vindt dat religie zich nog sterker in de politiek zou moeten mengen staat nog wat te wachten. Vanaf deze week kan de overheid met een beroep op de constitutie burgers zonder opgaaf van redenen onderwerpen aan een lange lijst van repressieve maatregelen. Niet alleen kan iedereen worden opgepakt, afgeluisterd of voor onbepaalde tijd opgesloten, het regime heeft nu de grondwettelijke mogelijkheid om af te zien van een eerlijk proces. De president kan elke zaak verwijzen naar een militair tribunaal. Dat voorziet niet in de mogelijkheid van beroep of juridische bijstand. Alleen op de dag van het proces krijgt een advocaat zijn cliënt en de processtukken onder ogen.

De overheid stelt dat de amendementen in feite weinig veranderen. In de noodwetgeving, die sinds de moord door islamitische fundamentalisten op president Sadat in 1981 van kracht is, waren de repressieve maatregelen al lang praktijk. Onder de noodwet werden inderdaad honderdduizenden mensen van religieuze én seculiere oppositiepartijen opgepakt en tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Het referendum heeft die juridisch onzekere situatie nu tot constitutioneel recht gepromoveerd.

Volgens de overheid waren de amendementen nodig om zich te verweren tegen het islamitische gevaar. In de aanloop naar het referendum werden driehonderd Moslimbroeders opgepakt, onder wie enkele partijprominenten. Ook experimenteerde de regering met het bevriezen van de bankrekeningen van aan de Broederschap gelieerde zakenmannen, een nieuwe manier om haar belangrijkste politieke rivalen te dwarsbomen. Het militaire tribunaal werd enkele maanden geleden al uit de kast gehaald voor de berechting van leden van de islamitische beweging, die het regeringsgeweld lijdzaam ondergaat sinds ze in de jaren zeventig het gewapend verzet afzwoer.

Wél kraakvers is het nieuwe artikel 88 dat het rechterlijke toezicht op de verkiezingen opheft. De rechterlijke macht, het enige instituut dat nog het vertrouwen van het volk geniet, leidde een jaar geleden het protest tegen de frauduleuze parlementsverkiezingen. Het ‘staatsondermijnende effect’ van de kritische rapporten die de rechters opstelden is nu tenietgedaan: een ‘commissie van toezicht’, waarvan de leden worden geselecteerd door de overheid, zal de taak van de rechters overnemen.

Een ander amendement geeft, volgens de overheid, juist blijk van haar democratische gezindheid. Het nieuwe artikel 82 voorziet in de overdracht van de macht van de president, mocht de 78-jarige Moebarak niet meer beschikbaar zijn. In de 26 jaar dat hij aan de macht is heeft Moebarak nooit een vice-president aangesteld die zijn taken (volgens de constitutie) zou moeten kunnen waarnemen. Het nieuwe artikel voorziet in de mogelijkheid dat de premier zich de rol van vice-president kan toe-eigenen. Maar omdat de regeringspartij de premier blijft kiezen maakt de nieuwe constitutie het in feite relatief eenvoudig voor Moebaraks zoon Gamal om zijn vader op te volgen. Gamal is de huidige voorzitter van de politieke commissie van de ndp en leidde persoonlijk vanuit zijn ‘war room’ de referendumcampagne.

Een persconferentie van Moebarak II werd handig getimed op het moment dat elders een demonstratie tegen de grondwetswijzigingen plaatsvond. Veel journalisten konden daardoor geen getuige zijn van het geweld dat duizenden soldaten tegen het kleine groepje demonstranten gebruikten. Van de cameramannen die erin slagen om het geweld vast te leggen, wordt stelselmatig de apparatuur vernield, of, sinds de politie doorheeft hoe een digitale camera werkt, de kaart gewist. Arrestanten worden niet in de cel gegooid, maar de hele nacht in de politiebus vastgehouden en ’s ochtends gedumpt in de woestijn.

Wie te boek staat als ‘politiek actief’ ondervindt daarvan de gevolgen. Je ontvangt anonieme telefoontjes in de nacht, waarbij de dreigementen afwisselend op agressieve of op beleefde toon worden gemaakt. Je huis kan elk moment worden doorzocht op documenten of spullen waarmee je gechanteerd kunt worden; je kunt worden afgeluisterd, gevolgd, je familie wordt lastiggevallen en je bedrijf kapotgemaakt. Mensen die volharden in hun activisme worden tot voorbeeld gemaakt, zo ondervinden dagelijks de rechters, journalisten, bloggers en oppositieleden die zich tegen de overheid durven uit te spreken. Zelfs degenen die zich geen zorgen hoeven te maken waar hun dagelijkse maaltijd vandaan komt, kunnen het zich niet permitteren om zichzelf en hun familie bloot te stellen aan de terreur van het regime.

Het regime heeft zo de oppositie klein gekregen. Kefaya, de overkoepelende protestbeweging die rond de verkiezingen van 2005 tientallen acties organiseerde en tienduizenden mensen via het internet mobiliseerde om ‘kefaya’ – genoeg – te zeggen, is het afgelopen jaar een stille dood gestorven. De liberale Ghad-partij kan zonder haar oprichter, Ayman Nour, geen vuist meer maken. Nour, enkele jaren geleden het gezicht van de seculiere oppositie, werd in 2004 veroordeeld wegens het vermeende vervalsen van de handtekeningen die nodig zijn om in Egypte een partij te beginnen. Hij zit nog steeds vast. Bij het wekelijkse protest tegen zijn opsluiting omringen honderden agenten het hoofdkantoor van politie. Het aantal demonstranten dat vanaf de balkons (want op straat demonstreren is strafbaar) de overheid bekritiseert, is gekrompen tot een twintigtal.

Met absolute controle in eigen land is de internationale reputatie het enige waar het Egyptische regime zich nog zorgen over maakt. Dat ze gevoelig is voor die reputatie blijkt keer op keer uit de felle reacties op kritische berichtgeving in de internationale pers. Begrijpelijk, want de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen is de achilleshiel van het regime. Op enkele ngo’s na hield de internationale gemeenschap zich stil. Alleen Condoleezza Rice, toevallig in het land, meldde in diplomatieke termen dat sommige van de amendementen niet helemaal overeenkwamen met hoe de Amerikaanse overheid de democratisering van het Midden-Oosten voor ogen heeft, maar nam dit vervolgens weer terug. Uit Europa geen woord. Niet over democratie, niet over mensenrechten, en niet over de mogelijke gevolgen voor terrorisme en immigratie.