Toneel

Stemmen uit een graf

TONEEL Ulrike Maria Stuart

Het jaar 2006 was ook een beetje het jaar van Ulrike Meinhof. De Oostenrijkse Nobelprijswinnaar Elfriede Jelinek schreef een tekst over de haat-liefderelatie tussen de raf-vrouwen Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin (de vrouw die één jaar na Meinhof in Stammheim stierf). Jelinek koppelde die verhouding aan het historische koninginnedrama tussen Elisabeth I van Engeland en Mary Queen of Scotland uit de zestiende eeuw, zoals beschreven in Maria Stuart van Schiller. Het Thalia Theater Hamburg bracht deze tekst afgelopen najaar in wereldpremière, regie: Nicolas Stemann. Een merkwaardige en gedenkwaardige voorstelling.

Elfriede Jelinek (1946), hier zelden gespeeld, schrijft toneelteksten zonder plot, zonder verhaallijn, zonder personages. Haar karakters lijken eerder stemmen uit een graf dan personen die nog met elkaar in gesprek zijn. Ze doen niet eens een poging meer. Het gesprek is reeds lang afgesloten. Jelinek is Thomas Bernhard voorbij, Heiner Müller zeer nabij. Spookfiguren dwalen tussen de zerken op het kerkhof van de Duitse taal, sirenen die de laatste echo’s van de Teutoonse geschiedenis verklanken. Als regisseur heb je voor de teksten van Jelinek sterke zenuwen en een grote verbeeldingskracht nodig. Regisseur Stemann (1968) verstaat de taal en is moedig genoeg om de containers tekst brutaal naar zijn hand te zetten. Want: wat zien we in Hamburg? Een voorstelling die maar niet wil beginnen en die uiteindelijk ook van geen ophouden weet.

Om te beginnen wordt de opkomst van de raf-terroristes respectievelijk de kijvende vorstinnen almaar uitgesteld. Zo begint de voorstelling met door jongens gespeelde prinsesjes die in een toren zijn opgesloten – verwijzing naar zowel de beruchte Tower in Londen als naar de trainingskampen in Jemen en Libië, waar de kinderen van raf-moeders in terechtkwamen. Als Meinhof en Ensslin dan uiteindelijk verschijnen, krijgen we ze meteen in duplo, of liever in triplo. Als zichzelf in de jaren zeventig, strak in de jeans, met pruiken en zonnebrillen. Als zichzelf nu – stel dat ze tijd van leven hadden gehad –, gepensioneerde, kwebbelende besjes in een Altersheim voor terreuruitvaagsel. En als Elisabeth I (Ensslin) en Maria Stuart (Meinhof).

Jelinek mengt handig teksten van Schiller met (eveneens in blanke verzen geschreven) teksten van de raf. Want – zo luidt de ondertiteling van Jelineks gemonologiseerde toneelmanifest – die raf-mensen hadden ideologisch natuurlijk het grootste gelijk van de viskar, zeker als ze het hadden over ex-nazi’s met hoge posten in de politiek en in het financieel-militair-industrieel complex, om in de termen van de jaren zeventig van de vorige eeuw te blijven. Alleen hun middelen waren bespottelijk.

Om zulks te illustreren is een stukje vochtige publieksparticipatie in de voorstelling voorzien. Grote mannen uit de actuele politieke en financiële wereld zijn levensgroot in bordkarton geschilderd en uitgezaagd, er worden waterbommetjes uitgedeeld, de eerste rijen krijgen beschermende plastic hoezen uitgedeeld (de rockband pakt het instrumentarium voor alle zekerheid in), en dan is het prijsgooien tegen de elite, waar het Hamburgse publiek zich overigens gaarne toe laat verleiden.

De mannen komen er in Jelineks vertelling sowieso slecht vanaf. Met name de macho raf’er Andreas Baader, die zijn heksjes in de club consequent aanduidde als Fotze (wat zowel hoer als kut betekent). Hetgeen de regisseur ertoe verleidde om enkele teksten van de ruziënde raf-hoeren te laten spelen door de twee raf-meisjes verpakt in menshoge vagina’s.

Een half uur voor het eind begint het Grote Sterven dat geen einde kent: de zelf(?)verhanging van Ulrike Meinhof. Als ze uiteindelijk hangt, hoog in de toneelopening, komt Elfriede Jelinek zelf op de begrafenis spreken: een travestie-act van hoog niveau, in perfect zing-zangerig Oostenrijks, de avond dat ik er was gespeeld door de regisseur zelf, als Plaatsvervanger op Aarde van de Bergkoningin der Wereldliteratuur. Donkerslag. Doek.

De Hamburgse zaal (geheel uitverkocht) stond daarna zo’n tien minuten op zijn kop. Deze kaaskop keek er met enige verbazing naar. Maar, toegegeven, dit soort politieke horror-vaudeville (ze hebben er zelfs de term Grusical voor uitgevonden) kan echt alleen in Duitsland.

Thalia Theater Hamburg: Ulrike Maria Stuart_. Volgende uitvoering: 22 januari._

www.thalia-theater.de