Televisie - Podium Witteman

Stemmenweefsel

We keken half naar de opening van het Bosch-jaar in de Sint Jan. Na toespraken van bisschop en burgemeester verschenen acht zangers rond een lessenaar. Bij de eerste klanken zakte de krant op schoot.

Medium tv

Ongelooflijk stemmenweefsel. Renaissance, zoveel leek zeker. Zuidelijk-Nederlands, gokte ik. Obrecht, Desprez? Zevenenhalve minuut later, voelend als een eeuwigheidje, was het afgelopen, keken we elkaar aan en zagen ontroering. Verrassend: mijn vrouw is meer van boek dan van klank; en ik van Monteverdi en tijdgenoten, maar niet op voorhand van een ‘kale’ mis van een eeuw daarvoor. Maar het was ‘hemels’. En ik besefte (open deur) dat eeuwenlang de kerk niet alleen de enige plek was waar mensen de hemel konden zien, maar ook waar ze die konden horen.

Het bleek het Sanctus uit de Missa cum joconditate van Pierre de la Rue (ook wel Pieter van Straeten), gezongen door Cappella Pratensis. Zowel die Kortrijker componist als het hedendaagse koor werkte/werkt in Den Bosch. Sterker, Pierre en Jeroen moeten elkaar gekend hebben. Waar het me om gaat is het geluk dat besloten ligt in een toevallige ontmoeting met een kunstwerk dat je niet kent. Op plaats en tijd waar je dat niet verwacht. Ik heb uiteraard cd’s en beluister incidenteel iets. Soms treedt de ontroering van het vertrouwde op; soms hoor je het zelfs zoals je het nooit eerder hoorde (jij bent veranderd, de uitvoering niet). Maar het aardige van radio is dat je, door hem aan te zetten, midden in iets valt en zomaar bij je lurven gegrepen kunt worden door het onbekende, ongehoorde. Dan weet je dat je nog niet dood bent.

De la Rue had op televisie dat effect, misschien ook door de setting en door knappe animaties van tot leven gebrachte Bosch-figuren – maar toch vooral door muziek en volmaakte live-uitvoering. Lange opmaat voor een hernieuwde ode aan Podium Witteman dat alleen maar beter wordt. Want daar, in dat malle mozaïekprogramma dat nauwelijks ‘genrescheiding’ kent, al blijft ‘klassiek’ de hoofdmoot, gebeurt het regelmatig dat je naast sublieme uitvoeringen van wat je al kent niet alleen onbekend, indrukwekkend werk hoort uit de klassieke hoek, maar ook verrast of geroerd wordt door genres waarvan je dacht dat het de jouwe niet waren.

Het adagium ‘je hebt alleen maar goede en slechte muziek’ geldt daar voluit – door invulling met bijna louter topmuziek uit letterlijk alle hoeken en gaten. De gasten worden steeds vermaarder (Alexandre Tharaud, Menahem Pressler, Anne Sophie von Otter). En de niet-vermaarden blijken geweldig. Lucas Jussen speelt Peter Schat en stijgt nog in achting. Daria van den Bercken speelt na haar verrassende Händel ook fabelachtig Mozart. Witteman is vrolijker en meer ontspannen dan waar hij ook eerder was. Jonge hond Floris Kortie met weetjes en spelletjes is gegroeid. Huisband Fuse is geweldig. En Mike Boddé zou ik graag in een doosje willen doen.

Toen ging ik naar Bosch. En zag van een navolger De bespotting van Job. Job is een beroerd geschilderd naakt mannetje met builen. Naast hem een knap geschilderd orkestje. Hobo, trompet. En een ezelskinnebak bespannen met snaren waarop vrolijk wordt gefiedeld. Hoonmuziek. Weer een onverwachte sensatie.


Podium Witteman, NTR, zondags, NPO 2, 18.10 uur. Opening van het Bosch-jaar op uitzendinggemist.nl

Beeld: Paul Witteman en Mike Boddé in Podium Witteman (Jean Pierre Heijmans)