Stemmingen

Incest. Het is een veel te hard en akelig etiket om op De misdaad van Arbélina, de vijfde roman van de Frans-Russische schrijver Andreï Makine, te plakken. Het woord wordt in het boek ook maar één keer genoemd. Daarna wordt het meteen schielijk weggeduwd. Incest, de personages willen zelf niet eens onder ogen zien dat het plaatsvindt. En toch is incest, hoe voorzichtig en omzichtig er ook over wordt geschreven, het voornaamste thema van de roman.

Het boek begint argeloos. Op een kerkhof waar Russische ballingen begraven liggen, leidt een reusachtige grijsaard mensen rond. Hij vertelt de levensgeschiedenissen van de namen die in de grafstenen staan gebeiteld. Een jongeman vraagt naar het verhaal van een vrouwennaam, en vervolgens verschuift het perspectief en wordt de geschiedenis van Olga Arbélina vertelt, een Russische prinses die haar land ontvluchtte toen daar de revolutie uitbrak. Dan wordt het ook opeens raadselachtig en spannend. Er is sprake van een moord - of was het een ongeluk? De natte, half ontklede Olga is aan de oever van de rivier gevonden, naast haar ligt een dode man, een oud-officier van het Witte Leger. Hadden die twee een liefdesrelatie? Weer wordt er een sprong in de tijd gemaakt. Olga ondergaat in Parijs een clandestiene abortus. Ze begrijpt niet hoe ze zwanger kan zijn. Ze blijkt in Villier-la-Forêt te wonen, een miezerig dorpje onder de rook van Parijs, waar een aantal bejaarde Russische emigrées in een oude brouwerij zijn gevestigd. Zij woont daar met haar zoon, die aan een typisch Russische kwaal lijdt, bloederziekte. Heel mooi wordt het desolate gehucht geschilderd, waar de ballingen stil staan in de tijd. Hun ziel is nog in moedertje Rus land. En ontroerend wordt Olga’s angst voor de ziekte van haar zoon beschreven. Haar nauwlettend oog voor elk schrammetje, voor elke zwelling, voor elk ding in en om huis dat een bloeding kan veroorzaken. En dan blijkt het langzaam maar zeker om incest te gaan. De zoon doet ’s nachts heimelijk een slaapmiddel in de thee van zijn moeder. Als zij bijkans bewusteloos is, ‘bezoekt’ hij haar. Als zij hem betrapt als hij met een poedertje boven het koperen theepannetje staat, valt alles langzaam maar zeker om zijn plaats. De schichtigheid van de jongen. Haar bodemloze slaap. De onverklaarbare zwangerschap. In De misdaad van Arbélina gaat het vooral om het langzaam maar zeker. Makine laat de lezer in het hoofd van Olga kruipen, en zo is die deelgenoot van de emotionele bewegingen die een mens in zo'n geval maakt. Het zijn vooral omtrekkende bewegingen. Op de flits van inzicht volgt ontkenning. Naast walging en afschuw staat toegeeflijkheid. Zij is per slot van rekening de eerste en waarschijnlijk laatste liefde van haar zoon - oud wordt hij niet. In het hoofd zit een spottende, agressieve stem, door Olga 'klein kreng’ genoemd, die haar ongezouten zelfkritiek geeft. Maar er zijn weer andere krachten in haar die die stem naar de achtergrond duwen. Juist die subtiel beschreven gemoedsbewegingen maken De misdaad van Arbélina tot een goed boek. En Makine’s aandacht voor details. In die aandacht leeft hij zich niet uit in mooischrijverij - de details zijn tekenend voor het verglijden van Olga’s blik die dat hele erge niet wil zien. Bovendien zadelt het boek de lezer met een moreel dilemma op, en ook dat is een kwaliteit.