Stemrecht in een ver land

Medium in het nieuws 16 2017 stemrecht

Onlangs sprak ik in de Tweede Kamer een man die in Den Haag woont, veel in Londen is voor zijn werk, Nederlands spreekt met een Zuid-Afrikaans accent omdat hij daar op jonge leeftijd met zijn ouders naartoe is verhuisd, en in Ierland is geboren. Het was kort na de verkiezingen in Nederland en ik vroeg hem of hij hier had mogen stemmen. Zijn antwoord was nee, want hij is Ier, dat wil zeggen, hij heeft een Iers paspoort. Zijn kinderen, hoewel die daar nooit gewoond hebben, ook.

We praatten daarover verder en eindigden ons gesprek met de constatering dat het op z’n minst verbazing zou moeten wekken dat mensen mogen stemmen in een land waar ze in het dagelijks leven geen binding mee hebben. Ze wonen er niet, bemoeien zich er niet met hun straat, hun buren, de scholen, de gemeentepolitiek, betalen er meestal geen belasting, allemaal zaken die je binden aan de samenleving waar je deel van uitmaakt.

Hoeveel paspoorten zou de Zuid-Afrikaanse, Engelse, Nederlandse Ier moeten hebben?

Praten over stemrecht is een gevoelig onderwerp. Binnen de kortste keren, zo merk ik nu ik het onderwerp vaker aansnijd, word je ervan beschuldigd dat het je alleen om de Turkse of Marokkaanse Nederlanders te doen zou zijn. Het recente Turkse referendum over een presidentieel stelsel maakt het hebben van stemrecht in een land waar je niet woont inderdaad een actueel onderwerp. In een discussie met twee jonge Turks-Nederlandse Hagenaars vroeg ik onlangs hoe ze het zouden vinden als Nederlanders die al heel lang in Australië wonen met hun stemrecht zouden kunnen bewerkstelligen dat de pvv van Geert Wilders hier de grootste partij wordt. Niet leuk, zeiden ze, maar ook: zou vreemd zijn.

Het gaat in de huidige, steeds kleiner wordende wereld om grote groepen mensen van heel verschillende herkomst die naar andere landen verhuizen en toch na decennia nog stemrecht hebben in het land waar ze ooit geboren zijn of zelfs dat niet. In de politieke discussie gaat het dan vaak over dubbele nationaliteiten en dubbele paspoorten, maar niet over het stemrecht dat daaruit voortvloeit.

Toen oud-cda-minister Ernst Hirsch Ballin enkele jaren geleden aan de Universiteit van Amsterdam zijn oratie hield, verbond hij de dubbele nationaliteit aan de erkenning dat mensen geen enkelvoudige identiteit hebben. Dat laatste is helemaal waar, maar identiteit en paspoort zijn toch niet hetzelfde? Hoeveel paspoorten zou de Zuid-Afrikaanse, Engelse, Nederlandse Ier dan wel niet moeten hebben? Bij zijn uitleg tijdens een lezing in de Eerste Kamer op een later tijdstip betoogde Hirsch Ballin dat het recht op een tweede paspoort uit het land van aankomst volgens hem voortvloeit uit het je verbonden voelen met dat nieuwe, andere land en de plaats en de buurt waar je daar woont. Het tweede paspoort zou de integratie in het land van aankomst kunnen bevorderen.

Maar als een paspoort voortvloeit uit actieve verbondenheid met je leefomgeving, is die actieve verbondenheid er dan eigenlijk wel met het land, de plaats en buurt waar je mogelijk al dertig jaar weg bent of niet eens ooit hebt gewoond, gespeeld en naar school bent gegaan? Waarom zouden mensen mogen stemmen en daarmee invloed hebben in een land waar ze zich verder niet voor inzetten en meestal ook niet meebetalen aan de voorzieningen? Het is een heikel onderwerp, dat echter niet uit angst voor extreem-rechts links mag blijven liggen.