Stephan derrick

EIGENLIJK IS de Krimi-serie Derrick vooral beroemd om wat ze niet is. Spanning is er bijvoorbeeld ver te zoeken; de serie staat erom bekend dat zelfs beginnende kijkers al na twintig minuten weten wie de moordenaar is. Geweld? Oberinspektor Stephan Derrick hoeft er zelden naar te grijpen. (Voor de statistici: in tweehonderdvijftig afleveringen heeft Derrick veertien maal zijn dienstpistool getrokken en negen keer heeft hij de mouwen van zijn smetteloze maatpak moeten opstropen voor een handgemeen.) Achtervolgingsscènes? Doldrieste autoritten? Agenten die de deur van het huis van de misdadiger forceren? Een verhoor op het scherpst van de snede? Al die ingrediënten die van een politieserie een politieserie maken, zijn in Derrick ver te zoeken.

Derrick is bedaagd en bedaard. Het tempo van de serie lijkt vanaf de eerste aflevering in 1974 met het stijgen van de leeftijd van de Oberinspektor alleen maar trager te zijn geworden. In Derrick kun je nog zien hoe de rechercheurs bij criminelen aanbellen en keurig wachten tot de deur wordt geopend. Ze worden op de rug gefilmd: als kijker wacht je geduldig met ze mee. In Derrick is de tijd van stroop. Het leven in de serie wordt in slow motion geleefd. De wereld is overzichtelijk als een huiskamer.
De dingen lijken er nauwelijks te veranderen. Het is niet waar, maar toch lijkt het alsof Derrick al meer dan twintig jaar precies dezelfde foute bril met zwaar montuur en getinte glazen op heeft. Het is niet waar, maar toch denk je dat Derricks adjudant Harry Klein nog steeds precies dezelfde foute overhemden draagt en de kragen daarvan nog steeds over zijn colbert drapeert.
In ieder geval is het Präsidium waar Derrick de verdachten ontvangt al die tijd onveranderd gebleven. De muren van het kantoor hebben nog altijd dezelfde onbestemde groene kleur. De tafels en stoelen staan er eeuwig op dezelfde plaats, net als de rammelende typemachine die, zo valt te vrezen, nooit door een computer zal worden vervangen. De rechercheurs nemen zelf de telefoon op. De telefoontjes zijn altijd van belang.
Slechts één grote verandering heeft zich voltrokken: ergens in de serie heeft Derrick afstand moeten doen van zijn karakteristieke halflange leren jas. En de BMW is elk jaar van een nieuw model - maar dat is de wil van de sponsor.
EIGENLIJK IS Stephan Derrick een beetje een enge man. Die te bolle, waterige ogen met van die vermoeide kussentjes eronder. Die vlezige lippen en angstwekkend grote tanden. Dat geelgrijze haar dat zo zorgvuldig naar achteren is gekamd (en dat in werkelijkheid een toupetje blijkt te zijn). Die hoge rug en de lichtelijk gekromde schouders die hem iets behoedzaams en gluiperigs geven. Dat gouden horloge dat, naar verluidt, driehonderdduizend mark heeft gekost en dat, naar verluidt, zo goed zichtbaar is omdat zijn linker manchet opzettelijk wat korter is gemaakt.
Hij ziet er, om met Umberto Eco te spreken, uit als ‘een geboren weduwnaar’. Hij heeft geen onderlichaam en geen behoeften, behalve een glas wijn of bier op zijn tijd. Hij woont in een rijtjeshuis, bezit geen televisie en is in zijn spaarzame vrije tijd alleen. Twee keer heeft de Oberinspektor een vriendin gehad in de serie, beide keren ging het niet verder dan de uitwisseling van een vlinderachtige kus. De vrouwen in zijn leven zijn verdachte of vermoorde vrouwen. Maar hij mag dan seksloos zijn, de verdachte vrouwen benadert hij steevast als een wat al te kleffe vader.
Je zou kunnen zeggen dat Derrick een volstrekt kleurloze man is, althans een man zonder in het oog springende eigenschappen. Hij is de vleesgeworden gelijkmatigheid. Altijd is hij hoffelijk, geduldig, beleefd en vol begrip. Volgens Horst Tappert, de acteur die Derrick speelt, past dat helemaal in de definitie die Raymond Chandler in The simple art of murder van de speurder geeft. Die moet een 'lone wolf’ zijn. Ongetrouwd. Zonder eigen leven. Hij moet de duistere kanten van de menselijke psyche kennen, want, zo benadrukt Tappert, moordenaars pak je met je hersenen, niet met spierkracht.
DE VRAAG IS natuurlijk wat Derrick populair maakt. De feiten liegen er niet om: van Bulgarije tot Burkina Faso, van Canada tot Cambodja kennen ze hem. Derrick wordt nagesynchroniseerd in het Arabisch, Chinees, Hindi, Italiaans, Noors en Engels; de serie is in meer dan honderd landen te zien. De redenen van die wereldwijde pulariteit zijn uiteraard niet overal dezelfde. Het schijnt dat de kijkers in China vooral geïnteresseerd zijn in hoe het er met de Duitse welvaart voor staat. Wat voor apparatuur heeft de Duitser in zijn keuken? In wat voor BMW rijdt de Duitser? Lessen in kapitalisme, dat is Derrick voor de Chinees. Soms leidt dat tot rare misverstanden: de Chinezen schijnen te denken dat elke Duitser zijn eigen Harry heeft.
Umberto Eco noemde Derrick een typische held van deze tijd omdat hij de triomf van de middelmaat is. Hij is even middelmatig als de middelmatige kijker, hij treedt op in een middelmatige wereld en lost middelmatige, dat wil zeggen banale moorden op. Daar zit wat in, maar Derrick is niet alleen daarom sussend. Derrick is zo vertrouwd als je eigen huiskamer omdat de serie de eeuwige herhaling van hetzelfde is. Een rituele rondedans om steeds weer dezelfde gebeurtenissen in steeds weer dezelfde volgorde.
Het gaat zo: er wordt een moord gepleegd. Meestal valt de dode in een 'grossbürgerliche’ omgeving, soms gaat het om een vermoorde prostituee. Je krijgt een kijkje in een chique, altijd smakeloze Duitse woonkamer: leren bankstel, hoogpolig tapijt, schemerlampen, veel koper, een buffet met kristallen karaffen. Dan treden Derrick en Harry Klein aan. Op hun dooie gemak praten ze met familieleden en bekenden van het slachtoffer. Ze zitten op kantoor en denken hardop na. Altijd dezelfde vraag van Harry: 'Was denkst du, Stephan?’ Altijd hetzelfde antwoord van Derrick: 'Harry, da stimmt etwas nicht.’ Harry ontvouwt zijn theorie. 'Harry, denk doch mal nach!’ zegt Derrick dan. Derrick arrangeert een ontmoeting met de dader. Vaak begeleidt hij deze naar de plaats van de moord. Voor een bekentenis lijkt hij nauwelijks moeite te hoeven doen. Zijn blik is zo treurig en begripvol dat het lijkt of moordenaars spontaan bij hem te biecht willen gaan.
HET WORDT VAAK gezegd: dat is wat Derrick werkelijk sympathiek maakt: zijn existentiële melancholie. In de Krimi gaat het niet om het aloude wie, maar om het waarom. In feite kent Derrick maar drie motieven: hebzucht, jaloezie en wraak. Derrick begrijpt die menselijke, al te menselijke drijfveren. Vaak lijkt het of hij de leugens en draaikonterij van de daders moeilijker te verkroppen vindt dan de moord die ze hebben gepleegd. Eeuwig vermoeid en deemoedig is hij. Arrogantie en hoogmoed zijn hem vreemd. Zou hij daarom de meest geliefde Duitser ter wereld zijn?
Maar zijn fans hebben het helemaal verkeerd gezien. Derrick is wel degelijk arrogant. Maaike Meijer noemde Derrick in Opzij 'een vaderfiguur in de beste zin des woords’. Hij is, betoogde zij, de vervanger van de afwezige vader. Door de afwezigheid van een sterke vaderfiguur is de moord gepleegd; Derrick is de plaatsvervangende vader die de ontspoorde daders op ethiek en verantwoordelijkheid wijst. Hij is zogezegd de vertegenwoordiger van de moraal.
Juist die morele superioriteit maakt Derrick onuitstaanbaar. Hij is geen aardige vaderfiguur, nee, hij is de verzinnebeelding van het paternalisme. Hij staat voor het politieke conservatisme dat is gepreoccupeerd met law and order. Kijk hoe hij vrouwelijke verdachten tegemoet treedt: ingehouden flirtend en superieur. En zie de bevoogdende, haast kleinerende manier waarop hij Harry behandelt. 'Harry, hol’ mal den Wagen’, blijkt de meest gebezigde zin in de serie. Wordt hem met Harry wat te drinken aangeboden, dan zijn ze altijd 'dienstlich’. Harry moet thuisblijven als Derrick een verdachte op een exquis diner trakteert. In nachtclubs stuurt hij Harry het liefst de gang op.
Nu Derrick dit voorjaar zal verdwijnen omdat de bijna vijfenzeventigjarige Tappert met pensioen gaat, zijn er kansen voor Harry. Maar Horst Tappert wil niets weten van een eventuele promotie van zijn adjudant. In alle interviews herhaalt hij het kleinzielig: zonder hem kan Derrick niet meer worden gemaakt, daarvoor is de identificatie met hem te groot. Hij, Tappert, is Derrick. Eindeloos is er de laatste maand gespeculeerd over hoe de Oberinspektor uit de serie zou verdwijnen. Onlangs stond in de krant dat Derrick na al die jaren opklimt in rang. Hij gaat naar Den Haag, naar Europol. Er is een veel beter slot denkbaar: vadermoord. Laat Harry de perfecte moord plegen. In het vervolg mag hij vorm geven aan een eigentijdser speurder.