Stephen hawking

Zijn rol in de sterrenkunde mag inmiddels zijn uitgespeeld, het rolstoelende genie Stephen Hawking spreekt nog altijd tot de verbeelding. Op een recent symposium te Amsterdam over zwarte gaten en supersnaren was hij niet eens uitgenodigd. Hij liet zichzelf op de sprekerslijst zetten. Beleefde devotie was zijn deel.
TEGEN HET HUIDIGE, ongeneeslijke getob over kennis en waarheid steekt de sterrenkunde af als een opgetogen kind. Waar wetenschappers wegkruipen in bescheidenheid en detailstudies, daar huppelen sterrenkundigen blij rond en beloven elkaar tijdens symposia de Allesomvattende, Unificerende Theorie. Ook op het symposium over zwarte gaten en ‘supersnaren’, onlangs in Amsterdam, ontbrak het zelfvertrouwen niet. ‘Over een paar jaar, dan is het zover’, verzekerde een van de sprekers.

Onder de sprekers bevond zich, natuurlijk, de onvermijdelijke Stephen Hawking. Hawking is sinds zijn millionseller Heelal: Een korte geschiedenis van de tijd het gezicht van zijn vak. In televisieprogramma’s en in De Telegraaf wordt hij vaak vergeleken met Einstein. Maar terwijl zijn gigantische IQ hem op astronomische afstand van normale stervelingen plaatst, biedt zijn persoonlijke leven de massamedia genoeg materiaal om hem weer tot menselijke proporties te reduceren. Zo maakt zijn ziekte hem onderwerp van voyeurisme en medelijden, en kwam zijn tweede huwelijk, met zijn verpleegster, wereldwijd op de foto. Hawking is een icoon geworden. In aflevering 252 van Star Trek, The Next Generation speelde hij een potje poker met Einstein en Newton.
De sterrenkunde heeft een patent op excentriekelingen. De elektrisch geladen haardos van Einstein is synoniem voor een brein dat lichtjaren tenietdoet. In Nederland belette de stramheid van Chriet Titulaer hem niet ons mee te nemen naar Pluto en de Andromeda-nevel. Nu heeft het heelal iemand als ambassadeur die is geveld door een verwoestende spierziekte. Scheef weggezakt zit hij in zijn ingewikkelde rolstoel, aan boord een beeldscherm en apparatuur om mee te communiceren. De fractie van zijn motoriek die nog resteert is net voldoende om zijn rolstoel te besturen. Zijn gezicht is vertrokken in een spasmodische grijns maar verder bewegingloos, net als de rest van zijn lichaam. Praten kan hij niet. Eigenlijk is het enige dat op leven wijst zijn Speech-Plus Synthesizer, die alle zinnen op precies dezelfde melodie uitspreekt, waardoor de spreker gehypnotiseerd lijkt.
EEN VERSLAGGEVER van de Sunday Times schreef tien jaar geleden al lichtelijk betoverd: ‘Zijn lichaam is gesloopt en nutteloos, maar zijn geest doorkruist het universum met de grootst mogelijke vrijheid.’ Ook het jongste optreden van Hawking in Amsterdam miste zijn uitwerking niet. 'Dit devote luisteren van de bomvolle, muisstille zaal, dit intense turen naar die roerloze gestalte in een warm spotlight, het bijna tastbare gevoel van geluk dat in de half verduisterde zaal hangt, er past eigenlijk maar één woord voor: dit is een eredienst, een eredienst van de wetenschap’, schreef het universiteitsblad Folia. Hawking is de vleesgeworden intelligentie, het uitlekgewicht van genialiteit.
Hawking doet er alles aan dit beeld te voeden. In zijn bundeltje Einsteins droom uit 1993 staan enkele autobiografische stukken, die lezen als een curriculum vitae. Hij vertelt over zijn vader en moeder, zijn broertje en zusje, maar de glansrollen zijn toch weggelegd voor intelligentietests, proefwerken, tentamens en examens. Op school deed hij het niet geweldig. Toch noemden klasgenootjes hem 'Einstein’, 'dus kennelijk zagen ze wel wat in mij.’ Later in Oxford was hij zelfs aardslui en stak hij, als we hem mogen geloven, geen poot uit. Zijn hele leven wachtte Hawking luchthartig de proefwerken en examens af en iedere keer slaagde hij met klinkend resultaat. Je bent intelligent of je bent het niet. Toen ze hem in Oxford cum laude leken te laten slagen, dreigde hij met vertrek. 'Ik slaagde summa cum laude’, mocht Hawking uiteindelijk optekenen.
Zijn ziekte bracht hierin een dramatische omslag. Hij was 21 toen hij te horen kreeg nog slechts enkele jaren voor de boeg te hebben. Vanaf dat moment was het gedaan met de luiheid en steeg zijn loopbaan met een steile curve. 'Hoewel er een donkere wolk boven mijn toekomst zweefde, merkte ik dat ik meer van het leven genoot dan voordien.’ In 1987 sprak zijn Speech-Plus Synthesizer tot een afgeladen bijeenkomst van de British Motor Neurone Disease Association: 'Ik heb geboft dat mijn toestand veel trager is verslechterd dan doorgaans het geval is. Hieruit blijkt maar dat je de moed mooit mag opgeven.’ Het zijn zulke uitspraken die Hawking een monument van wilskracht maakten.
IN DE JAREN ZEVENTIG trok Hawking internationale aandacht met zijn onderzoek naar het zogeheten 'zwarte gat’. Een zwart gat is een uitgedoofde ster die, bezweken onder zijn eigen zwaartekracht, is gekrompen tot een bol van enkele tientallen kilometers doorsnee. De massa van zo'n gat is zo immens, en ten gevolge daarvan zijn zwaartekracht, dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen. Het enige dat in de transparante kakofonie van de kosmos duidt op een zwart gat is duisternis en stilte. Samen met de wiskundige Penrose stelde Hawking een wiskundige beschrijving op van het ontstaan van zwarte gaten en maakte hij aannemelijk dat het heelal op exact de omgekeerde manier is ontstaan, dus als een explosie, de Oerknal.
De grootste uitdaging waar de sterrenkunde nog steeds voor staat is de vereniging van het hele grote met het superkleine, van Einsteins relativiteitstheorie met de quantummechanica. Hoe verbindt een mens krachten die melkwegstelsels veroorzaken met de kennis over de aller- en allerkleinste deeltjes? Ook hier zette Hawking een belangrijke stap. Zwarte gaten bleken bij nader inzien minder zwart. Hij toonde aan dat het alles opslorpende zwaartekrachtveld zelf weer deeltjes uitstraalt, een bekend proces uit de quantummechanica, waardoor het gat gewoon gehoorzaam bleek aan de wet van behoud van energie. Deze straling werd naar hem vernoemd. De Unificerende Theorie heeft Hawking niet op zijn naam, maar zijn bijdrage aan de afstemming van het oneindig grote op het oneindig kleine is aanzienlijk.
OVER ZWARTE GATEN wordt nog steeds gespeculeerd. Een groot probleem is wat de wetenschappers de 'informatieparadox’ noemen: de essentiële informatie lijkt zich in het zwarte gat samen te ballen, maar tegelijkertijd neemt het verschijnsel vooral informatie tot zich en laat het niks los dan wat Hawking-straling. Hetzelfde gaat op voor de 55-jarige sterrenkundige. Zijn spraakcomputer beschikt slechts over enkele duizenden verschillende woorden - hoe moet hij ooit nieuwe gedachten verwoorden als hij daarvoor het lexicon niet meer heeft? Een opmerkelijke thematische eenheid tussen Hawking en het zwarte gat, maar daar houden de overeenkomsten op.
Een zwart gat moet lijden aan grote eenzaamheid, Hawking heeft geluk gehad. Naast de 24-uurs verzorging staat hem een hofhouding van zorgzame studenten ter beschikking. Hij is een dankbare gast op allerhande podia en altijd zwerft er wel een journalist door zijn huis die, met oog voor saillante details, dit opmerkelijke leven voor de eeuwigheid vastlegt. Roem bezorgde hem de onophoudelijke zonneschijn van aandacht en kostte hem de vrouw met wie hij vóór zijn ziekte was getrouwd. Ze werd stapelgek van al die lui die hun leven binnendrongen. 'Hij staat te veel onder invloed van mensen die iets van hem willen’, riep ze. Bovendien moest haar echtgenoot eens ophouden 'te denken dat hij God is’. Vanuit haar religieuze overtuiging had ze een aversie tegen dat pretentieuze gedoe over de Unificerende Theorie. Niet lang na hun scheiding was daar zijn verpleegster, die hem nu vaak op de foto’s vergezelt.
Hawking is een icoon, maar als sterrenkundige inmiddels passé. Als Hawking zichzelf niet had aangemeld voor het Amsterdamse congres over zwarte gaten, had hij niet op de sprekerslijst geprijkt. Alleen de belangrijke astronomen van dit moment waren uitgenodigd, aldus de organisator. Hawking beseft dat zijn rol in de queeste naar de Unificerende Theorie is uitgespeeld. Ontbrak in de eerste editie van Heelal (1988) de jongste ontdekking van de sterrenkunde, de 'snaartheorie’, nog volledig en bracht die het in Einsteins droom slechts tot een voetnoot, in de onlangs uitgebrachte, herziene editie van zijn bestseller is er al een heel hoofdstuk aan gewijd. In feite nog veel te weinig.
Want ook de bijeenkomst in Amsterdam wees uit dat de toekomst van de Unificerende Theorie is aan de supersnaren, waarbij de benadering via deeltjes is verlaten en ingeruild voor die van immense banen waarlangs krachtvelden werken. Het maakt Hawking waarschijnlijk weinig uit. Dat hij zichzelf moet uitnodigen lijkt hem weinig te deren, dat het 'rolstoel-effect’ hem vervolgens op de sprekerslijst brengt evenmin. Want Hawking is een sterrenkundige die met het heelal zijn eenzaamheid bestrijdt.