Sterke vrouwen

Hoezo ‘het zwakke geslacht’? Reeds eeuwen staan sterke vrouwen aan het roer van grote rijken of machtige bewegingen. In de Groene-eregalerij van sterke vrouwen een selectie van vrouwen die geschiedenis maakten.

Wilhelmina
Of Winston Churchill echt heeft gezegd dat Wilhelmina ‘de enige kerel’ van de Nederlandse regering in oorlogstijd was, zoals een hardnekkige legende wil, valt niet te achterhalen. Vastgesteld moet worden dat de twee elkaar tijdens de gehele oorlog slechts tweemaal hebben gezien, zonder dat het aan beide zijden al te grote indruk maakte. Wat onverlet laat dat Wilhelmina in Londen alleen al fysiek een heel wat imposantere verschijning was dan ministers als Van Kleffens of Gerbrandy. Flamboyant, zeer van zichzelf vervuld, ervan overtuigd een werktuig van goddelijke voorzienigheid te zijn, hield Wilhelmina 58 jaar stand op de Nederlandse troon, eerst als kind-koningin, met het bereiken der meerderjarigheid in 1898 in volle majesteitelijke glorie.
Ze heerste met harde hand, in de eerste plaats over echtgenoot Hendrik. 'Het bleek dat ze met een ijzeren stok heerste over haar dikke, zware, saaie echtgenoot. Hij leidde een verschrikkelijk leven’, schreef de Amerikaanse president Theodore Roosevelt na een bezoek aan het Nederlandse koningspaar in 1912. 'Toen we opstonden van de eettafel zei de koningin tegen hem: “Neem meneer Roosevelt naar je kamer.” Hij verstond niet wat ze zei, draaide zich met open mond om en vroeg wat er aan de hand was; waarop zij gelijk haar geduld verloor, rood werd in haar gezicht en bijna stampte met haar voeten, en naar hem snauwde: “Ik zei: Neem meneer Roosevelt naar je kamer!” waarop hij me in somber zwijgen voorging naar zijn kamer.’
Wilhelmina duldde geen tegenspraak. Het best kon ze het vinden met robuuste vechtjassen uit de legertop, van Van Heutsz en Colijn tot marine-minister Rambonnet - de laatste werd in vooroorlogs Den Haag zelfs als haar geheime minnaar getipt. Haar amazone-achtige aandriften kon ze pas echt kwijt tijdens haar vijfjarige verblijf in Engeland, waar ze als een ware krijgster haar finest hour beleefde. 'Sla de mof op z'n kop’, hield ze haar onderdanen aan gene zijde van de Noordzee voor. Keihard was de teleurstelling toen bleek dat haar plannen voor een krachtdadig autocratisch bestuur in herrijzend Nederland, met haarzelf als charismatisch middelpunt, niet overal even geestdriftig werden verwelkomd. Gerbrandy overwoog samen met schoonzoon Bernhard nog over te gaan tot een staatsgreep ten faveure van Wilhelmina’s almacht. Van haar hoefde het toen al niet meer.
RENÉ ZWAAP
Margaret Thatcher
Ook binnen haar eigen Conservatieve Partij is Margaret Thatcher niet geheel vrij van controverses. Haar opvolger op Downing Street, partijgenoot John Major, noemt haar in zijn onlangs verschenen autobiografie zelfs onomwonden een 'despoot’, 'onbehouwen’, een politica die primair reageert 'via de instincten van de onderbuik’, een 'gesloten geest die met verbijsterende snelheid van mening verandert’. Daarbij was Major nog diplomatiek. Volgens zijn vroegere secretaresse Judith Chaplin, wier dagboeken vrijwel gelijktijdig met Majors autobiografie werden gepubliceerd, riep Major in 1991 nog vertwijfeld uit dat Thatcher 'geschift’ was: 'Ik wil dat ze wordt vernietigd’, zou Major bij die gelegenheid hebben verzucht.
In 1975 werd ze tot schrik van vriend en vijand benoemd tot nieuwe leider van de Tories en bond ze de strijd aan met het linkse gevaar in binnen- en buitenland.
Op grond van een heftige boutade tegen het communisme krijgt ze in Moskou in 1976 de bijnaam de IJzeren Dame, een omschrijving die ook voor binnenlands gebruik geschikt blijkt. Op 4 mei 1979 wordt Thatcher de eerste vrouwelijke premier van Groot-Brittannië. Ze profileert zich steeds meer als de 'kinderjuf der natie’, die haar onderdanen vooral vermanend toespreekt. Veel van haar electorale succes wordt verklaard aan de hand van het om een strenge hand smekende kostschool-onderbewustzijn van de gemiddelde Brit.
Nadat ze de macht van de vakbonden heeft gebroken, zoekt Maggie het overzee. De wereld kijkt verbijsterd toe hoe ze in 1982 allerlei doodgewaande Brittannia rules the waves-sentimenten in een klap weet te reanimeren ten dienste van de strijd tegen de Argentijnen. Het volk staat uitgelaten met Britse vlaggetjes op de kades te springen als de Britse vloot optrekt naar de Falklands. Als militair bevelhebster demonstreert Thatcher al even weinig mededogen als zijnde sociaal hervormster: op weg naar de thuishaven in Buenos Aires, buiten de officiële gevechtszone, wordt de Argentijnse kruiser Belgrano met honderden opvarenden naar de bodem van de zee gebombardeerd. Na haar vertrek uit Downing Street doet Lady Thatcher nog altijd van zich horen. Bijvoorbeeld door de Chileense ex-dictator Pinochet in Britse detentie een hart onder de riem te steken als 'voorbeeldig democraat’. Wie nog dacht dat met vrouwelijke politici alleen 'de zachte krachten’ zouden zijn gediend, kwam door de IJzeren Lady definitief tot andere gedachten.
RENÉ ZWAAP
Catharina de Grote
Een subliem verstand en een subliem lichaam, dat was wat Catherina de Grote van haar eerste ministers verlangde. Ze moesten immers een dubbelfunctie vervullen: aan de regeringstafel en in de keizerinnesponde. Tijdens haar bewind (1762-1796) versleet ze er 21. Het hof was er niet gelukkig mee, maar kneep een oogje toe, want de winst die het Rusland opleverde was groot. Toen de 67-jarige tsarina in de armen van de bijna veertig jaar jongere Platon Tsoebov haar laatste adem uitblies, stond Rusland stevig op de kaart van Europa. Rusland was groter dan ooit, Catharina werd bewonderd en gevreesd door de Duitsers, de Oostenrijkers, de Fransen en de Turken, en de dichters en denkers van de hele oude wereld kenden maar één wens: uitgenodigd worden aan het hof van deze schitterende vrouw met haar stralende geest.
Waar ze de werkkracht vandaan haalde, blijft een raadsel. Feit is dat ze de ledige uurtjes tussen de vrijages, hofintriges, binnenlandse onlusten, diplomatieke offensieven en veroveringsoorlogen door gebruikte voor het schrijven van gedichten, kronieken, memoires, toneelstukken, libretti, tijdschriftartikelen, sprookjes, een wetenschappelijke verhandeling over Siberië, een geschiedenis van de Romeinse keizers, en een boek getiteld Notities over de Russische geschiedenis. Ze publiceerde zelfs een jaar lang anoniem een satirisch tijdschrift, dat ze voornamelijk zelf volschreef. En ze onderhield een uitgebreide briefwisseling met de fine fleur van het Europese denken, onder wie Voltaire haar favoriet was.
De talloze geëxalteerde necrologieën die na haar dood verschenen, verschilden in één opzicht van de gebruikelijke geschriften in dit genre: ze waren allemaal waar. Zelf dacht ze iets bescheidener. Op haar bureau troffen de nabestaanden een door en voor haarzelf geschreven grafschrift aan: 'Ze vergaf gemakkelijk en haatte niemand. Ze was tolerant, begripvol en opgewekt, ze was republikeins van geest en vriendelijk van hart.’
ANTOINE VERBIJ
Winnie Madikizela-Mandela
Jarenlang was ze de onvermoeibare ambassadrice van de apartheidsstrijd. Aartsbisschop Tutu beschreef haar als hét symbool van de bevrijding. 'Zij was voor velen een ongelooflijke inspiratiebron en haar bijdrage aan de strijd kan haar nooit worden ontzegd. Zij was de meest geschikte vertegenwoordiger van haar echtgenoot.’ De echtgenoot, met wie ze in 1990 de Victor Verstergevangenis uitwandelde. Mandela vrij - de strijd tegen apartheid gewonnen. De jaren die volgden werden voor Winnie knap beroerd. Haar rol als meest geschikte vertegenwoordiger van haar echtgenoot was immers uitgespeeld. Bovendien werd steeds meer bekend over haar knokploeg, die in de apartheidsjaren dood en verderf zaaide. Nelson drong aan op een scheiding. Winnie liet ondertussen een villa bouwen die zelfs voor Zuid-Afrikaanse begrippen buitensporig genoemd mag worden. Maar wel tussen de mensen, de mensen van Soweto. Mensen ook, die haar tot op de dag van vandaag steunen en er garant voor staan dat Winnie invloedrijk ANC'er blijft. Verbazing was er vooral buiten Zuid-Afrika over de enthousiaste reacties op de uiteindelijk vergeefse campagne die ze twee jaar geleden voerde om vice-voorzitter van het ANC te worden. 'Winnie: mother of the nation’, scandeerden haar vele aanhangers nog steeds.
De lovende woorden van Tutu kwamen bij aanvang van wat een van de meest emotionele zittingen van de Waarheidscommissie werd. Stoïcijns bleef Winnie urenlang vanachter een gouden zonnebril weigeren haar medeplichtigheid te erkennen aan de ontvoeringen, mishandelingen en de moorden van de FC Mandela United. Ook aanwezig: de moeder van Stompie Seipei, het voornaamste slachtoffer van de knokploeg. Ten einde raad deed Tutu een oproep aan Winnie. 'Ik erken de rol van mevrouw Madikizela-Mandela in de geschiedenis van onze strijd en toch moet gezegd worden dat er iets verkeerd is gegaan, vreselijk verkeerd’, begon hij zijn smeekbede aan de onbewogen Winnie. 'Je weet niet hoezeer je bijzonderheid nog vergroot zou worden als je zou zeggen: “Het spijt me, het is verkeerd gegaan, vergeef me.” Ik smeek je.’ Schoorvoetend gaf Winnie toe dat het een en ander was misgelopen. En ze betuigde spijt. Ze hield haar zonnebril op en omhelsde voor het oog van de camera’s de moeder van Stompie. Mevrouw Seipei nam hiertoe het initiatief, onthult Tutu in zijn boek. Een sterke vrouw.
PETER VERMAAS
Golda Meir
Tot de weinige vrouwen die gewoonlijk tot de grote staatslieden worden gerekend behoren Indira Gandhi en Margaret Thatcher, beiden van na de Tweede Wereldoorlog. Golda Meir (1898-1978), van 1969 tot 1974 premier van Israel, tijdgenoot van Nixon en Brezjnev, wordt beduidend minder vaak genoemd, misschien omdat zij niet een hele samenleving naar haar hand zette en geen historische wendingen forceerde. Toch twijfel je er niet aan dat ze sterk en verstandig was, mild en vastberaden, van een 'bijbelse onverbiddelijkheid’, zoals over haar is opgemerkt. Ze moest Israel leiden in een buitengewoon moeilijke periode van economische tegenslagen en politieke onrust. De al te eclatante overwinning tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 had Israel een verdrievoudigd grondgebied opgeleverd, maar ook veel vrienden gekost, vooral in Afrika, en in de vroege jaren zeventig zagen werd de natie getroffen door een golf van terroristische aanslagen (Lydda, Mfl.nchen 1972). In oktober 1973 werd Israël tijdens Yom Kippur verrast door Syrië en Egypte; het zag er enige dagen dreigend uit voor de Israeliës, maar onder meer dankzij een knappe menoeuvre van Sjaron, die met zijn troepen ten zuiden van de Egyptenaren het Suezkanaal overstak, werd de oorlog toch gewonnen. De onverwachte val van de onneembaar gewaande Bar-Lev-linie en de forse materiële verliezen hadden niettemin een gevoel van malaise tot gevolg. De oostelijke oever van het Suezkanaal werd bij de wapenstilstand door Meir 'ingeleverd’, en het volk morde; politieke onenigheid binnen de Arbeiderspartij leidde tot haar aftreden op 10 maart 1974.
Ze was een leider zoals je ze vaker aan het werk zou willen zien - niet bezig met haar plaats in de geschiedenis maar gedreven door een combinatie van pragmatisme, integriteit en intelligentie. 'We genieten niet van militaire handelingen, we voeren ze uit omdat het moet, en God zij dank zijn we efficiënt’, zei ze tegen Vogue. Ze kon ook scherp zijn. Nixons perssecretaris kreeg te horen: 'Doe maar niet zo nederig, zo groot ben je niet.’
In april 1974 werd Yitzhak Rabin haar opvolger. Het bezoek van Sadat in 1977 en de Camp David-akkoorden van september 1978 maakte ze nog net mee. Ze overleed op 8 december 1978 aan leukemie, in Jeruzalem; er zijn voor een Israeli slechtere plekken om te overlijden.
TED DE HOOG
Ulrike Meinhof
'Smerissen! De handlangers van de macht zetten Ulrike in de boevenwagen.’ De foto toont twee hippe agenten die terroriste 'Ulrike Meinhof’, al 23 jaar dood, arresteren. 'Ze draagt een blauw topje met kraag van Diesel (399 kronen)’, meldt het onderschrift verder. Op een andere prent zit de nep-Ulrike samen te zweren met wapenbroeder 'Andreas Baader’. Onderschrift: 'Ulrike draagt een geel broekpak (1199 kronen)’. De modereportage waarin een sterk op Ulrike Meinhof gelijkend model schitterde, verscheen twee jaar geleden in het Deense modeblad Damernes Verden (De Wereld van de Vrouw). De talloze bewonderaars van Ulrike Meinhof waren not amused dat hun heldin - de Vrouwelijke Strijder bij uitstek - werd afgeschilderd als een suffe, ongeëmancipeerde, het grootkapitaal dienende brunette. Een van Meinhofs dochters trof haar moeder eens in een tenue dat haar beter paste: zwarte trui en broek, twee pistolen in de broekband.
Meinhof stond aan de basis van de in 1970 opgerichte Rote Armee Fraktion, die 'het imperialisme en monopoliekapitalisme’ in Duitsland de oorlog verklaarde. Met de bevrijding van voorman Andreas Baader door Ulrike Meinhof en enkele anderen werd in 1970 de ondergrondse gewapende strijd geopend. Twee jaar bracht Meinhof door met het beroven van banken en het opblazen van gebouwen voordat ze werd gearresteerd en veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Meinhof was 39 toen ze op 9 mei 1976, de dag waarop in Duitsland Moederdag werd gevierd, dood werd gevonden in haar isolatiecel, onder omstandigheden die wel altijd duister zullen blijven.
Ulrike Meinhof was vooral belangrijk als 'chef-ideologe’; ze is symbool geworden van radicaal-links. 'Geen woorden maar daden!’ Twintig jaar na haar dood kwamen honderden linkse Duitsers in Berlijn af op een congres over Meinhof, dat uitmondde in een postume zaligverklaring. 'Zij leek op Rosa Luxemburg met een scheutje Che Guevara’, schreef de linkse Tageszeitung vol bewondering. Ook verstandige mensen mijmeren nog wel eens over Meinhof. Toen de oorlog door Bosnië raasde, schreef een vertwijfelde Anet Bleich in de Volkskrant: 'Dat morele absolutisme, die behoefte consequent te zijn en bij wijze van spreken liever zelf te schieten dan niets te doen: het is invoelbaar, juist nu. Maar Meinhof kwam terecht op een verkeerde, doodlopende weg.’
JOERI BOOM
Rosa Luxemburg
Het was Frederik van Eeden die in 1919 de dood van Rosa Luxemburg én die van haar strijdmakker Karl Liebknecht, in het weekblad De Amsterdammer becommentarieerde. Zijn oordeel was streng maar rechtvaardig. Het tragisch einde van Luxemburg en Liebknecht was voor een belangrijk deel aan henzelf te wijten, vond de schrijver. 'Zij hadden kunnen voorzien dat een uitgeput, verslagen en verbitterd volk niet door geweldmiddelen te dwingen is tot het invoeren van een Staats-orde waarvan nog nergens de overtuigende en schoone voorbeelden bestaan.’ Ook niet in de piepjonge Sovjet-Unie waartegen Rosa Luxemburg, bij alle sympathie, al ernstige bezwaren had geformuleerd. Reeds in het allerprilste stadium voorzag zij, dat het communisme van Lenin en Trotszki zich weinig aan de democratie gelegen zou laten liggen. 'Vrijheid is altijd de vrijheid van andersdenkenden’, had zij geschreven. Het was dwingend noodzakelijk 'in plaats van de burgerlijke democratie een socialistische democratie te initiëren’ en in plaats daarvan bespeurde zij slechts neerslachtig stemmende pogingen om elke vorm van democratie af te schaffen.
Het was nobel gesproken door een gedreven, zowel libertair als radicaal politica. Was het Wfl.nschdenken dat zij van mening was dat in het Duitsland van vlak na de Wereldoorlog een vergelijkbare revolutionaire situatie was ontstaan als in het Rusland dat een eind aan de tsaristische dictatuur had gemaakt? De Duitsers, haar Spartakistenbond uitgezonderd, wilden natuurlijk helemaal geen revolutie. Zij waren nét met bebloede koppen van de slagvelden teruggekeerd en wilden maar één ding: rust.
Zo zat Rosa Luxemburg plotseling tussen twee stoelen. De jonge Weimarrepubliek bezag haar met een mengeling van argwaan en afkeer. Met de jonge Sovjet-Unie lag zij permanent overhoop. Wat was er van haar, de oermoeder van de Duitse communistische partij, terechtgekomen als zij in 1934 of 1935 in de handen van Josif Stalin was gevallen? Daar hoeft men zich weinig illusies over te maken, net zomin als over het lot dat haar, als linkse, Poolse jodin, in het Duitsland van Adolf Hitler had gewacht. Hoe dan ook, de Duitse prefascisten namen het zekere voor het onzekere, sloegen Rosa Luxemburg de schedel in en wierpen haar, dood of halfdood, in het water van het Berlijnse Landwehrkanal.
MARTIN VAN AMERONGEN
Eva Perón
Een vroege dood op 33-jarige leeftijd verhinderde de verwezenlijking van alle ambities van Eva Maria Duarte Perón (1919-1952). Ze beschikte in ieder geval over alle mogelijkheden om uit te groeien tot de eerste vrouwelijke dictator van Latijns-Amerika. Ze was daartoe wellicht nog beter toegerust dan echtgenoot Juan Perón, die toch vooral een onbehouwen boer uit de pampa’s bleef. En helemaal veel beter dan de tweede mevrouw Perón, Isabella, die eveneens de politiek inging en zelfs nog even voor dictatortje spelen mocht.
Evita, van huis uit actrice, had de gave des woords, schreef met haar autobiografie La razón de mi vida een miljoenenseller en was bovenal een volleerd demagoge. Als oprichtster van de Peronistische Vrouwenpartij had ze zich tot oermoeder van het Argentijnse volk gekroond. Evita, zelf van zeer nederige komaf, wist ook de man in de straat te bereiken. Kwistig strooiend met liefdadigheidsfondsen mobiliseerde ze een heel volksleger van 'descamisados’ (mannen zonder hemd), waar zelfs het Argentijnse leger bang voor was.
Waar de benodigde fondsen voor al dat sociale werk van Evita precies vandaan kwamen, is heden onderwerp van vurig debat. Het schijnt dat Evita tijdens haar eerste en enige Europese tournee in 1947 - waarbij ze onder meer werd ontvangen door Franco en paus Pius XII - met een vliegtuig vol goud, schilderijen van oude meesters en koffers baar geld Zwitserland aandeed, waar ze een duizelingwekkend persoonlijk vermogen parkeerde op geheime rekeningen. Dat geld kwam vooral van de honderden hooggeplaatste nazi’s die omstreeks 1945 een veilig heenkomen zochten in peronistisch Argentinië. Via de Duitse ambassade in Buenos Aires zouden er maar liefst achtduizend Argentijnse paspoorten voor nazi’s als Eichmann en Mengele zijn verstrekt.
Zelfs dood bleven de Argentijnse generaals haar vrezen. Nadat Juan Perón was afgezet en vervangen door een militaire junta, verdween Evita’s gebeente via Duitsland naar Italië, waar het zestien jaar lang onder een andere naam werd opgeslagen. Pas in 1974 kwam Evita’s kist terug in Buenos Aires. Pogingen om haar heilig te verklaren stuitten vooralsnog op bezwaren van het Vaticaan. RENÉ ZWAAP