Economie

Sterker

Sterker uit de crisis – dat is de onweerstaanbare mantra voor politici die in moeilijke tijden een brug slaan naar betere tijden om de kiezers voor zich te winnen. Ook Rutte en Samsom bezigen deze mantra om het regeerakkoord aan te prijzen. Het akkoord is als levertraan: vies maar gezond.

Met de slogan ‘banen, banen, banen’ voerde Rutte in 2010 en 2012 campagne waarin het motto van het eerste paarse kabinet ‘werk, werk, werk’ weerklonk. Met CPB-cijfers over de verkiezingsprogramma’s kroonde de VVD zich tot banenkampioen. Maar het lukte de VVD niet de titel te prolongeren, volgens vergelijkbare CPB-cijfers over het eerste regeerakkoord. Met dat akkoord wist het rood-blauwe kabinet de structurele werkgelegenheid niet te verbeteren. De hervormingen op de arbeidsmarkt zijn ingrijpend: een snellere verhoging van de AOW-leeftijd, een verkorting van de WW-duur, en maximering van de ontslagvergoeding. Die hervormingen sorteren effect; ze matigen looneisen en vergroten zo de werkgelegenheid. Maar dit positieve effect zou onvoldoende zijn om het negatieve effect van inkomenafhankelijke zorgpremies te compenseren, volgens het Centraal Planbureau. De PvdA heeft met die nivellerende maatregel een opmerkelijke draai gemaakt: inkomen is boven werk verkozen. Dat zal misschien niet de bedoeling zijn geweest.

Maar de opmerkelijke draai van de PvdA viel niet op door de grote opstand in de VVD. Samsom hoefde geen excuses aan te bieden, Rutte wel. In de herkansing is de inkomensafhankelijke zorgpremie van tafel gehaald en is de nivellering minder feestelijk geworden: met het tweede regeer­akkoord weet het paarse kabinet alsnog de structurele werkgelegenheid te verbeteren. Een ander akkoord met andere cijfers maar de mantra is onveranderd: sterker uit de crisis.

Het is niet duidelijk wanneer Nederland uit de crisis komt. Het einde van de crisis zal niet nog in deze kabinetsperiode worden afgekondigd. De cijfers voor de komende periode van vijf jaar zijn niet rooskleurig, en worden door het eerste of het tweede regeerakkoord niet rooskleuriger: de bezuinigingen en hervormingen verlagen het nationaal product met zes miljard euro en verhogen de werkloosheid met bijna honderdduizend personen. Dat is een gevolg van een dubbele tik die het nieuwe kabinet aan de economie uitdeelt: én bezuinigen én hervormen. Daardoor verbetert het overheidssaldo niet alleen in de komende kabinetsperiode maar ook in de perioden daarna. De keerzijde is dat burgers minder te besteden hebben, door een lager inkomen maar ook door een lager vermogen, bijvoorbeeld in de vorm van lagere huizenprijzen.

Het gevaar is dat de twee tikken samen een dreun voor de economie zijn. De niet zo rooskleurige cijfers brengen dit gevaar nog niet tot uitdrukking. Probleem is dat een deel van de burgers, bedrijven en banken onder schulden gebukt gaan. De reactie is een negatieve spiraal van extra sparen, minder investeren en minder uitlenen. Dit wordt verergerd als prijzen van huizen en ander vastgoed verder dalen, als kortingen op pensioenen zich aandienen of schulden in Griekenland en andere landen oninbaar blijken. En het wordt verder verergerd door de fiscale dwang om hypotheken af te lossen, door extra onzekerheid door een kortere WW-uitkering in combinatie met oplopende werkloosheid, en door hogere eisen aan de reserves van banken. Het nieuwe kabinet lijkt alles op alles te zetten om Nederland sterker maar ook veel later uit de crisis te laten komen. Dat zal misschien niet de bedoeling zijn geweest.

In de formatie van het kabinet is er volop aandacht geweest voor de oude, vertrouwde oplossingen die al sinds jaar en dag de ronde doen, en niet voor de nieuwe problemen. De oude, vertrouwde oplossingen lijken soelaas te bieden voor het financieringstekort van de publieke sector maar niet voor problemen in de private sector, die juist de aanleiding vormen van dat financieringstekort. Zo maakt de kloof tussen de verstrekte hypotheken en de aangeboden spaartegoeden banken in Nederland afhankelijk van dure, soms ontoegankelijke financiering uit het buitenland. Er is echter geen aandacht geweest voor de mogelijkheid om hypotheken en andere lange­termijninvesteringen te laten financieren door langetermijnbeleggingen van onder meer pensioenfondsen. Deze kloof is met het regeerakkoord dus niet overbrugd.

Macro-economisch beleid lijkt te zijn ingeruild voor een massa­psychologische benadering. Het nieuwe kabinet wil met de bankierseed banken in Nederland weer gezond maken. Het wil door zich bikkelhard tegenover Griekenland op te stellen de eurocrisis te lijf gaan. Het wil door duidelijkheid over een lagere hypotheekrenteaftrek starters op de huizenmarkt weer in beweging krijgen. Als deze benadering werkt, zou het veel geluk en niet zo veel wijsheid zijn.

De vooruitzichten voor de komende vijf jaar zijn dan niet rooskleurig. Maar, eerlijk is eerlijk: 2040 belooft voor Nederland een fantastisch jaar te worden. Geniet ervan.