Idfa Zoektocht naar een filosofe

Sterven aan medelijden

De documentaire van Julia Haslett over Simone Weil portretteert de filosofe als een genie voor wie naastenliefde centraal stond. Maar de film gaat ook over de maakster zelf.

WANNEER de Amerikaanse documentairemaakster Julia Haslett stuit op het citaat ‘Attention is the rarest and purest form of generosity’ is ze direct geïntrigeerd. In al zijn simpelheid lijkt de zin een antwoord te bevatten op de vragen waar ze al geruime tijd mee worstelt: hoe ga je om met het lijden in de wereld? Als mens, maar ook als documentairemaakster? De zin, afkomstig uit het werk van de haar onbekende Franse filosofe Simone Weil (1909-1943), vormt het startpunt van een zoektocht naar de schrijfster achter de woorden. Hoe kon zoiets simpels als aandacht een leidend principe voor de filosofe worden? Hoe was Weil als activiste en jodin zélf omgegaan met de gruwelen van haar tijd?
Lijden is een thema voor Haslett. Zo lang ze zich kan herinneren trekt ze zich het lot aan van haar noodlijdende medemens. De laatste jaren ziet ze met lede ogen toe hoe haar eigen land in toenemende mate bijdraagt aan de ellende in de wereld. In haar eerdere documentaires Hurt & Save (2001), Worlds Apart (2003) en Hold Your Breath (2005), had Haslett al meermalen oog in oog met het leed van anderen gestaan toen ze de grenzen van het Amerikaanse zorgstelsel verkende. Dat de documentairemaakster uiteindelijk uitkwam bij een filosofe die bekendstaat om haar ideeën over lijden en naastenliefde wekt eigenlijk weinig verbazing.
De documentaire An Encounter with Simone Weil is het verslag van Hasletts zes jaar durende onderzoek naar de filosofe. Een zoektocht die voert langs plaatsen en mensen uit Weils leven, maar meer en meer uitmondt in een confronterende innerlijke reis. An Encounter with Simone Weil is Hasletts eerste langere documentaire en zal op het Idfa in Amsterdam in première gaan.
Hasletts zoektocht roept aanvankelijk meer vragen op dan hij beantwoordt, want de kennismaking met de filosofe biedt nauwelijks aanknopingspunten; de frêle Simone Weil is 'hard to get’, eerder hoekig dan charmant en in haar ideeën omtrent deugd en zuiverheid ver boven de mensheid verheven. Onderdompeling in Weils leven veroorzaakt vooral onrust, vergelijkbaar met gevoelens van een onbereikbare liefde. Althans, dat realiseert Haslett zich wanneer ze urenlang archiefmateriaal bestudeert in de hoop een glimp op te vangen van haar heldin. En wanneer ze tot zich laat doordringen dat Simone Weil op 34-jarige leeftijd - herstellend van tuberculose - sterft aan uitputting in een Londens ziekenhuis omdat ze uit 'solidariteit-op-afstand’ weigert meer te eten dan haar Franse soldatenbroeders, komen daar gevoelens van onbegrip en weerzin bij.
Langzaam maar zeker krijgt het project een nieuwe dimensie. Weils zinloze dood dwingt de documentairemaakster te reflecteren op gebeurtenissen uit haar eigen leven: Hasletts vader die zelfmoord pleegde toen ze tiener was, haar broer Timothy die sindsdien aan zware depressies lijdt en haar onvermogen hiermee om te kunnen gaan. Haslett begint te vermoeden dat haar extreme gevoeligheid voor het lijden van anderen en het daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheidsgevoel wel eens zouden kunnen wortelen in haar vaders suïcide.
De vraag dringt zich bij Haslett op of Weils dood de uiterste consequentie vormde van haar ideeën over naastenliefde, of dat onder die verregaande empathie voor anderen dieperliggende gevoelens van depressie en minderwaardigheid schuilgingen. Het zet de vraag op scherp in hoeverre iemand zich verantwoordelijk kan voelen voor andermans leed, en hoe Weils notie van de aandacht dient te worden begrepen.

HASLETT STAAT niet alleen in haar ambivalente houding jegens de filosofe. Ook tijdens haar leven wisten mensen zich slecht raad met Simone Weil. Als welgesteld tienjarig meisje werd ze fanatiek aanhangster van het proletariaat; ze was een pacifiste die ging vechten in de Spaanse Burgeroorlog, een jodin die zich aangetrokken voelde tot het christendom, en een auteur die fabelachtig mooi over de liefde kon schrijven, maar zelf iedere vorm van lichamelijk contact verafschuwde. En hoewel ze het vertrouwen in de politiek steeds meer verloor, schrok ze er niet voor terug de Franse regering zeer utopistische hervormingen voor te stellen.
Zelfs na haar dood is het lastig om haar ergens onder te brengen: de katholieken zitten in hun maag met haar ambivalentie jegens de Kerk van Rome, de feministen vinden haar niet feministisch genoeg en de joodse gemeenschap verwerpt haar geschriften omdat ze het idee van joodse uitverkorenheid verachtelijk vond. Aan de andere kant zijn er stromingen die haar na haar dood als representant van hun gedachtegoed claimen, terwijl Simone Weil - met haar weerzin tegen wat voor ideologie dan ook - daar ongetwijfeld weinig mee op had gehad.
Ondanks haar ongrijpbaarheid had Weil niet de minste bewonderaars: Albert Camus mediteerde in Weils kamer voordat hij in 1957 naar Stockhom afreisde om de Nobelprijs voor literatuur in ontvangst te nemen; Susan Sontag, Graham Greene en T.S. Eliot waren pleitbezorgers van haar werk. Onder alle grilligheid tekende zich namelijk onmiskenbaar het genie af, de fabelachtige intelligentie, de visionaire blik, de volstrekte authenticiteit.
Dat de naam Simone Weil weinig mensen nog iets zegt, heeft vooral te maken met het feit dat de filosofe - de leer van 'de geleefde ervaring’ indachtig - haar ideeën liever lééfde in plaats van erover te theoretiseren en daarom nauwelijks publiceerde. Weils meer dan twintig titels tellende filosofische oeuvre werd pas na haar dood samengesteld uit dagboekaantekeningen, correspondenties en cahiers die ze in bewaring had gegeven aan een vriend.
In het verweesde naoorlogse Europa vinden Weils ideeën over naastenliefde en het gevaar van het collectief direct een goede bedding. In de jaren vijftig komt een heuse Simone Weil-cultus op gang, en de strijd barst los over de vraag of men haar werk moet lezen als het product van een mystica of van een filosofe. Maar zoals dat gaat met hypes, ze passen vaak vooral in een tijdsbestek. Een halve eeuw later is de wereld veranderd.
Waar klasgenoot Jean-Paul Sartre l'autre uitriep tot bron van alle onheil, concentreert Simone Weil zich juist rond diezelfde ander in thema’s als aandacht, verantwoordelijkheid en naastenliefde. Voor haar was niet de ander, maar de collectiviteit de hel, het monster (la bête) dat het individu verzwolg en hem beroofde van zijn vermogen 'genade’ te vinden. Deze grâce, die het 'contragewicht’ vormde van het lijden, kon men verkrijgen door het ondergaan van schoonheid in de natuur en de kunst, door het beoefenen van wiskunde, en door het zich openstellen voor andermans nood. De hierdoor verkregen 'genade’ kon fungeren als buffer tegen het lijden in de wereld en ontsloot zich alleen door een diepgaande aandachtige houding (attention).
Er is een voorval bekend uit Weils jeugd dat al in de kern haar latere ideeën over naastenliefde bevat. Wanneer de agnostisch grootgebrachte Simone voor het eerst een zwerver ziet, besluit ze prompt geen sokken meer te dragen - als om zichzelf eraan te herinneren dat niet iedereen het zo goed heeft als zij. Een gebaar vergelijkbaar met vasten, of een 'boterham met tevredenheid’. Tegelijkertijd ligt hierin ook het lastige aspect van Weils persoonlijkheid: geen sokken dragen is misschien een indrukwekkende keuze voor een kind dat nog geen andere middelen kent om compassie te tonen, maar de vraag is of er toen niet twee slachtoffers waren in plaats van één. Of zelfs drie: haar moeder stond die winter doodsangsten uit, omdat de kleine Simone ook tijdens een flinke verkoudheid stug bleef weigeren die sokken aan te trekken.
In Weils medelijden zat altijd een vreemde vorm van boetedoening. Afgestudeerd aan de meest prestigieuze school van Frankrijk, L'Ecole Normale Superieure, dompelde ze zich onder in de arbeidersbeweging en ging ze als frezer werken in de Renault-fabrieken. Dat het zware werk haar uitputte en haar de ene na de andere migraineaanval bezorgde, vormde voor Weil geen aansporing om beter op zichzelf te passen.
Zoiets is in deze tijd slecht te plaatsen: zelfkastijding wordt nu vooral als een vorm van neurose gezien, een vreemde vorm van masochisme. De mensen die Weils werk geërgerd wegleggen en vinden dat ze het lijden tot cultus verheft, hebben een punt. Want wat heeft deze verregaande vorm van compassie voor zin? Als je zelf weinig waard bent, wat kun je dan voor een ander betekenen? Weil doet in dit verband soms denken aan de Nederlandse Etty Hillesum (1914-1943), die ook niet achterover kon leunen terwijl de wereld voor haar ogen verging en vrijwillig vertrok naar Westerbork om haar broeders en zusters bij te staan. Een gebaar van naastenliefde dat, net als bij Weil, leidde tot haar dood. Waren deze vrouwen neurotisch? Of zouden de extreme gruwelen van de nazi’s gevraagd hebben om een extreme tegenreactie? Mensen die in dit 'participerend bewustzijn’ vooral een ergerlijke, padvinderachtige houding zien van 'elke dag een goede daad willen doen’, doen deze vrouwen te kort. Voor zowel Weil als Hillesum was naastenliefde eerder een 'lifeline to reality’ dan platte bemoeizucht. Anorexia en zelfopoffering waren voor deze sensitieve geesten misschien de enige manier waarop ze een gevoel van controle konden behouden in een wereld die hen langzaam maar zeker verpletterde.

WIE OP GROND van de filmtitel denkt dat hij een documentaire over de filosofe Simone Weil gaat zien, wacht misschien een teleurstelling. Uiteindelijk gaat de film vooral over Julia Haslett. Toch vormt An Encounter with Simone Weil een mooie introductie tot het werk van de filosofe, juist omdat de filmmaakster Weil plaatst in de context van de huidige tijd. Archiefbeelden uit de Franse jaren dertig en tot dusver onvertoond fotomateriaal van Weil worden afgewisseld met filmpjes uit Hasletts eigen leven en interviews met stokoude familieleden en kennissen van de filosofe worden doorsneden met gedachten van Haslett zelf. Het levert een ontroerend egodocument op dat je als kijker dwingt te reflecteren op thema’s in je eigen leven.
Er is een moment in de documentaire waarop Haslett zich realiseert dat het niet zozeer Weils ongrijpbaarheid is die haar fascineert, maar die van iemand die veel dichter bij haar staat: haar broer Timothy. Ook Timothy dreigt ten onder te gaan aan zijn compassie voor de medemens. Ook voor Timothy is de hem omliggende wereld een voortdurende herinnering aan zijn onmacht - een gevoel dat altijd direct op Haslett overslaat wanneer ze hem ziet: hoe praat je in hemelsnaam met een depressief iemand zonder hem van advies te willen dienen? Hoe kan ze werkelijk iets voor hem betekenen?
Wanneer Haslett tijdens het editen van de film het nieuws bereikt dat Timothy een einde aan zijn leven heeft gemaakt, verleent dit de film wrang genoeg meer urgentie. De zoektocht naar de filosofe die zich niet laat vangen, is uitgemond in een heftige confrontatie met Hasletts eigen leven. Een confrontatie die tot inzichten leidt, want Haslett besluit dat er, in weerwil van haar helden - haar vader, Timothy en Simone Weil - wel degelijk iets is om voor te leven. Haar vak van documentairemaakster stelt haar immers in staat de strijd aan te binden met het lijden in de wereld door de chaos en willekeurigheid ervan in perspectief te plaatsen. En zo wordt de camera methode van aandacht, en de film middel om de ander te bereiken.
Haslett was misschien niet in staat om haar broers dood te voorkomen, wat ze wel kan doen is aan Timothy’s keuze betekenis verlenen.

Het Idfa vindt plaats van 17 t/m 28 november