HR Weekend: Complicit

Sterven voor een iPhone

Een documentaire over wantoestanden bij de Chinese toeleveranciers van westerse elektronicabedrijven lijkt achterhaald, maar is dat niet. Zwaar vergiftigde arbeiders hebben nog steeds het nakijken.

Medium complicit film ed
Slachtoffers van een giftige werkplek in Complicit © Heather White and Lynn Zhang

Als kind droomt Xiao Ya , geboren in een onooglijk dorpje op het Zuid-Chinese platteland, van een leven in de grote stad. Niet dat ze ook maar enig idee heeft hoe zo’n stad eruitziet – ze is er nog nooit in een geweest – maar ze stelt het zich voor als een waar paradijs. Zodra ze haar eerste baan heeft, begint ze te sparen voor een treinrit naar een van de miljoenensteden aan de Chinese oostkust. Na een jaar heeft ze genoeg bijeen en koopt ze haar lang begeerde treinkaartje. Enkele reis.

In Dongguan, een industriestad in de provincie Guangdong, vindt Xiao Ya werk bij een fabrikant van iPhone-onderdelen. Ze maakt er schermpjes schoon, heen en weer zwiepend met haar wijsvinger, zo’n zevenhonderd toestellen per dag. Lange dagen zijn het, ze heeft nauwelijks vakantie, maar verdient tot 450 euro per maand, in haar ogen een fortuin. Ze voelt zich trots dat ze haar familie geld kan toesturen. Een paradijs is het niet, maar wel een stap vooruit.

Tot Xiao Ya op een dag een tintelend gevoel krijgt in haar vingers. En kort daarna ook moeite heeft om haar benen te bewegen en niet meer rechtop komt in bed. Haar zenuwstelsel blijkt aangetast door n-hexaan, een chemisch oplosmiddel waarmee ze al die tijd iPhone-schermpjes heeft zitten boenen. Samen met nog 38 collega’s wordt ze opgenomen in het lokale ziekenhuis. Ze zal er meer dan twee jaar in behandeling blijven.

Xiao Ya is een van de vele getuigen in de documentaire Complicit, die te zien is op het Human Rights Watch Film Festival in Amsterdam. De bekroonde documentaire toont hoe Chinese fabrieksarbeiders, in de strijd om zo goedkoop mogelijk iPhones en andere elektronica te produceren, blootgesteld worden aan giftige chemicaliën. En hoe, meer nog dan we al wisten, het businessmodel van grote multinationals als Apple gepaard gaat met uitbuiting en menselijk leed.

De Amerikaanse regisseur Heather White stuit in 2013 min of meer toevallig op het onderwerp, als ze in Shenzhen, het Silicon Valley van China, onderzoek doet naar de lokale arbeidsomstandigheden. Drie jaar eerder is in Shenzhen een zelfmoordgolf uitgebroken onder de arbeiders van Foxconn, de grootste iPhone-producent ter wereld en een notoire boeman op het vlak van arbeidsrechten. White wil nagaan of de situatie er drie jaar later verbeterd is.

Tot haar verbazing treft ze in een buurtziekenhuis een groep leukemiepatiënten aan die allemaal bij Foxconn blijken te hebben gewerkt. De zieke werknemers, voornamelijk twintigers, zeggen bij Foxconn het kankerverwekkende chemische product benzeen te hebben gebruikt, en vermoeden dat hun ziekte daaraan te wijten is. Maar het bedrijf ontkent het gebruik van benzeen en wijst elke verantwoordelijkheid voor de gezondheidsproblemen van zijn werknemers af.

White besluit zich in het onderwerp te verdiepen. Samen met een Chinese collega zoekt ze tientallen patiënten en arbeidsactivisten op, organiseert ze undercoverreportages in fabrieken en confronteert ze westerse bedrijven met de wantoestanden bij hun Chinese toeleveranciers. Complicit is dan ook de weerslag van een meerjarenproject, dat toont hoe zieke arbeiders voor hun rechten strijden, hoe activisten voor een gifvrije werkplaats ijveren, en hoe ze daarbij voortdurend op obstakels botsen.

Op het eerste gezicht lijkt het thema van Complicit wat achterhaald, nu China begonnen is aan een klim in de industriële voedselketen, met een omslag naar diensten en hightech-industrie. Maar grote delen van China fungeren nog steeds als ‘fabriek van de wereld’. Multinationals kunnen er nog steeds voor een paar dollar mobieltjes en camera’s in elkaar laten steken dankzij de onuitputtelijke voorraad goedkope arbeidsmigranten. Ruim 280 miljoen werknemers (35 procent van het totaal) zijn naar de stad geïmmigreerde plattelandsbewoners.

De arbeidsomstandigheden in die goedkope maakindustrie zijn nog altijd penibel. De salarissen zijn de afgelopen jaren weliswaar gestegen en er is iets meer ruimte voor sociaal protest, maar arbeiders werken vaak zonder contract, draaien ongezond veel overuren en hebben geen geloofwaardige vakbondsvertegenwoordiging. In het laatste grote schandaal bleken bij Foxconn 150.000 tieners te werken, ingeschakeld in de productie van de iPhone X bij wijze van verplichte stage.

Van al die misstanden zoomt Complicit in op een van de meest gruwelijke wanpraktijken: de blootstelling van werknemers aan giftige chemicaliën. Oplosmiddelen als benzeen en n-hexaan, zo gevaarlijk voor de gezondheid dat ze in Europa nauwelijks nog gebruikt mogen worden, zijn dagelijkse kost op de Chinese werkvloer. Werknemers gebruiken de giftige goedjes zonder opleiding, zonder beschermende kledij en in ongeventileerde ruimtes, en worden zo langzaam vergiftigd.

Wat de situatie nog pijnlijker maakt, is dat de zieke werknemers compleet aan hun lot worden overgelaten. In theorie hebben ze recht op schadevergoeding en terugbetaling van hun medische kosten, in de praktijk komt daar weinig van terecht. Veel zieke arbeiders worden ontslagen en afgescheept met een paar maandsalarissen. Hun families steken zich diep in de schulden om de medische behandeling te betalen. Tot het geld op is en er niets meer rest dan wachten op de dood.

Het grootste probleem, zo toont Complicit haarfijn aan, is dat in de Chinese wetgeving de bewijslast voor beroepsziektes bij de werknemers ligt en dat bedrijven er alles aan doen om te verhinderen dat werknemers aan de nodige bewijzen komen. Ze ontkennen dat de arbeiders – die vaak geen contract hebben – bij hen in dienst waren, of dat er chemische producten werden gebruikt. Of ze zetten lokale ziekenhuizen onder druk om de diagnose bij te stellen.

Oplosmiddelen die in Europa nauwelijks nog gebruikt mogen worden, zijn dagelijkse kost op de Chinese werkvloer

Zo maken we in Complicit kennis met Yi Yeting, bij wie in 2005 leukemie wordt vastgesteld nadat hij vijf jaar lang met benzeen heeft gewerkt bij containerbedrijf cimc. Hoewel nog meer collega’s van Yi ziek worden, ontkent het bedrijf elke verantwoordelijkheid. Pas als Yi en zijn collega’s ontdekken dat managers van hun bedrijf de lokale ziekenhuizen en overheidsdiensten hebben omgekocht, en daar in interne documenten ook bewijzen voor vinden, krijgen ze erkenning voor hun beroepsziekte.

Zoals wel meer slachtoffers van een giftige werkplek besluit Yi Yeting zich in te zetten om de omgang met chemicaliën in China te verbeteren. Hij sluit zich aan bij de vanuit Hongkong geleide ngo Labour Action China en helpt medeslachtoffers om bewijzen te vinden voor de erkenning van hun beroepsziekte. In het ziekenhuis geeft hij, tussen twee chemotherapiesessies door, uitleg aan enkele medepatiënten. Hij neemt deel aan protestacties en pleit voor een algemeen benzeenverbod.

Maar Yi betaalt een hoge prijs voor zijn activisme. Zijn telefoon wordt afgeluisterd, het kantoor van zijn ngo wordt afgesloten en hij moet keer op keer verhuizen, omdat zijn huisbazen onder druk worden gezet. De leukemiepatiënt ondergaat het gelaten, maar zijn familie maakt zich zorgen. ‘Jij blijft maar andere mensen helpen, maar wie helpt jou?’ vraagt zijn oudere zus tijdens een emotioneel familiefeest.

Die persoonlijke verhalen zijn een van de sterkste punten van Complicit. Ze tonen de hoge tol van de chemische blootstelling op het werk, de jonge mensen die vol hoop naar de stad zijn getrokken om hun familie uit de armoede te tillen, en die al hun toekomstdromen zien mislukken. ‘Ik ben nu nutteloos’, zegt Xiao Ya, die door haar n-hexaanverlamming drie jaar niet heeft kunnen werken. ‘Ik wou mijn familie helpen, maar ik ben een last voor hen geworden.’

Medium img 7092
Arbeiders van een giftige werkplek in Complicit © Heather White and Lynn Zhang

Een meer problematisch punt van Complicit is dat het moeilijk is om de aantijgingen hard te maken. De documentaire bevat undercoverbeelden van Chinese werkplaatsen, maar slaagt er niet in het gebruik van giftige chemicaliën op camera vast te leggen. De managers zijn sluw: ze bewaren de chemische stoffen achter gesloten deuren, houden de samenstelling ervan geheim en gebruiken onschuldige namen als ‘bananenolie’. Pas als er werknemers ziek worden, rijzen er vragen.

Bovendien zijn de toeleveringsketens in China zo ondoorzichtig dat amper te achterhalen is wie voor wie produceert. Zo ontkent Apple ook maar iets te maken te hebben met het bedrijf waar Xiao Ya en haar collega’s vergiftigd zijn door n-hexaan, ook al ligt het daar vol met iPhone 6-toestellen en bevestigt de manager voor Apple te werken. Is Apple zelf de weg kwijt in zijn complexe toeleveringsketen? Of veinst het bedrijf onwetendheid, om lastige vragen te ontwijken?

Regisseur Heather White hangt haar verhaal in grote mate op aan Apple en Foxconn, omdat grote namen meer impact hebben. Maar dat is ook een risico. Als de door leukemie getroffen werknemers van Foxconn in 2014 naar buiten treden, belooft Apple prompt geen benzeen of n-hexaan meer te gebruiken in zijn eindassemblage. Sindsdien zijn geen zieke werknemers van Foxconn meer naar buiten getreden. Daarmee lijkt de urgentie van Complicit wat onderuit gehaald.

Bij navraag blijkt de werkelijkheid een stuk complexer. Dat er geen nieuwe zaken zijn, komt volgens regisseur Heather White door een nieuwe wet voor ngo’s, waardoor de bewegingsruimte van lokale arbeidsactivisten veel kleiner is geworden. ‘Het is nu veel moeilijker om met fabrieksarbeiders te spreken, ze lopen veel meer risico’, zegt ze aan de telefoon. ‘Het zou vandaag waarschijnlijk niet meer mogelijk zijn om een documentaire als Complicit te maken.’

Volgens veel activisten hebben geviseerde bedrijven, zoals Foxconn, de giftige stoffen geweerd, maar zijn de problemen verschoven naar kleinere bedrijven lager in de toeleveringsketen. ‘In die bedrijven is er minder controle’, zegt Jason Chan van Labour Action China, die ook in de documentaire voorkomt. ‘Maar die kleine bedrijven werken vaak zonder contract, waardoor het voor zieke werknemers nog moeilijker wordt om te bewijzen waar ze ziek zijn geworden.’

Ook Jenny Chan, assistent-professor aan de Hong Kong Polytechnic University en auteur van het binnenkort te verschijnen boek Dying for an iPhone, is sceptisch. ‘In recente interviews met werknemers van Foxconn bleken die nog steeds geen idee te hebben met welke chemische stoffen ze werken. Ze hebben het recht dat te weten, maar er is geen enkele transparantie. Je moet niet de één of twee ergste stoffen elimineren, je moet je werknemers opleiden en informeren.’

Dat is uiteindelijk waar het de makers van Complicit om gaat: meer transparantie. Over de chemische stoffen die gebruikt worden, over de toeleveringsketen, en over de omstandigheden waarin werknemers ziek zijn geworden. ‘Deze jonge arbeiders vechten voor hun leven’, zegt Heather White. ‘Apple en Foxconn moeten hun verantwoordelijkheid daarvoor nemen. Dit zijn mensen in de bloei van hun leven. Ze verdienen het niet dat hun toekomst gestolen wordt.’


Complicit: op zaterdag 3 februari, 18.00 uur. Kaarten: de balie.nl