Steun Gonggrijp

Rop Gonggrijp heeft nooit een geheim gemaakt van zijn samenwerking met WikiLeaks. Toen de klokkenluiders in april 2010 een video met de beschieting van burgers in Irak naar buiten brachten, gaf Gonggrijp op de radio al toelichting over zijn betrokkenheid. Hij was naar IJsland gevlogen en had WikiLeaks geholpen de boel te organiseren.

Goed werk. Maar nu staat Gonggrijp, oprichter van internetprovider XS4ALL, plots publiekelijk terecht als anarchist en gevaarlijk hacker. De Telegraaf noemt hem ‘Assanges adjudant’, duidt hem consequent aan als ‘meesterhacker’ en voert zogenaamde experts op die op tamelijk smadelijke wijze Gonggrijp neerzetten als een staatsgevaarlijk sujet. Terwijl er eigenlijk niets nieuws is. Het enige nieuwe is dat de Verenigde Staten, in een grove poging alles en iedereen die iets met WikiLeaks van doen heeft het leven zuur te maken, een strafrechtelijk onderzoek tegen Gonggrijp is gestart.

Zeker, Gonggrijp komt uit de hackers-wereld. Hij richtte Hack-Tic op, een ‘Tijdschrift voor Techno-Anarchisten’. Maar er zijn hackers en hackers. Gonggrijp zette zijn kennis in voor betere beveiliging (electronisch stemmen, OV-chipkaart), meer openheid (toegang voor iedereen, ofwel xs4all) en bescherming van persoonsgegevens. Zijn motto is al jarenlang hetzelfde: wees waakzaam dat de massa aan data die tegenwoordig verzameld wordt niet in verkeerde handen valt.

Een rechtbank in de Verenigde Staten heeft nu bij Twitter om allerlei gegevens van ‘medewerkers’ van WikiLeaks gevraagd. Twitter is zo netjes geweest dit verzoek door te spelen aan Gonggrijp en de anderen. Maar dikke kans dat de VS ook verzocht hebben om gegevens bij providers, hosting bedrijven, Facebook, banken, enzovoorts. Breed schieten in de hoop iets te raken - ironisch genoeg exact het soort ‘data-mining’ waar Gonggrijp altijd voor waarschuwt.

De VS is bereid ver te gaan. De principes - rechtsstaat, vrijheid van meningsuiting - worden even ondergeschikt gemaakt aan het eigenbelang: WikiLeaks stoppen door geldstromen te blokkeren, druk uit te oefenen op internetproviders en ‘medewerkers’ te vervolgen. Het is een effectief middel: bedrijven kiezen eieren voor hun geld, burgers doen liever even niet mee uit angst vervolgd te worden.

Dat is de tweede ironie: precies om die reden besloot Gonggrijp na april 2010 juist níet verder met WikiLeaks samen te werken; hij had geen zin permanent op de vlucht te zijn voor de Amerikaanse justitie. Maar nu moet hij alsnog advocaten inhuren om te voorkomen dat hij onderdeel wordt van een strafrechtelijk onderzoek naar de vermeend criminele organisatie WikiLeaks, en loopt hij serieus risico uitgeleverd te worden naar de Verenigde Staten.

Dat deugt niet, en hij verdient steun in het aanvechten hiervan. Behalve Gonggrijp is ook een andere ‘medewerker’ van WikiLeaks onderdeel van het strafrechtelijk onderzoek: het IJslandse parlementslid Birgitta Jonsdottir. De regering in Reykjaviki heeft direct de Amerikaanse ambassadeur op het matje geroepen. Dat zou de de Nederlandse regering ook moeten doen. Misschien heeft Minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal dat al gedaan, maar dat zou hij in dit geval dan wel bekend mogen maken. Die openheid heeft nou juist Rop Gonggrijp wel verdiend.