Steun voor Kunduz?

‘Kunduz’ is bijna van de radar verdwenen. De Nederlandse deelname aan de politietraining in de noordelijke Afghaanse provincie lijkt in kannen en kruiken. Maar niets is minder waar.

De voorbereidingen voor de missie zijn in volle gang. Vijfhonderd Nederlandse militairen en agenten gaan Afghaanse politierekruten trainen. Eind februari stemde een kleine meerderheid van de Tweede Kamer (78 zetels) daarmee in. Vooral GroenLinks had aanvankelijk moeite met het karakter van de uitzending, die vier jaar zou kunnen duren en gepaard gaat met de inzet van F16’s.

Het opleiden van Afghaanse veiligheidstroepen, waartoe de politie wordt gerekend, vormt de exitstrategie van de Navo. Vanaf juli zullen gebieden worden overgedragen aan de Afghaanse regering. De Amerikanen beschouwen de politie als paramilitaire eenheid om de Taliban tegen te houden. Fractieleider Jolande Sap keurde de Navo-strategie openlijk af en verkondigde dat Nederland ‘het verschil’ zou moeten maken door échte agenten op te leiden. Ze eiste vergaande toezeggingen van de regering die de missie veel civieler moesten maken. Premier Rutte kwam aan vrijwel alle eisen tegemoet, en de fractie, op één lid na, stemde voor de missie.

Afgelopen weekeinde bleek hoe broos Rutte’s toezeggingen zijn. Aan een van de belangrijke kan niet worden voldaan. De ultrakorte politieopleiding van zes weken zou worden verlengd tot minstens achttien weken. NRC Handelsblad meldde echter op basis van gesprekken met diplomaten en Navo-trainers dat het niet eens mogelijk is om de basistraining naar acht weken op te rekken. Eerder sneuvelde al een minstens zo belangrijke belofte. De Volkskrant constateerde na onderzoek in Kunduz dat het zo goed als uitgesloten was dat de door Nederland opgeleide agenten niet zouden worden ingezet voor het bevechten van de Taliban.

GroenLinks heeft een geschiedenis van draaien en duiken bij militaire operaties. Het pijnlijkst kwam dat tot uitdrukking in 1999 toen de fractie wekenlang de aanvallen op Servië steunde, maar onder druk van de achterban die steun weer introk. Hetzelfde gebeurde in 2001 met de bombardementen op Afghanistan. Dat mag nu niet gebeuren. De afgelopen weken pleegden de Taliban bloedige aanslagen in Kunduz en vermoordden ze er de politiecommandant. Als de missie eind mei van start gaat, opereren honderden Nederlanders er onder oorlogsomstandigheden. Het is van groot belang dat zij een meerderheid van de volksvertegenwoordiging achter zich vinden. Onttrekt GroenLinks de steun aan de missie als die reeds gaande is, dan is Nederland tegen de wil van een parlementaire meerderheid betrokken bij een militair conflict - een onbestaanbare situatie in een democratie. De regering zal dan waarschijnlijk de missie afbreken, waardoor Nederland zich een onbetrouwbare bondgenoot toont. Dat kan gevolgen hebben voor ons van wereldhandel afhankelijke minilandje.

Waarschijnlijk zal de regering met lapmiddelen proberen GroenLinks te paaien. Hopelijk ziet de fractie in dat ze ofwel een realistischer standpunt over de missie moet innemen (en dus een harde strijd zal moeten voeren met de achterban) of haar steun moet intrekken voordat het gros van de agenten en militairen op het vliegtuig stapt. Blijven zwijgen is uitstel van executie.